Aan een gast hoef je niet te verdienen

Couchsurfen is een hit onder jonge reizigers: belangeloos bieden ze elkaar slaapplekken aan. Maar de website waarop ze afspraken maken, is commercieel geworden.

De donkergrijze leren bank in het tweekamerappartement van Martin Gevonden (28) uit Amsterdam is een gewild object. Al zeventig jongeren sliepen erop. Gevonden, sinds 2009 afgestudeerd psycholoog, is fanatiek couchsurfer. Uit de hele wereld komen wildvreemde mensen gratis bij hem op de sofa slapen. Hij wordt vaak benaderd omdat voormalige gasten via de website een positieve recensie op zijn profiel hebben achtergelaten. „Eens kijken hoeveel verzoeken ik deze week al binnen heb”, grijnst Gevonden terwijl hij zijn laptop open klikt. De teller staat op twintig.

Normaal zouden ze allemaal mogen komen, maar nu twijfelt hij. Gevonden voelt zich „belazerd” door de website. En met hem vele andere gebruikers.

Wat is er gebeurd? Couchsurfing is een commercieel bedrijf geworden. Amerikaanse investeerders hebben vorig jaar 5,5 miljoen euro in de onderneming gepompt. De twee voornaamste oprichters van het gastvrijheidsnetwerk, Casey Fenton en Dan Hoffer, heten nu voorzitter van de raad van bestuur en CEO. Hun doel: het bedrijf naar de beurs brengen.

De verkoop leidde tot een stroom van boze reacties op internet. Komen er advertenties op de website? Blijft couchsurfing gratis? Trouwe leden dreigen zich af te scheiden. Wordt de website slachtoffer van eigen succes?

„De oprichters hebben zich vervreemd van hun gebruikers”, vindt Gevonden. „Met die verkoop raken zij de ziel van iedere couchsurfer. Die stelt zijn hun huis vrijwillig beschikbaar, zonder tegenprestatie. Winstbejag druist in tegen alles waar wij voor staan.”

Gevonden vreest dat het nieuwe management munt wil slaan uit het doorverkopen van de uitgebreide jongerendatabase. Ook zal de transparantie in de organisatie afnemen, vreest Gevonden. „Elk incident dat zich voordoet, zoals een aanranding of diefstal, gaat men bagatelliseren. Zo’n incident is natuurlijk slecht voor het imago van couchsurfing. Het bedrijf zal er alles aan doen om deze zaken onder het tapijt te schuiven.”

Een grote groep couchsurfers van het eerste uur heeft de site al vaarwel gezegd. Het gaat om leden die jarenlang op vrijwillige basis programmeercodes hebben geschreven voor de website. Zij zien niets terug van de miljoenen die voor het bedrijf zijn betaald. Voor Gevonden is het duidelijk. „Het management gaat commercieel aan de haal met een website die door vrijwilligers is gemaakt.”

Couchsurfing beleefde de laatste drie jaar een enorme groeispurt. In Nederland zijn inmiddels bijna 65.000 leden, wereldwijd ruim 3 miljoen. Jongeren kiezen voor de reisgemeenschap omdat het geld uitspaart: met dure hotelketens heeft de gemiddelde couchsurfer – overwegend links geörienteerde twintigers – weinig op. Multinationals: veel couchsurfers gruwen ervan.

En nu zijn ze er zelf één. „Het is bijna vloeken in de kerk”, zegt Albert Benschop, internetsocioloog aan de Universiteit van Amsterdam. Al enkele jaren volgt hij het sociale netwerk nauwgezet. Benschop: „Een commercieel bedrijf staat haaks op wat veel couchsurfers beogen: een maatschappij waarin je vrij diensten uitwisselt, zoals slaapplaatsen of maaltijden. Daarom zijn de protesten zo heftig. Ik begrijp niet wat de verkopers heeft bezield.”

Volgens oprichters Fenton en Hoffer is de verkoop juist „het beste wat couchsurfing ooit kon gebeuren”. De website kon de explosieve groei van couchsurfing nauwelijks meer aan, stellen zij. Het ontbrak hun aan middelen die nodig zijn om een massale website te runnen: goede servers, controle en toezicht op de gemeenschap. Daar was steeds meer personeel voor nodig – en dus geld.

„Een dilemma waar alle internetinitiatieven mee te maken krijgen”, zegt Benschop. „Dezelfde ontwikkeling zag je bij Facebook. Het begint als een initiatief gerund door vrijwilligers, maar naarmate zo’n website succesvoller wordt, zijn er meer middelen nodig. Het is triest dat deze internetgemeenschap niet zelf in staat is gebleken voldoende middelen op te halen om het netwerk in stand te houden. Dat is toch hetzelfde principe als bij de kaartvereniging: wil je het gezellig houden, dan moet er contributie worden opgehaald.”

In een poging de morrende achterban gerust te stellen, hebben de investeerders al laten weten dat „alle huidige diensten” gratis blijven. Ook komen er beslist geen „irritante advertenties” op de website.

Gaat het de nieuwe bazen lukken alle couchsurfers binnenboord te houden? „Dat ligt eraan hoe snel ze hun 5,5 miljoen euro terug willen hebben”, zegt Benschop. „Als het slimme investeerders zijn, gaan ze bescheiden om met advertenties en de uitgebreide database van leden waarover ze nu beschikken. Maar als zij met die gegevens marketing gaan voeren, is het gauw afgelopen. Juist bij dit soort sociale netwerken draait het om vertrouwen. Als dat weg is, kan het snel gaan.”