Zet u schrap: de Next Eleven komen eraan

Auteur: Jim O’NeillTitel: The Growth Map, Economic opportunity in de BRICs and beyond.Uitgever: Portfolio/PenguinISBN: 0670921327, 253 blz., € 19,-

Het is moeilijk voorstelbaar, maar er kan best een dag komen dat president Sarkozy en bondskanselier Merkel wakker worden en vaststellen dat hun land niet langer deel uit maakt van de G7, de groep van zeven grootste geïndustrialiseerde landen.

Jim O’Neill zou dat een logische ontwikkeling vinden. In The Growth Map schrijft hij dat de aanwezigheid van Frankrijk, Duitsland en Italië in de G7 volstrekt achterhaald is „omdat de landen nu een gemeenschappelijke munt hebben en een gemeenschappelijk monetair beleid”. Eén Europese minister van Financiën zou meer dan genoeg zijn.

Want de wereld is allang veranderd, stelt investeringsbankier O’Neill van Goldman Sachs. In 2001 analyseerde hij dat vier landen de economische verhoudingen in de wereld op zijn kop zouden gaan zetten: Brazilië, Rusland, India en natuurlijk China. Hij bedacht de naam BRIC-landen. Hij had signalen opgepikt dat deze landen bezig waren aan te sluiten bij de globalisering. China met productiviteit, Rusland met grondstoffen, India met een enorm leger aan jonge en steeds hogergeschoolde arbeidskrachten en Brazilië met alle drie – plus het voornemen van de Braziliaanse regering om de inflatie ferm aan te pakken.

Het bleek meer dan een marketingtruc van een investeringsfonds. De vier landen werden inderdaad de grootste groeiers. „Bij elkaar opgeteld is het bruto binnenlands product (bbp) van de landen in tien jaar verviervoudigd, van 3 biljoen (3000 miljard) dollar tot bijna 12 biljoen dollar. Achteraf gezien, had ik nog verder moeten gaan in mijn voorspellingen”, schrijft de investeringsbankier.

De snelle groei van Brazilië bijvoorbeeld heeft hem verrast. De oorspronkelijke verwachting was dat Brazilië in 2020 de plaats zou innemen van Italië als zevende economie in de wereld, maar dat gebeurde al in 2010. China heeft afgelopen jaar de plaats van Japan ingenomen als de tweede economie en zal nu naar verwachting al over vijftien jaar, in 2027, op gelijke hoogte komen met de nummer één: de Verenigde Staten.

De BRIC-landen rukken op en er komen nieuwe groeiers aan. O’Neill heeft daarvoor de term N-11 bedacht: Next Eleven. Het zijn Bangladesh, Egypte, de Filippijnen, Indonesië, Iran, Zuid-Korea, Mexico, Nigeria, Pakistan, Turkije en Vietnam. Daarvan zijn Mexico en Korea al bijna echte BRIC-landen. O’Neill: „De concepten Bric en N-11 verklaren niet alles, maar zijn wel nuttig om te begrijpen wat er gebeurt in de economie en markten van deze wereld.”

De wereldeconomie groeit met ongeveer 4 procent per jaar en zal dat blijven doen, is O’Neills betoog. En we moeten daar vooral niet bang voor zijn. De groei in andere delen van de wereld hoeft niet ten koste te gaan van de groei in de oorspronkelijke G7-landen. Integendeel. De Duitse auto-industrie leeft op door China: hoe meer rijke Chinezen een BMW, Mercedes of Audi willen kopen, des te beter het is voor de Duitse maakindustrie.

Economisch gezien valt er weinig in te brengen tegen het betoog van O’Neill: markten groeien, honderden miljoenen mensen kunnen de armoede achter zich laten, handelsmuren verdwijnen. Het wordt één groot groeifeest.

Maar op de vraag hoe we met al die groei de planeet leefbaar houden, geeft O’Neill slechts summier antwoord: door betere technologie. Ook over politieke vragen stapt hij makkelijk heen. Het feit dat Rusland op zijn zachtst gezegd nogal willekeurig omgaat met buitenlandse investeerders, doet hij in een bijzin af.

Over democratie citeert hij een Chinees: „Waarom zo’n gedoe over verkiezingen. In de VS mag iedereen stemmen, maar gaat slechts de helft naar de stembus. Als stemmen zo geweldig is als seks, waarom doet niet iedereen het dan?” Het lijkt erop dat ook de westerse democratie in de toekomstvisie van O’Neill met grote veranderingen te maken krijgt.

Renée Postma