SP'er volgt, en let op eigen centen

Onzekere politici van de PvdA willen niet met Job Cohen de volgende verkiezingen in. Zelfverzekerde SP-politici zijn dolblij met leider en koers. Alleen over wat ze aan de partij moeten afdragen zijn ze kritisch.

Wie een SP’er op de kast wil jagen, zegt dat zijn partij niet democratisch is. Als een journalist zoiets beweert, wordt hij direct ontboden bij de SP-leider zelf, Emile Roemer, die vervolgens rustig en geduldig de hele partijstructuur uit de doeken doet.

De ergernis is begrijpelijk. Het beeld stamt uit een ver verleden, jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. De SP was toen een kleine maoïstische splinterbeweging, met strakke hand geleid door de paranoïde en sektarisch gedreven Daan Monjé en zijn ‘politburo’.

Handlangers als ‘propagandasecretaris’ Koos van Zomeren, de latere NRC-columnist en romancier, schreven na hun vertrek over de onbarmhartige wijze waarop toentertijd werd afgerekend met verdachte of anderszins onwelgevallige kameraden. Democratisch ging dat niet, wisten ook spijtoptanten aan Kees Slager te vertellen, SP’er en auteur van het boek Het geheim van Oss. Democratie zagen de SP’ers van het eerst uur als schaamlap van het kapitalisme; burgerlijke truttigheid waar ze wel raad mee zouden weten na de revolutie.

Maar dat is jaren geleden. Begin jaren negentig, kort voor de toetreding van de SP tot het Nederlandse parlement, is een nieuwe partijstructuur uitgetekend waarin partijleider noch politburo het middelpunt is van de besluitvorming. De 140 afdelingen met in totaal zo’n 40.000 leden hebben in het congres, partijbestuur en partijraad een doorslaggevende stem.

Waarom valt dat nooit op?

Omdat de leden zelden tot nooit (eigenlijk nooit) lijnrecht tegenover de partijtop staan. PvdA’ers lopen voortdurend te hoop tegen de koers van de partijtop, tegen verhoging van de AOW-leeftijd, tegen aanpassing van de ziektewet of een buitenlandse militaire missie. Zo niet in de SP. Uit het onderzoek blijkt vooral hoe eensgezind het partijkader is, zelfs over controversiële ‘mijlpalen’ van accommodatie: als de acceptatie van de monarchie en het Nederlands NAVO-lidmaatschap. Of de beslissing van de fractie mee te vergaderen in de ‘commissie stiekem’, over kwesties van binnenlandse veiligheid.

Ronald van Raak, partij-ideoloog en de enige afgestudeerde filosoof in de Tweede Kamer, heeft een verklaring voor de onrust in de gelederen van de PvdA en de rust in die van de SP. „Bij de PvdA denken ze altijd: wat de mensen in het land willen, dat kan niet. Wij zeggen: wat de mensen willen, kan wel”. Zoals? Arbeidsrechtelijke bescherming, geen Europese Grondwet, geen verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Van Raak: „Eigenlijk gewoon het behoud van de verzorgingsstaat. Dat kan. PvdA-politici geloven dat niet. Daar kijken ze sinds de jaren negentig door een rechtse bril. Hun kiezers willen dat helemaal niet, maar de PvdA-politici kunnen niet meer anders.”

De eensgezindheid van SP’ers verdwijnt, zo blijkt uit het onderzoek, als het gaat over de zogenoemde afdrachtregel, de interne regel die politici van de SP dwingt een groot deel van hun salaris af te staan aan de partij. Dat kan oplopen tot 75 procent van de vergoeding die politici voor hun werk krijgen. De hoogte is afhankelijk van behoefte en functie.

Ja, zegt een derde van de SP’ers, die regeling is toe aan herziening. Nee, zegt iets meer dan de helft, die moet blijven zoals-ie is.

Regelmatig stappen raadsleden en Statenleden zelfs uit de partij uit onvrede met de regel. In Veghel en Den Helder scheidde hele raadsfracties zich af van de SP. Roemer over de weglopers: „Het vlees is zwak”. Tegelijk dreigde hij met zijn vertrek als de partij de regel afschaft. „Het is de trots van de partij.” Een van de redenen dat hij lid werd.

De leden hoorden hem. Bij het afgelopen congres stemden ze met 97 procent van de stemmen in met de regeling. Maar… Als SP’ers anoniem hun mening mogen geven, als in dit onderzoek, dan verdwijnt de kadaverdiscipline als sneeuw voor de zon.