Net zo driftig en ijdel als Napoleon

Acteur Huub Stapel speelt Napoleon. „Er moet een complete genialiteit in hem hebben gescholen. Complete gekte, en genialiteit.”

Hij lijkt wel een beetje op Napoleon, denkt Huub Stapel. Nee, nee, niet de genialiteit. Wel de ijdelheid – hij erkent het ruiterlijk, het machismo, het brisante temperament. „In die drift herken ik me heel erg. Ik kan echt ontploffen. Soms.” Vandaag gaat de voorstelling Napoleon op Sint-Helena in première, waarin de 58-jarige acteur de rol van Napoleon speelt. Een bijzondere rol en een eer, noemt hij dat. „Er is over niemand in de geschiedenis zoveel geschreven als over Napoleon, er zijn 250.000 boeken over hem. Goethe, Lord Byron, Voltaire; zij hebben allemaal over hem geschreven. Er moet een complete genialiteit in hem hebben gescholen. Complete gekte, en genialiteit.”

Het stuk Napoleon op Sint-Helena, geschreven door Léon van der Sanden, gaat over de laatste jaren van Napoleon, die hij in ballingschap doorbracht op het eiland Sint-Helena. Hij wordt er bewaakt door drieduizend Engelse soldaten, komt in hevig conflict met hun gouverneur, vrijt met de vrouw van zijn trouwste generaal en sluit vriendschap met een veertienjarig meisje. Stapel: „Hij hield enorm van spelletjes, daarin was hij echt een kind: hij kon niet tegen zijn verlies, speelde vals. Zijn vriendschap met dit meisje was bijzonder, zij mocht hem commanderen: ‘Nappie, zit!’ Dat accepteerde hij alleen van haar.” Na vijf jaar op het eiland sterft Napoleon. Maagkanker of een arsenicumvergiftiging, dat is nooit opgehelderd – Van der Sanden kiest in zijn stuk voor het laatste.

Stapel baseerde zijn interpretatie van Napoleon op twee andere historische figuren. „Bij de perfide machtswellust en dat explosieve dacht ik aan Hitler. Die andere kant: de giechelende man die zich onder tafel verstopt, vond ik bij Mozart, zoals in de film Amadeus. Fascinerend, vond ik: enerzijds die grote heroïek, dat wereldpodium, en dan dat volstrekt kinderachtige.” Een fraai palet om te spelen. „Dat vind je verder alleen bij Shakespeare.”

Hij wist dat hij zijn mooiste rollen zou spelen na zijn veertigste. „Als je niet het talent hebt van Pierre Bokma moet je rijpen en uren maken. Je krijgt meer ervaring, je wordt zekerder van jezelf, je krijgt het vertrouwen dat er mensen zijn die het in orde vinden wat je doet. Als je dan bij jezelf landt, ergens onderweg, dan pas kun je rollen spelen die zo’n heel gamma beslaan.”

Napoleontje spelen, dat is natuurlijk wel een jongensdroom. „Maar mijn hele carrière is een jongensdroom.” Na de toneelschool in Maastricht debuteren naast Mary Dresselhuys, toen landelijke roem dankzij de film De Lift (1983). Daarna ging het snel met Stapel. Hij stond op het toneel in Nederland en Vlaanderen, speelde in Duitse krimi’s, had rollen in talloze films en televisieseries, kreeg een paar Gouden Kalveren. De laatste jaren speelt hij veel in het commerciële toneelcircuit, maar zijn prestaties worden erkend met nominaties voor de ‘serieuze’ toneelprijzen Arlecchino en Louis d’Or. „Ik ben niet geschikt voor de derde paal van links, dat heb ik altijd geweten; ik wil meedoen in de eredivisie. En dat doe ik. Maar ik spreek wel eens iemand bij een voorstelling, die zegt: ‘ik wist niet dat u dit ook deed. Ik ken u alleen uit Flodder’. Dan denk ik: moet ik nu echt gaan vertellen dat ik in 105 films heb gespeeld?” De suggestie dat de rol van aso Johnnie Flodder zijn imago aanzienlijk heeft bepaald, verwerpt Stapel. „Nou ja, twee miljoen mensen hebben dat gezien, dus het zal wel een beetje aan me kleven. Maar wie mij nu nog Johnnie Flodder noemt, is de laatste vijfentwintig jaar niet buiten geweest.”

Boos was hij dan ook op theatermaker Laura van Dolron, die zich in haar voorstelling Stemwijzer opwond over Stapel. Hij gaf in een RTL-verkiezingsdebat commentaar op Job Cohen. Johnnie Flodder zou politici wel even uitleggen hoe het moest, sneerde zij. Hij las het in NRC Handelsblad. „Toen heb ik een brief geschreven. Ja, dan erger ik me kapót. Ik doceer retorica aan de rechtenfaculteit van de UVA, en in die hoedanigheid zat ik daar. En zo’n meisje zet mij weg als uitgerangeerde B-acteur. Dan denk ik wel even: mevrouw, wie bent u eigenlijk? We hebben nota bene aan dezelfde opleiding gestudeerd. Hoe dom kun je zijn? Maar na een uur is het over hoor.”

In de voorstelling zegt zijn Napoleon: ‘Het gevoel belachelijk te zijn ken ik niet’. Die uitspraak onderschrijft Stapel van harte. Althans, deels. „Ik bepaal zelf wanneer ik belachelijk ben, ja. Ik heb al lang geleden besloten me niet meer te schamen. Als ik naakt op het toneel sta, en mensen denken: wat een rare buik! Of: wat een korte beentjes! Wat zou dat? Hoe ouder ik word, hoe minder het me kan schelen wat mensen van me vinden. Ook ben ik opgehouden bescheiden te zijn. Waarom zou ik, voor wie? Ik mag toch best wel zeggen dat ik een beetje kan spelen?”

In de persoonlijke sfeer kan hij zich wel belachelijk voelen. Daarbuiten: nooit. „Maar als ik iets fout doe met Resie of de kinderen, dan kan ik echt denken: Oen! Stoethaspel!” Een andere uitspraak van zijn personage, ‘spijt is voor lafaards en zwakkelingen’, vindt hij dan ook flauwekul. „Als ik iets stoms heb gedaan, ben ik de eerste om sorry te zeggen.”

Eén keer schrok hij van zichzelf. Twee dronken Ajax-fans stonden te plassen tegen het raam van de overburen. ‘Wat moet dat?’, vroeg Stapel. ‘Waar bemoei je je mee, ouwe?’ kreeg hij terug. „Toen heb ik die jongen zo, táts, een draai om z’n oren gegeven. En z’n vriend ook, táts! Niks ernstigs, gewoon een draai om de oren.” Maar achteraf daagde het: hij traint een beetje, doet aan bodybuilding. „Als je dan een keer te hard slaat, sla je misschien iemand dood. Dat is natuurlijk ook niet de bedoeling.”

Even overwoog hij om iets aan die woede te doen. Het kwam er niet van. „Het is niet meer voorgekomen. Ik wind me nog wel op, over alles: slecht stadsbestuur, politici, allerlei onrecht. Ik heb soms geen lont, niet eens een korte, gewoon geen. Maar die energie kan ik goed kwijt in deze rol. Woede jaagt mij voort.”

Napoleon op Sint-Helena. Première 21/1, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Inl. www.finkers.nl