Zeemansgraf Méditerranée

Afgelopen week stortten de media zich massaal op het ongeluk met het cruiseschip Costa Concordia in de Toscaanse wateren. De talloze gezonken vluchtelingenbootjes op de Middellandse Zee krijgen nooit zulke aandacht.

Scheepsrampen op de Middellandse Zee zijn aan de orde van de dag. Alleen al vorig jaar kwamen daarbij duizenden mensen om het leven. Precieze cijfers ontbreken, want meestal gaat het om vluchtelingen die met tientallen, vaak honderden tegelijk op een gammel bootje proberen vanuit Noord-Afrika de Europese kust te bereiken. Hun levens zijn niet goed gedocumenteerd, hun namen staan nergens geregistreerd, hun nabestaanden kunnen bij niemand klagen en hoeven niet te rekenen op schadevergoeding. De zoektocht naar hun lichamen – als die er al is – wordt al snel gestaakt.

Verhalen van de overlevenden halen zelden de voorpagina’s van kranten, ook niet die van NRC Handelsblad. Met een beetje geluk belandt een klein berichtje op de buitenlandpagina’s, soms wordt het fenomeen beschreven. Maar nooit is de belangstelling vergelijkbaar met die voor de Costa Concordia.

Je kunt leed ook niet zomaar vergelijken. De schrik van mensen in het cruiseschip die het drama hebben overleefd, het verdriet van degenen die iemand hebben verloren, de onzekerheid over vermisten – die is niet minder groot door de luxueuze omstandigheden waarin de mensen zich bevonden voordat hun drama zich voltrok. Maar ook niet groter dan de angst en het verdriet van arme sloebers die een boot instapten, op de vlucht voor geweld, op zoek naar iets van de rijkdom aan de andere kant van de zee – de rijkdom die op de Concordia zo goed zichtbaar was.

Waarom is er dan toch zoveel aandacht voor het cruiseschip dat vorige week vrijdag kapseisde bij het Toscaanse eilandje Giglio, waarbij 11 mensen omkwamen en nog 24 worden vermist? En waarom is er zo weinig aandacht voor, bijvoorbeeld, de boot met vluchtelingen die begin april vorig jaar op weg naar Malta zonk, waarbij vermoedelijk zo’n 300 mensen omkwamen?

Even werd bij de buitenlandredactie van deze krant zaterdag de vraag gesteld of de Costa Concordia, gelet op het relatief geringe aantal slachtoffers, meer was dan een ongeluk. Was het meer waard dan een foto met een uitgebreid onderschrift? Natuurlijk, luidde uiteindelijk de conclusie. Het ging om een spectaculair schip, de financiële schade was duizelingwekkend en een milieuramp lag op de loer. Ook riepen de omstandigheden waaronder de tragedie zich afspeelde vragen op. En wat wisten we eigenlijk van dit soort cruiseschepen?

Toch wringt er iets. Heeft de belangstelling niet ook te maken met het inlevingsvermogen in de slachtoffers en met de nabijheid van de gebeurtenis? En ook met het unieke ervan?

Dat is het cynische van ‘nieuws’. Bootjes vol vluchtelingen varen nog steeds. Op de dag dat de Concordia kapseisde, meldde het Duitse persbureau DPA dat 72 Somaliërs het Italiaanse eilandje Lampedusa hadden bereikt. Diezelfde dag haalde volgens het Amerikaanse persbureau AP de Libische kustwacht 51 Somaliërs van een rubberboot met motorpech. Zij zijn niet in de krant terechtgekomen. Logisch misschien, want ze leven nog.

Maar wat als dat niet zo was?