Veilige keuze

Volvo heeft altijd werk gemaakt van veiligheid. Dat blijkt ook bij de nieuwe S60.

De voormalig CEO van Smit Internationale, Ben Vree, reed in een Volvo. Met chauffeur, dat dan weer wel. „Rij nooit in duurdere, mooiere auto’s dan je klanten”, placht Vree te zeggen. Maar een Volvo kan volgens hem altijd. „Wie met een Volvo komt voorrijden, hoeft niets uit te leggen”, aldus de huidige topman van APM terminals in Rotterdam.

Zo bezien krijgt het begrip veiligheid bij Volvo nog een extra dimensie. Volvo is al sinds zijn oprichting (in 1927) bezig met veiligheid, stond in 1959 aan de wieg van de driepuntsveiligheidsgordel en rustte in het midden van de jaren tachtig z’n auto’s uit met dermate belachelijk dikke bumpers dat veel Volvo-rijders – onder het motto ‘mij kan toch niks gebeuren’ – er een beetje onverschillig door werden in het verkeer. Dat was nou ook weer niet de bedoeling. Begin jaren negentig van de vorige eeuw kwam voor Volvo een soort van sportieve ommekeer met de 850: een voorwielaangedreven model, dat een compleet nieuw clientèle aantrok. Sindsdien is Volvo niet alleen veilig gebleven, maar zeker ook dynamischer geworden. En een gedegen alternatief voor de gevestigde premium brands. Dat had Ben Vree scherp gezien.

De Volvo S60 op deze pagina is ook een exponent van dat nieuwe Volvo-imago. Had de vorige S60 al een nadrukkelijke coupélijn, de nieuwe ziet er met zijn scherp gesneden daklijn – en de naar BMW knipogende haaienvinantenne – nog veel meer uit als een auto die eigenlijk twee deuren zou moeten hebben. Maar ja, dat past dan weer niet bij de doelgroep. Met de S60 wil Volvo vooral de BMW 3 Serie en de Audi A4 het leven zuur maken (die verkochten vorig jaar trouwens allebei drie keer zoveel auto’s), maar Volvo kent z’n plaats.

Ik reed de S60 in de kleinste (en meest zuinige) dieselversie. Die wordt DRIVe genoemd, waarbij die klein geschreven ‘e’ op de auto groen wordt afgebeeld, om het milieuvriendelijke karakter te onderstrepen. De testauto was echter een soort schaap in wolfskleren, want hij bleek uitgevoerd met een R-design pakket, dat de nodige uiterlijke opsmuk omvat. Waaronder bijzonder fraaie, lichtmetalen wielen, een achterspoiler en twee meer dan polsdikke uitlaatpijpen. Vooral dat laatste staat wat uitbundig op een auto met een 115 leverend dieseltje, maar het moet gezegd dat de prestaties niet tegenvallen. Zoals alle diesels is het koppel (de maximum trekkracht) van de motor heel behoorlijk (270 Nm, voor de insiders) en dat doet de auto vlotter van zijn plaats komen dan de sprintcijfers suggereren. Voor de standaard 0 naar 100 km/h heeft de Volvo krap elf seconden nodig, maar het voelt allemaal of het harder gaat. En dat is het belangrijkste. Voor een topsnelheid van 195 km/uur hoeft de S60 zich evenmin te schamen.

Positivo’s

Belangrijker in deze economisch sobere tijden is het gegeven dat de motor maar 114 gram CO2 per kilometer uitstoot, waardoor de S60 een A-label heeft en de fiscale bijtelling slechts 20 procent is. Die lage uitstoot wordt bereikt met een volledig aluminium motorblok, een stop/start-systeem en regeneratie van energie die vrijkomt bij het remmen. De positivo’s van Volvo’s marketingafdeling geven op dat het gemiddelde brandstofverbruik 4,3 liter per honderd kilometer zou zijn (1 op 23,2), maar daar komt in de praktijk weinig van terecht. Ik scoorde bij redelijk normaal gebruik 1 op 17,2 en dat is voor een auto in deze klasse nog best netjes.

Het dashboard is aanvankelijk een teleurstelling. Beetje weinig knopjes en meters voor een auto in deze klasse. Dat is echter beleid bij Volvo. Te veel knoppen en schakelaars leiden de bestuurder maar af. En na een dag of twee blijkt alles wat je als bestuurder nodig hebt toch wel aanwezig. Dat is geruststellend. De zesversnellingsbak schakelt prima, het stuur ligt boven- gemiddeld goed in de hand en eigenlijk zou alleen de bediening van het navigatiesysteem wat simpeler mogen. De digitale wegwijzer is wat moeilijk te doorgronden, maar weet wel alle bestemmingen te vinden. En ook dat is een veilig idee.