Verdeelde, onzekere PvdA versus trotse, eensgezinde SP PvdA heeft last van oude successen

Onzekere politici van de PvdA willen niet met Job Cohen de volgende verkiezingen in. Zelfverzekerde SP-politici zijn dolblij met leider en koers. Alleen over wat ze aan de partij moeten afdragen zijn ze kritisch.

Iedereen kreeg ook één open vraag: Stel, u belandt in een lift met een CDA’er, VVD’er of PVV’er. Wat zou u overtuigen zich bij uw partij aan te sluiten?

Ruim 500 PvdA’ers gaven antwoord. Wat valt op? De herhaling van de gedachte: zolang er nog obstakels bestaan om van een dubbeltje een kwartje te worden, bestaat de noodzaak PvdA te stemmen.

De woorden ‘zolang’ en ‘nog’ gebruikten de PvdA’ers veel in hun elevator pitch. We zijn er nog net niet. PvdA’ers worstelen met het succes van hun voorgangers. De emancipatie van arbeiders is decennialang voortvarend ter hand genomen, waardoor het aantal Nederlanders dat met goed fatsoen het predicaat ‘arbeider’ kan dragen, inmiddels klein is. Dus richtte de partij zich in haar meer dan zestigjarige geschiedenis ook op anderszins behoeftigen: werklozen, allochtonen, arbeidsongeschikten, gepensioneerden. Vrouwenemancipatie niet te vergeten. En uiteindelijk op de emancipatie van alles, zelfs van ‘knellende’ burgerlijke gedachten. Ziedaar: het ideaal van individuele ontplooiing en autonomie.

Wie naar dat ideaal opgroeit, moet zich wel afvragen wat hij te zoeken heeft bij een partij die beleid voorstelt uit naam van solidariteit met anderen. Anders gezegd: wie bereid is solidariteit uit te besteden aan de overheid en tegelijkertijd lof zingt van het individualisme, loopt het gevaar dat solidariteit verdwijnt – met het draagvlak voor de regelingen die minder fortuinlijken helpen.

Ook Job Cohen zoekt de moeilijkheden van zijn partij wel in het eigen succes. Op de vraag ‘wat nu?’ antwoordde hij kort voordat hij partijleider werd: „Wat overblijft is de rechtsstaat. En rechtstatelijke bescherming van burgers. Daar moet de PvdA zich hard voor maken.”

Bij het inzetten op de rechtsstaat, ligt het verwijt ‘regentesk’ op de loer. Want wie in naam dubbeltjes wil helpen kwartjes te worden, maar in feite de burger tegen vooral de overheid beschermt, roept weinig politieke geestdrift op. Die zit tegenwoordig vooral op rechts, waar de maakbaarheidsgedachte, die ooit van links was, is opgedoken.

Die andere linkse partij, waar het wel goed mee gaat, is ook in de weer met dubbeltjes. Toch heeft de SP het makkelijker. De partij heeft niet zozeer een wereld beloofd waarin dubbeltjes het recht hebben een kwartje te worden, ze belooft de dubbeltjes een beter bestaan. „De lift wordt bij ons gratis”, was de elevator pitch van een van de SP’ers. Kwartjes? Inleveren graag.

De sociologen Mark Bovens en Anchrit Wille hebben helder uiteengezet wat het betekent om tot de onderklasse te horen in een meritocratie, een samenleving waar verdienste de hiërarchie bepaalt. Opleiding is de beste indicator van succes, lieten zij in Diplomademocratie (2010) zien, en tegelijk is het de beste indicator van maatschappelijke en politieke onvrede. Zij denken niet dat dit toeval is. Vraag: gaan zij die het niet hebben gemaakt in een meritocratie, stemmen op een partij die een nog ‘eerlijker’ (lees: nog meritocratischer) samenleving belooft? Nee, die willen juist uit de wind worden gehouden van de prestatiemaatschappij. Vergeet de eigen bijdrage aan de zorg. ‘Eigen verantwoordelijkheid’ is voor hen een eufemisme voor ‘we pakken je nog meer af’.

Deze ontwikkelingen, blijkt uit het onderzoek, maken de sociaal-democratische PvdA onzeker en verdeeld. Kijk naar de antwoorden op de elementaire vragen. Bent u tevreden met de manier waarop de Tweede Kamerfractie het kabinet bestrijdt? Een derde zegt ja. Een derde zegt nee. Een derde vult in: ‘neutraal’.

Hun onzekerheid maakt PvdA’ers onvoorspelbaar, zeggen de voorspelbare SP’ers. Een derde van de SP zegt dat het grootste probleem met PvdA’ers hun onbetrouwbaarheid is. Een typerend oordeel van één van hen over collega’s van de PvdA: „ideologisch de weg kwijt, onpeilbaar, plucheplakkers”.

Kamerlid Ronald van Raak (SP) zegt het vriendelijk: „Het is altijd makkelijker politiek bedrijven met mensen die weten wat ze vinden. Daar schort het bij PvdA’ers nog wel eens aan.”

PvdA’er Max van den Berg vindt dat een karikatuur. Hij werd partijvoorzitter in de tijd dat de PvdA 53 zetels bezette in de Tweede Kamer (1979). Tegenwoordig is hij commissaris van de Koningin in Groningen en hij kreeg daarom ook de vragen toegestuurd. „Het succes van de PvdA zat ’m in het verleden in de spanning tussen het streven naar individuele ontplooiing en het temperen van de markt. Het lukt in deze jaren niet een aantrekkelijke, geloofwaardige verhouding tussen die twee te vinden. Dat komt wel weer.”