Na de trots kwam de leegte naar Greenwood

De bewoners van het vroegere textielstadje Greenwood (South Carolina) vragen zich af op wie ze moeten stemmen. „Het zijn mensen uit de elite, die niet hebben meegemaakt wat er gebeurt als een gemeenschap instort.”

Frances Flaherty pakt de ingelijste foto op die, bizar toeval, vandaag van de muur was gevallen. De foto dateert uit 1956, toen bijna alle volwassen inwoners van het stadje Greenwood, in South Carolina, in de textielfabriek Greenwood Mills Matthews Plant werkten.

„Twee dingen vallen me op”, zegt Flaherty, eigenaar van een lunchtentje tegenover de fabriek. Het is lunchtijd, maar aan de gedekte tafels zitten maar een paar middelbare mannen. „De mensen op de foto zijn allemaal blank, op één vrouw na, hier vooraan. Dat is hier nu wel anders. En de mensen kijken gelukkig, trots. Ze hebben hun kleren gestreken, ze lachen.” Ze wijst haar familie aan. Haar oma, haar vader, een tante.

De enorme fabriek aan de andere kant van de straat staat al vier jaar leeg. Het immense parkeerterrein is verlaten, uit het bakstenen gebouw komen niet langer de geluiden waarmee Frances Flaherty opgroeide. Het gelach van de werknemers, de herrie van de textielmachines, de vrachtwagens die de kleren ophaalden. Ze is gewend geraakt aan de stilte, al heeft de sluiting van de fabriek haar zaken geen goed gedaan. „Maar vandaag hoorde ik dat de lege fabriek gesloopt gaat worden. Onze laatste herinnering aan een mooie tijd, toen iedereen nog trots was op Greenwood.” Ze huilde toen ze het hoorde. Vlak daarna donderde de foto van de muur in het restaurant.

Greenwood is een stadje met ruim 20.000 inwoners, verscholen in het bosrijke westen van South Carolina. De wegen zijn breed, de vrijstaande huizen zijn van baksteen en hebben een grote veranda. Slecht onderhouden trailerparken, zoals in omliggende dorpen, zijn hier niet te zien. Armoede is hier nog niet goed zichtbaar, omdat het er nog maar net is. Volgens het Amerikaanse Centraal Bureau voor de Statistiek is van alle districten in de Verenigde Staten uitgerekend Greenwood er economisch het hardst op achteruitgegaan in de afgelopen vier jaar. De cijfers zijn dramatisch: de armoede verdubbelde in een paar jaar, van 12 naar 25 procent. De werkloosheid ligt rond de 33 procent, tegen 10 procent elders in South Carolina en 9 procent in de Verenigde Staten.

Voorverkiezing

Vandaag houden de Republikeinen in South Carolina, als derde staat, voorverkiezingen om de Republikeinse presidentskandidatuur. South Carolina heeft meer inwoners dan Iowa en New Hampshire samen, dus de winnaar is meteen koploper. Voor het eerst gaat het in de nu drie weken durende race om de Republikeinse presidentskandidatuur over het thema dat in november, als de winnaar het tegen president Barack Obama opneemt, dominant zal zijn: de recessie, en de toenemende armoede in Small Town America. Het zijn de kleine steden als Greenwood, waar de Amerikaanse middenklasse lijdt onder recessie, waar de beslissing zal vallen.

Iowa en New Hampshire zijn relatief welvarend, en de kandidaten besteedden hun tijd vooral aan onderwerpen die daar speelden: abortus, wapenbezit of landbouwsubsidies. Hoe de kandidaten vallen in een staat als South Carolina, en met welke oplossing ze de armoede in Amerika willen bestrijden, leert veel over hun kansen in november. South Carolina is diep religieus, conservatief en Republikeins. Onder president Obama is de werkloosheid gestegen, en maakte Greenwood de slechtste jaren in zijn geschiedenis mee.

Gekkenwerk

Maar de inwoners wantrouwen de Republikeinse kandidaten evenzeer als Obama. „Ze hebben er niks van begrepen”, zegt Todd Mitchell, een middelbare man. „Het zijn mensen uit de elite, die niet hebben meegemaakt wat er gebeurt als een gemeenschap instort. Laten ze wegwezen met hun schijnoplossingen.” Mitchell koopt een coffee-to-go en stapt in zijn Jeep, voor een nieuwe, moedeloos makende rondgang. Hij is verzekeringsagent in Greenwood en gaat de deuren langs om levensverzekeringen te verkopen. „Sinds die fabriek dicht is, verkoop ik bijna niets meer”, zegt hij. Officieel gaat het goed met Mitchell: hij heeft nog werk. Maar nu hij vrijwel geen polissen meer verkoopt, loopt hij de bonus op zijn lage salaris mis. „Ik kan niet leven van mijn inkomen, maar ik kan ook niet weg. Probeer nu eens een huis te verkopen. Gekkenwerk.”

De verbittering in Greenwood is misschien wel groter omdat de herinnering aan de bloeitijd in het stadje nog zo vers is. In het begin van de twintigste eeuw leverde het plaatsje kleding in heel Amerika. De familie Mills, eigenaren van het acht fabrieken tellende bedrijf, liet grote huizen bouwen voor de werknemers. De bewoners zetten als dank een standbeeld midden in het plaatsje. Maar de productiekosten werden te hoogen kleding uit China nam de markt over. Er vielen duizenden ontslagen voordat de fabriek in 2007 sloot. Het leger sponsort nog een klein aantal werknemers door elk jaar camouflagekleding te bestellen. Todd Mitchell: „Dit was een stad waar elke dag plezier gemaakt werd. Er werd gesport, muziek gemaakt. Er is niks meer van over, behalve al deze huizen, die nu veel te groot lijken.”

Respectloos

De inwoners van Greenwood stemmen in ruime meerderheid Republikeins. Zo doen ze dat al decennia. Maar de door Republikeinen gedomineerde Senaat in South Carolina en gouverneur Nikki Haley hangen de inwoners de keel uit. Het ministerie van Werkgelegenheid verplicht werklozen voortaan werk aan te nemen dat onder hun niveau ligt. Een Republikeinse senator, Paul Campbell, wil dat werklozen zestien uur per week vrijwilligerswerk doen, om hun arbeidsethos te behouden. „Het is respectloos”, zegt John Smith, werkloos sinds de sluiting van de textielfabriek. „Het is niet onze schuld dat we geen werk hebben. De Republikeinen zijn al net zo erg.”

De topfavoriet voor de Republikeinse nominatie, Mitt Romney, heeft het moeilijk in South Carolina. Zijn imago van harde saneerder in het bedrijfsleven roept wantrouwen op in de door neergang geteisterde staat. Een paar dagen geleden deed Romney iets opmerkelijks. Hij hoorde tijdens een bijeenkomst in Columbia, niet ver van Greenwood, dat er een vrijwilliger aanwezig was zonder werk. Hij graaide in zijn broekzak en haalde er vijftig dollar uit. Alstublieft, zei hij, voor u.

Smith: „Dat was weer van dat directeurengedrag waar iedereen hier zo de pest aan heeft. Het leek alsof hij wilde zeggen dat hij die vijftig dollar zo kon missen. Hij deed hetzelfde toen ik hem in een debat een weddenschap van tienduizend dollar hoorde sluiten.”

Eind deze week werd de situatie voor Romney nóg lastiger toen concurrent Rick Perry uit de race stapte en zich achter Newt Gingrich schaarde. De steun van Perry kan in South Carolina net het verschil maken voor Gingrich, die volgens peilingen Romney heel dicht nadert in de belangrijke zuidelijke staat. Perry adviseerde zijn – kleine – achterban om op Gingrich te stemmen: „Newt is een conservatieve visionair die ons land kan veranderen.”

Er rijden wat vrachtwagens het terrein van de textielfabriek op. Frances Flaherty loopt naar het raam en blijft een tijdje kijken. Er zijn toch geen gasten meer. „Ze komen de spullen halen”, roept ze naar haar man, die in de keuken staat. „De sloop gaat daarna beginnen. Drie generaties Flaherty hebben daar gewerkt. Het klinkt gek, ik was gehecht geraakt aan dat lege gebouw.”