Bij het CDA gaat het even niet om deze mensen, maar om de inhoud

Goed, de peilingen zijn nog steeds slecht. Maar toch lijkt het CDA er weer in te geloven. Voorbij lijken de ruzies. Er kan weer gelachen worden. Opgelucht gelachen. Zal die nieuwe zelfverzekerdheid standhouden?

Partijvoorzitter Ruth Peetoom meldde zich laatst in een hotellobby, vertelde ze vol trots. „Ik kom voor het CDA.”

Waarop „dat aardige meisje achter de balie heel netjes zei: welk CDA?”

Er waren namelijk drie CDA-bijeenkomsten op hetzelfde moment in hetzelfde hotel.

Wat Peetoom met haar anekdote niet bedoelde: er zijn verschillende partijen binnen haar regeringspartij. Wat ze wel bedoelde: er wordt weer gediscussieerd. Over de inhoud gesproken. Gewerkt aan een nieuw CDA. „Het begint hier. U bent erbij. Vandaag is de start.”

Het was vakkundig uitgevoerd politiek theater. Er waren enthousiaste filmpjes, de voorzitter rende met een loopmicrofoon van de ene volgepakte ruimte naar de andere extra ingehuurde zaal en staatssecretaris Joop Atsma klampte willekeurige bezoekers aan om dan „geweldig hè” te zeggen. „Echt heel goed.” Teletekst en het radionieuws wisten het, ook al was er geen inhoudelijke discussie of stemming, zeker: het CDA omarmde de nieuwe koers.

Het ingelaste congres dat maar een paar uur duurde – en geen resoluties toestond, dit was geen dag voor verdeeldheid – werd 71 keer onderbroken door applaus. Na anderhalf jaar van intern geruzie willen de partijleden het vooral met elkaar ééns zijn – maakt niet uit waarover.

Ze willen meer aandacht voor veiligheid.

Respect voor steden.

Meer ruimte voor het platteland.

Voor onderwijs, want die lat moet echt omhoog.

Voor moslims. Voor hoofddoekjes.

Voor jongeren.

Ouderen ook.

De nieuwe zelfverzekerdheid werd aangejaagd door het Strategisch Beraad, de commissie die de partijlijn voor de komende tien à vijftien jaar moest bepalen. Die koers is er nu en de voorzitter van die commissie, oud-minister Aart Jan de Geus, haalde vijf van zijn jongste en meest media- en fotogenieke commissieleden het podium op om – weliswaar met behulp van spiekbriefjes – toe te lichten en te enthousiasmeren. De Geus, toen het gesprek wel erg lang over voetbal ging: „We gaan het toch ook een beetje over de inhoud hebben, hè?”

Er mocht ook weer om elkaar gelachen worden bij het CDA. Zoals toen De Geus zijn toespraak hield. „Inhoud”, zegt De Geus dan over niets of niemand in het bijzonder, „kan persoonlijke geschiedenissen overstijgen.”

In de gigantische hal vindt precies één man die zin voldoende aanleiding om te klappen. Hij zit op de eerste rij, heeft een veelbesproken relatie met een 32 jaar jongere NRC-journaliste en heet Henk Bleker.

De rest van de zaal ziet dat, en begint te lachen.

De Geus dan, droog: „Dat was een persoonlijk applaus.”

Opnieuw opgelucht gelach.

De kabinetsleden, die vooraan in de zaal zitten, spreken zich desgevraagd stuk voor stuk positief uit over die nieuwe koers. Maar ze kunnen niet nalaten te vertellen wat er ontbrak.

Marlies Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid): „Alles wat nu nodig is. Maar wat er nog bij mag, is de kracht die in mensen zelf zit. Vrijwilligerswerk.”

Liesbeth Spies (Binnenlandse Zaken): „Ik ben er enthousiast over en CDA’ers snakken naar discussie op inhoud. Daar kunnen we nu heerlijk mee bezig. Maar de internationale paragraaf kan nog uitgebreider. En de medisch-ethische onderwerpen nog beter.”

Dan weet staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten het zeker. „We lijken wel filmsterren”, zegt ze, terwijl ze naar alle camera’s wijst. Dat gevoel had de rest van de zaal ook: er wordt weer naar ze gekeken.

Pieter van Geel schreef op verzoek van deze krant hoe hij het CDA-congres heeft ervaren. Van Geel is oud-fractievoorzitter, en vicevoorzitter van het CDA.

De lucht boven het parkeerterrein van de oude leegstaande mengvoederfabriek in Maarssen is grijs en grauw. Wie wil, kan er een voorteken in zien van de dag die komt. Dat geldt ook voor de vervallen staat van deze bijzondere locatie voor het CDA-congres.

Maar eenmaal binnen stel ik mij zelf gerust met het idee dat deze locatie symbool staat voor iets anders: binnen de vaste contouren van een stevig, eerlijk gebouw wordt de start gegeven van de vernieuwing van het CDA. Vaste degelijke contouren, maar van binnen springlevend en gevuld met 1.700 enthousiaste leden.

Het moet in mijn ogen ook de dag van de heling van de in 2010 geslagen wonden worden. In de ochtend hoor ik Cees Veerman op de radio. Hij betuigt spijt over de wijze waarop hij de discussie toen voerde. Klasse.

Ook de aanwezigheid van veel prominente CDA’ers die vorig jaar nog hard tegenover elkaar stonden, draagt bij aan het gevoel van nieuwe verbondenheid. CDA’ers kunnen niet tegen ruzie; dat blijkt weer eens.

Even heb ik het idee dat wat er verder die dag nog gezegd gaat worden, eigenlijk niet eens zo belangrijk meer is. Het gedeelde verlangen is het gevoel van een nieuwe start, een nieuwe lente en hervonden saamhorigheid.

Dat positieve gevoel wordt geschraagd door een aantal voortekenen. De rapporten van het Strategisch Beraad en van de Commissie-Geel waren in het partijbestuur buitengewoon positief ontvangen. En dat bleef in het vermaarde praat-, bel- en mailcircuit van het CDA niet onopgemerkt.

Ook in de media was de toonzetting redelijk positief – op een mislukte poging van een enkeling na om de koers als een ruk naar links te duiden. Maar ook de inhoud van de rapporten gaf grond aan dat gevoel. Je kunt in het rapport van Jacobine Geel op het taalgebruik gaan letten. Geel kiest andere woorden dan iemand als Antoine Bodar, maar de kernvraag is of je je thuis voelt in een partij die zo schrijft over waarden in de samenleving. Ik wel.

Over het rapport van het Strategisch Beraad is al veel geschreven. Maar wie zaterdagmiddag op het podium vijf jonge commissieleden ziet optreden, weet dat de partij niet alleen visie maar ook talenten heeft: inhoudelijk goed, met een stevige presentatie.

Om na zaterdag de positieve stemming vast te houden moet het CDA twee factoren goed managen. Allereerst de roep om snel een leider te kiezen. De koers van Ruth Peetoom om de eenheid te herstellen door de inhoud voorop te stellen is de juiste gebleken. Het is goed dat de partij de komende tijd een aantal mensen volgt, met hun verholen of onverholen ambities, in hun publieke optredens en uitingen. Zo kan het draagvlak groeien.

Het tweede punt is lastiger. Hoe vaak ook wordt benadrukt dat het rapport voor de middellange termijn is bedoeld, het handelen van de partij zal toch ook getoetst worden aan de nieuwe lijn. Zeker als er nieuwe afspraken gemaakt moeten worden over de komende begrotingen. Het is aan de fractie om uit het rapport die zaken te halen die kleur geven aan de nieuwe koers van de partij. Dan zullen de onvermijdelijke compromissen ook beter begrepen en geaccepteerd worden.