Als Cohen en Gabriel Europa regeren...

Sociaal-democraten zoeken hun antwoord op de crisis. Hun grootste probleem is dat ze niet worden vertrouwd, zeggen SPD-voorzitter Sigmar Gabriel en PvdA-leider Job Cohen.

Het probleem van de sociaal-democraten in Europa is helder, zegt Sigmar Gabriel. „In 1889, bij de oprichting van de Internationale, was het kapitaal nationaal georganiseerd en kwamen wij, sociaal-democraten, met internationale solidariteit als antwoord. Nu, meer dan honderd jaar later, is het kapitaal internationaal georganiseerd, maar zijn wij soms te nationaal georiënteerd.”

En dus reist de SPD-voorzitter door Europa, onthaalde hij vorige maand François Hollande in Berlijn, en sprak hij gisteren op het PvdA-congres in Den Bosch. Gabriel is een van de belangrijkste kandidaten om Angela Merkel op te volgen als bondskanselier als de SPD weer aan de macht komt. „Als je het eenmaal tot partijvoorzitter hebt geschopt en niet verder wil in het leven, dan heb je iets verkeerd gedaan.”

In Den Bosch leek hij bijkans de leider van de „liebe Genossinnen und Genossen” van de PvdA. Het applaus was geestdriftig. En er was zelfs gejoel, onder meer toen Gabriel zei dat het tijdperk van de neoliberale „theologen” nu echt ten einde is.

Kort daarvoor vertelt Gabriel (52) in een achterafzaaltje van de Brabanthallen dat hij in het vliegtuig de nieuwe buitenlandnotitie van de PvdA las. „Ik ga onze leden voorstellen die letterlijk over te nemen. Vervolgens ga ik naar Frankrijk, Spanje, Scandinavië: kijken of sociaal-democraten daar ook bereid zijn dit document als grondslag voor een gemeenschappelijke politiek te maken.”

PvdA-leider Job Cohen (64) knikt. „Daarom heb ik Sigmar uitgenodigd.”

Cohens eigen kansen op het premierschap slinken met iedere nieuwe peiling. Het PvdA-partijkader zei dit weekeinde in deze krant dat het meer voelt voor Lodewijk Asscher als toekomstig lijsttrekker.

Maar samenwerken met Gabriel als collega-leider in Europa lijkt Cohen een mooi vooruitzicht. „Ja, zeker. Er zit geen licht tussen ons.”

Eerst moeten Cohen, Gabriel en Hollande verkiezingen winnen – iets wat de Europese sociaal-democraten de laatste jaren maar niet lukt. In slechts drie van de 27 EU-landen regeren sociaal-democratische premiers. Opvallend, omdat de economische crisis, die begon als bankencrisis, dikwijls wordt uitgelegd als een crisis van het kapitalisme.

Waarom profiteren sociaal-democraten niet van deze crisis?

Gabriel: „Een deel van het antwoord is dat de mensen naar ons wijzen en zeggen: jullie zijn toch in de jaren ’90 en 2000 gezwicht voor de druk van dat marktradicalisme? Dus ze geloven onze antwoorden nu niet meer zo.”

Cohen: „Volgens mij speelt ook mee dat het failliet van de banken is afgewenteld op overheden. Het lijkt nota bene alsof de schulden veroorzaakt zijn door overheden die te veel uitgeven. Wéér die overheid die iets fout doet, terwijl de schulden zijn ontstaan door de val van financiële instellingen – en de overname daarvan.”

Komt het gebrek aan geloofwaardigheid op conto van de ‘Derde weg’, de gedachte uit de jaren negentig dat ook sociaal-democraten hun doelen kunnen bereiken via de vrije markt?

Gabriel: „Het is waar: wij moeten toegeven dat we te ver zijn meegegaan in de verkeerde richting. We dachten dat als wij niet meebogen met de mondialisering en geen neoliberaal beleid zouden voeren, we ten onder zouden gaan in de wereldeconomie.” 

Cohen: „Vergeet niet dat de Derde Weg ook een antwoord was op een publieke sector die geen waar leverde voor zijn geld. Dit leek het antwoord. Het heeft een tijd geduurd voor we doorkregen dat die Derde Weg was doorgeslagen.”

Gabriel: „Het tijdsperk van het markradicalisme duurde zo’n 20, 30 jaar. Het zou ook een wonder zijn geweest als wij daar al die jaren heldhaftig tegenin waren gegaan.”

Ook te midden van de eurocrisis voelen sociaal-democraten zich gedwongen de lijn van centrum-rechts grotendeels te volgen. SPD en PvdA hebben de pogingen van Angela Merkel en Mark Rutte om de euro te redden tot dusver loyaal gesteund. Bij cruciale besluiten over leningen aan schuldenlanden was de steun van Cohen zelfs onontbeerlijk voor een parlementaire meerderheid.

Het maakt de sociaal-democraten er voor kiezers niet herkenbaarder op als politiek alternatief. Toch willen Gabriel en Cohen het „anders” doen dan Merkel en Rutte, zeggen ze. Cohen heeft dit weekeinde aangekondigd het kabinet niet meer te zullen steunen bij eventuele extra bezuinigingen. Sterker, Gabriel en Cohen willen ook investeren. In de economie, en in zaken die links aan het hart gaan, als onderwijs en groene energie.

Hoe dat geld moet worden opgebracht in deze tijden van crisis? Daarover zijn Gabriel en Cohen het niet eens, ondanks hun verlangen naar „gemeenschappelijke antwoorden”.

Het nieuwe euroverdrag schrijft een begrotingstekort van maximaal 0,5 procent voor. Investeren zal lastig zijn.

Gabriel: „In Duitsland is die limiet zelfs 0,36 procent, we noemen het een schuldenrem. Aanpakken van de schuld is inderdaad noodzakelijk, want de rentebetalingen door de overheid kunnen niet blijven groeien. Aan geld komen we bijvoorbeeld door de financiële markten te belasten. Ik kan in Duitsland niemand uitleggen waarom elke bakker btw moet heffen op zijn broodjes, terwijl de financiële markten geen cent belasting betalen.”

Cohen: „Ook wij vinden dat die banken moeten meebetalen aan het oplossen van de crisis. Dat is het doel, maar ik weet niet of de financiële transactiebelasting het beste middel is. Als er betere middelen zijn, dan vinden we die ook prima.”

U bent tegen zo’n transactiebelasting?

Cohen: „Nee, maar een rapport van het Centraal Planbureau biedt redenen om daar nog eens goed naar te kijken. Het risico bestaat dat je het paard achter de wagen spant en de economische ontwikkeling schaadt. Misschien zijn er betere alternatieven.”

Gabriel: „Waar we het over moeten hebben is: kunnen we dit alleen in de eurozone doen, of moet dit in heel Europa? Hierover hebben sociaal-democraten in Europa uiteenlopende meningen. Ik was zelf minister voor Milieu. Als je aankwam met nieuwe milieuwetgeving, zei iedereen: dat is alleen mogelijk als de rest van de wereld meedoet. Mijn ervaring is: je moet zelf beginnen, en anderen zullen volgen. Dus laten we nu met de transactietaks in de eurozone beginnen.”

Een ander heikel thema: euro-obligaties.

Cohen: „Die zouden het sluitstuk kunnen zijn van een reeks maatregelen. Landen die daarvan zullen profiteren, moeten wel zelf thuis hun zaken op orde hebben. Er moet een disciplinerende, geen verslappende werking van uit gaan”.

Gabriel: „Eigenlijk hebben we al eurobonds. Wij noemen ze Merkelbonds. De ECB financiert landen om hun rentetarieven lager te krijgen, maar zonder dat we enige controle hebben over het beleid van die staten. Ik vind dit de verkeerde manier. Wat nodig is, is wat we noemen een ‘Fiskalunion’ (begrotingsunie) met een gemeenschappelijk financieel, begrotings- en economisch beleid.”

Een ‘Fiskalunion’, dat wil Merkel toch ook? Hoe maakt u het verschil?

Gabriel: „Merkels stappen komen altijd te laat en zijn steeds te klein. Eerst zei Merkel: dat is niet ons probleem, dat is een Grieks probleem. Daarna was het: ja, natuurlijk moeten we helpen, maar alleen tot 2013, niet langer. Elke paar maanden een nieuw, nationaal antwoord. En ondertussen werd de oplossing steeds ingewikkelder en duurder.”

Cohen: „Het is inderdaad too little, too late geweest. Je moet zeggen: nou bijt ik eens echt door de zure appel heen, kom op. Ook wij hebben de regering steeds bekritiseerd, maar wel de richting van de oplossing gesteund.”

Steun voor de richting van de regering, maar kritiek op het tempo. Dat is toch geen herkenbaar alternatief?

Gabriel: „Misschien, maar kiezers willen ook geen politici die ruziën om het ruziën. Als de regering zegt 2 + 2 = 4, gaan mensen echt niet stemmen op de oppositie omdat die zegt: 2 + 2 = 5. Kiezers willen een realistische en pragmatische koers zien.”

Gabriel wil zijn SPD op een andere manier herkenbaar maken in het eurodebat. Hij wil „empathie” overbrengen. Het moet gaan over een Europa dat „beschermt”, ook tegen concurrentie van goedkope arbeidskrachten uit armere Europese landen. „Europa moet een tweede sociale Heimat worden. Niet alleen een project van nationale elites”. Daarnaast moeten de financiële markten worden aangepakt. Hij noemt dit een „groot verschil met de conservatieven”. Maar, voegt hij toe, Merkel neemt thema’s van de sociaal-democraten over. Dat maakt profileren niet makkelijker. „Mevrouw Merkel is een slimme dame.”

In een ander opzicht heeft Gabriel het iets makkelijker dan Cohen. De grote partijen in Duitsland hebben tot dusver geen noemenswaardige concurrentie gekregen van succesvolle rechts-populisten. Maar dat betekent niet dat de dreiging van rechts in Duitsland niet bestaat, erkent Gabriel. Het was een SPD-er, de econoom Thilo Sarrazin, die met een omstreden en succesvol boek Deutschland schafft sich ab (2010), het debat over integratie en immigratie in Duitsland op scherp zette.

Als partijvoorzitter pleitte Gabriel aanvankelijk voor verwijdering van Sarrazin uit de partij. Maar na verzet binnen de SPD-gelederen gaf de pragmaticus Gabriel die positie op.

Gabriel: „Mijn kritiek op Sarrazin is niet veranderd. Het gaat me niet om zijn kritiek op integratie- of immigratiebeleid. Hij deed iets veel ergers: hij greep terug op de eugenetica. Een catastrofale vergissing die in Duitsland tot ‘Auschwitz’ heeft geleid. Gelukkig zitten in onze partij andere politici die een open debat over integratie voeren, maar op een betere manier dan Sarrazin. Neem de populaire burgemeester van Neukölln in Berlijn, Heinz Buschkowski, of kijk eens naar Nederland, de burgemeester van Rotterdam…”

Cohen: „Ahmed Aboutaleb...”

Gabriel: „Ja, die. Ze hebben elkaar vaak ontmoet en praten heel open over de mislukkingen en de moeilijkheden van integratie, maar met het doel het probleem op te lossen, niet met het doel om mensen buiten te sluiten.”

Kort voor Gabriel aanstalten maakt zijn rede te houden, wil hij nog één ding kwijt. Zijn toon is plotseling somber. „Uiteindelijk is het grootste probleem, in alle democratieën van de westerse wereld, dat mensen politici niet meer vertrouwen. Ze geloven niet dat wij echt in hun levens zijn geïnteresseerd. De politiek lijkt voor hen een spel. Maar politiek ís geen spel. De SPD is met bijna 150 jaar de oudste oudste democratische partij in Duitsland. Onze geschiedenis is er een van betrokkenheid van burgers. Als mensen denken dat het geen zin heeft om je voor de politiek in te spannen, hoe komen we dan weer aan de macht?”