'Mijn grootouders betalen de studie'

Libo Niu (25),Wageningen Universiteit

Master Glastuinbouw

‘Elke dag begon ik op het lab om half negen ’s ochtends en werkte ik tot half één ’s nachts. Dat deed iedereen in mijn vakgroep in Peking.” Libo Niu stond met een groepje internationale studenten te kletsen bij het onderwijsgebouw van de Wageningen Universiteit. “Ik was de enige die alleen maar een bachelor-diploma had, dus de druk was hoog. Ik huurde een kamertje vlakbij het instituut, dus het ging.

“Bijna vijf jaar werkte ik in de plantengenetica, maar nu wil ik mijn master halen. Ik kom uit een familie van tuinbouwers. Wageningen is in de plantkunde beroemd. Nu kan ik wat van de wereld zien, mijn Engels verbeteren. Mijn Chinese vriendin studeert hier ook.

“Ik ben bij mijn grootouders opgegroeid. Zij betalen het grootste deel van mijn studiekosten. Het collegegeld van mijn master is 10.000 euro per jaar, en ik heb nog eens zo veel nodig om van te leven. Zelf heb ik maar 1.000 euro gespaard. Ik heb eerst Engelse lessen genomen aan de Haagse Hogeschool.” Hij spreekt in dit interviewtje ook Engels (net als de andere Chinese studenten).

“In oktober ben ik hier begonnen. Ik kreeg niet alles geregeld voor het begin van het academisch jaar. Daardoor was mijn eerste vak een ramp. Ik had geen boeken, geen spullen voor de practica. Ik ben gezakt. Nu gaat het allemaal wat soepeler. ’s Avonds studeer ik ook, want omdat mijn Engels niet zo goed is, kost studeren me veel tijd.

“Mijn vriendin en ik hebben een tweepersoons kamer in een internationaal studentenhuis. We wonen met z’n dertigen, van vijftien nationaliteiten. We zijn gelukkig.

“Als ik volgend jaar mijn master gehaald heb, wil ik het liefst ook hier mijn PhD (promotietraject) doen, of in de VS of Canada. En het liefst zou ik nu al naast mijn studie gaan werken, als technicus in een plantenkas. Ik vloog gisteravond terug van vakantie in Spanje, en dan zie je het gele schijnsel van de kassen overal beneden.

“Naar China teruggaan vind ik niet nodig. Op mijn vijftiende zijn mijn grootouders en mijn moeder terugverhuisd naar de provincie Guangdong. Sindsdien woonde ik in mijn eentje in Peking. Ik hou echt wel van mijn familie. Maar ik hoef niet bij ze te gaan wonen.”

Hester van Santen