Voorproef: de kunst van het vertalen

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een oordeel. Dit weekend in De Voorproef gaat het over de kunst van het honkbalboekvertalen en het geloof van Wilhelmina.

Ietwat wantrouwig heb ik uitgekeken naar de vertaling The Art of Fielding van Chad Harbach. Hoe vertaal je al die honkbaltermen en in begrijpelijk Nederlands? Alleen de titel al. Die luidt in de vertaling van Joris Vermeulen De kunst van het veldspel (De Bezige Bij, 527 blz. €19,90). In de eerste alinea wordt hoofdpersoon Henry Skrimshander geïntroduceerd als ‘een schriel groentje van een korte stop, vlug te been, maar zwak met de knuppel.’ Niet sterk. Gelukkig is de naar Melville’s Moby-Dick verwijzende tekst op de T-shirts van Henry’s universiteit ‘OUR DICK IS BIGGER THAN YOURS’ onvertaald gelaten en valt het Nederlands na de eerste alinea dik mee. Het blijft ‘een boek om in te verdwijnen’ (Ellen de Bruin, Boeken 16-12-11). Aanstaande vrijdag in Boeken een interview met de auteur van dit Amerikaanse droomdebuut.

‘Onschendbaar geheim van Parijs! Een prostituee, een matroos en een hond hielpen mij die nacht om je te doorgronden.’ Ronduit meesterlijk is Mirjam de Veths vertaling van de adembenemende roman van surrealist Philippe Soupault, De laatste nachten van Parijs uit 1928 (Coppens & Frenks, 157 blz. € 24,95). Bijzonder goed en instructief is ook het nawoord van de vertaalster over de Franse surrealisten dat, met een verwijzing naar Nescio’s Titaantjes zo begint: ‘Jongens waren het, onaardige jongens. En daar hadden ze alle reden toe. Louis Aragon (1897-1982), André Breton (1896-1966) en Philippe Soupault leerden elkaar kennen in 1917.’

Abonnees kunnen het hele artikel hier lezen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Zaterdag 21 januari 2012, pagina 28 - 29