Bij de PvdA heerst berusting, over de peilingen en over de partijleider

De slechte peilingen worden bij de PvdA als gespreksonderwerp vermeden. De leden hebben er voorlopig vrede mee dat Job Cohen de partij leidt. En de stemming is best goed, als hij zich afzet tegen het kabinet.

„Je neemt geen ponyfokker voor het natuurbeleid!” Het was met dit terzijde dat PvdA-leider Job Cohen nog het meeste applaus oogstte.

De sneer naar CDA-staatssecretaris Henk Bleker was onderdeel van een heel rijtje verwijten dat Cohen het kabinet maakte, gisteren bij de afsluiting van het PvdA-congres in Den Bosch.

In de Brabanthallen is het op het eerste gezicht business as usual, bij de PvdA. Alle sprekers – inclusief de partijleider – vallen de politieke vijanden aan. In de wandelgangen wordt steun gezocht voor moties en resoluties. Ze variëren van een resolutie over ‘sociaal-democratische internationale politiek’ tot een motie om de lijsttrekker in de toekomst ook door niet-leden te laten kiezen.

Dat laatste is een idee van de nieuwe voorzitter, Hans Spekman. Het is onderdeel van zijn voornemen om de PvdA weer een partij van 100.000 leden te maken. Her en der debatteren werkgroepjes. Ze gaan bijvoorbeeld over de kunst van het debatteren. Of over prostitutie. Ook de statuten worden weer aangepast.

Waar het in de openbaarheid níét over gaat: de peilingen, die al een tijdje voorspellen dat niet langer de PvdA, maar de SP de grootste linkse partij van Nederland is. Ook gaat het niet over de aanhoudende twijfel of partijleider Job Cohen wel de eigenschappen bezit die nodig zijn om kiezers aan zich te binden – en het kabinet Rutte in de problemen te brengen.

In zijn toespraak gebruikt Cohen de juiste, strijdbare woorden. Met een rustige, vriendelijke voordracht. Hij zal Rutte niet helpen als gedoogpartner PVV niet thuis geeft bij aanvullende bezuinigingen. „De deur zit potdicht!”

Het verhaal van Cohen wordt beleefd ontvangen, met toenemend enthousiasme als hij zijn pijlen op Rutte en de zijnen richt. Maar een meeslepende toespraak die mensen uit hun stoelen tilt, zullen de leden van Cohen niet snel krijgen. Wouter Bos, zijn voorganger, kon dat wel.

Bos is ook aanwezig. Wanneer hij Cohen begroet, stuiven de fotografen op het stel af. Het is een mooi beeld, weten ze. En niet alleen bij de pers, ook bij de leden is Bos nog – of weer– populair. Hij moet vaak stoppen voor iemand die hem op de foto wil zetten.

Voorlopig berusten de leden in de situatie. Cohen benadrukte de eenheid van zijn partij, ondanks interne verschillen: „Wij hebben mensen met verschillende opvattingen: van sociaal-liberaal tot socialist. [..] Maar zijn verenigd in onze wens dat het kabinet-Rutte opstapt. Liever vandaag dan morgen. Om ook nooit meer terug te komen.”

Na afloop van zijn toespraak moet Cohen aan journalisten uitleggen wat hij van de groei van de SP vindt. En van de slechte peilingen voor de PvdA en hemzelf. Cohen zegt dat hij heeft begrepen dat veel PVV’ers naar de SP zijn overgelopen. Daar is hij blij mee. En wat hij kan doen om zijn eigen PvdA weer aantrekkelijker te maken? Niets anders dan het verhaal blijven vertellen dat hij altijd vertelt – en hopen dat kiezers zijn partij weer weten te vinden.

Verder is het voor de PvdA wachten op een kabinetscrisis. Het congres neemt alvast een motie aan die de handelingsvrijheid van de PvdA in het geval van zo’n crisis beperkt. De leden willen dat er „geen nieuw kabinet komt zonder nieuwe verkiezingen”.

Een van de scenario’s die al een tijdje circuleren, luidt als volgt: VVD, PVV en CDA kunnen geen overeenstemming bereiken over aanvullende bezuinigingen. Mark Rutte dumpt de PVV en gaat op zoek naar nieuwe coalitiepartners, zonder tussentijdse verkiezingen. Daarvoor is de PvdA dan in ieder geval niet beschikbaar, zo besluiten de leden.

Ella Vogelaar schreef op verzoek van deze krant hoe zij het PvdA-congres heeft ervaren. Vogelaar is oud-minister voor Wonen, Wijken en Integratie. Ze trad af toen de PvdA-top het vertrouwen in haar opzegde.

Ik was erbij. Dat is iets wat mensen graag aan hun kinderen en kleinkinderen vertellen over een gebeurtenis die later van historisch belang geweest blijkt te zijn. Ik was aanwezig bij het congres van mijn partij dit weekend in de Brabanthallen in Den Bosch. Het is echter nog maar de vraag of ik mijn kleinkinderen over een aantal jaren ook vol trots kan vertellen dat ik erbij was toen de revival van de partij werd ingezet door het duo Cohen-Spekman.

De PvdA staat al maanden historisch laag in de peilingen en dit weekend bleek dat de SP volgens de dagkoersen de grootste partij is. Daar werd in de speeches van partijleider Job Cohen en de nieuwbakken partijvoorzitter Spekman met geen woord over gerept. Natuurlijk, op een congres willen partijleden geïnspireerd worden door hun leiders. En dat deden zij ieder op hun eigen wijze. Hans Spekman in een volleerde ‘Brinkman-shuffle’ losjes over het podium lopend met een verhaal uit het hart en hoofd. Job Cohen achter het spreekgestoelte met een tekst op papier. Wat de afgevaardigde naast wie ik zat de opmerking ontlokte: „Een vlotte jongen zal het nooit worden.” Maar beiden hadden inhoudelijk een goede boodschap.

Dit weekend schoof zowel het CDA als de PvdA op naar links. Bij het CDA noemen ze dat ‘een keuze voor het radicale midden’, bij de PvdA heet het ‘gewoon links’. Als Nederland inderdaad snakt naar een perspectief gebaseerd op meer sociale rechtvaardigheid, zoals Job Cohen zei, is het toch zaak ook na te denken hoe dat gerealiseerd kan worden. Iedere partij wil een machtsfactor van betekenis zijn en dus zo groot mogelijk worden. Maar gezien de huidige positie van de PvdA zou het ook van realisme getuigen om te erkennen dat de kans niet erg groot is dat de partij binnenkort weer de grootste van het land zal zijn.

Dat dwingt tot enige bescheidenheid en – meer dan ooit – een coöperatieve opstelling ten opzichte van andere partijen. De tijd dat de PvdA die tegemoet kon treden met ‘breekpunten’ en andere absolute voorwaarden, ligt achter ons en misschien moeten we er ook maar niet naar terug verlangen. Net als in een relatie geldt in een politiek verstandshuwelijk dat het alleen standhoudt als betrokkenen zichzelf kennen en ruimte bieden voor de eigenheid van de ander.

Dat bereik je alleen met investeren in elkaar, door te werken aan een basis van vertrouwen, elkaars nieren te proeven en inhoudelijke gesprekken aan te gaan. Juist over hete hangijzers, zoals die er tussen de SP en de PvdA zijn over bijvoorbeeld de pensioengerechtigde leeftijd en Europa. Mijn ervaring is dat alleen als organisaties en personen bereid zijn over hun eigen schaduw heen te stappen, het ogenschijnlijk onmogelijke werkelijkheid kan worden. Wijlen Vaclav Havel noemde politiek de kunst van het onmogelijke. Samenwerking tussen alle partijen die meer sociale rechtvaardigheid nastreven op basis van een tegemoetkomende houding is de enige route naar een alternatief voor het onverholen rechtse beleid van het kabinet-Rutte. Getuigenis van dat besef heb ik naast alle peptalk van de nieuwe partijvoorzitter en de oude partijleider node gemist.