Avondje karaoke met eigen werk

Echo & the Bunnymen, 21/1 Paradiso Amsterdam. ***

Als je haar maar goed zit. Het was een gevleugelde uitspraak in de punktijd, die bij Echo & the Bunnymen nu wel erg letterlijk wordt genomen. Bijna 32 jaar na hun debuut Crocodiles brengt de newwaveband uit Liverpool dat album integraal op de planken, samen met de tweede elpee Heaven Up Here die indertijd (1981) als de zwakkere opvolger werd beschouwd. En zanger Ian McCulloch heeft nog precies hetzelfde waaiboomkapsel van toen.

De vernieuwende band van weleer is een geoliede rockmachine geworden die de muziek er professioneel doorheen jast. Gitarist Will Sergeant is niet meer de innovatieve non-muzikant die net als The Edge bij U2 kracht putte uit zijn beperkingen.

De sterkste nummers Rescue en Picture on my wall hebben de tand des tijds doorstaan. Twee hele albums in chronologische volgorde bleven niet boeien. De band vond dat kennelijk ook, want halverwege kant twee van Heaven Up Here gooide McCulloch te handdoek in de ring, geplaagd door een hardnekkige kikker in zijn keel.

Ze kwamen nog terug met The Killing Moon, hoogtepunt van het album Ocean Rain dat bij een eerdere tournee integraal vertolkt werd. Het oudere werk had duidelijk kunnen maken waarom Echo & the Bunnymen ooit naast U2 en The Police getipt werd als de supersterren die aan de new wave zouden ontstijgen. Het werd een avondje karaoke met eigen nummers, kundig gespeeld maar ontdaan van de oude magie.