Kolkend stadion, drommen fans maar ook nu weer onnodig verlies

De waterpolovrouwen leden op de EK in Eindhoven weer een nederlaag: na Rusland was nu Hongarije te sterk. Toch ziet de ploeg lichtpuntjes.

Iefke van Belkum kon het maar moeilijk bevatten. Het was haar nog nooit overkomen in Nederland: een kolkend stadion, met drommen fans die elkaar verdrongen tot op de trappen. Alsof er olympisch goud op het spel stond in het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion.

Maar ondanks die on-Nederlandse waterpolosfeer stond de trotse kampioen van Peking (2008) vrijdagavond ook na het tweede duel EK-duel in Eindhoven, met 9-8 verloren van Hongarije, nog met lege handen. „Dit is zó balen. Ik heb nog nooit met zo’n geweldige sfeer in Nederland gespeeld. Je wilt zo graag laten zien dat waterpolo een mooie sport is, dat we er keihard voor trainen.”

Na de onnodige nederlaag van woensdag tegen Rusland (11-10) was de verliespartij tegen Hongarije gisteravond nog moeilijker te verkroppen voor de jonge ploeg rond de sterspeelster uit Leiden. Aan het begin van het vierde kwart leidde Nederland soeverein met 8-6, en niets leek een oranjefeestje te kunnen verpesten in het warme Brabantse bassin. Maar de realiteit was anders: de Nederlandse ploeg, nog steeds in opbouw na een flinke verjongingskuur, klapte in de vierde periode helemaal dicht en zag de Hongaarse vrouwen drie keer scoren.

„We hebben een verschrikkelijk vierde kwart gespeeld”, erkende bondscoach Mauro Maugeri. De Italiaan kon langs de badrand gillen en wijzen wat hij wilde, hij zag zijn ploeg in acht minuten tijd langzaam kopje onder gaan. „We hadden kansen zat, maar we waren bang om te winnen. Ik vind het doodzonde voor al die mensen hier. Het spijt me”, zei de emotionele Siciliaan.

Maugeri bouwde zijn ploeg rond de vijf speelsters die in Peking nog wel van de partij waren, met Van Belkum, aanvoerster Yasemin Smit en Mieke Cabout als zwaargewichten. Maar die basis blijkt vooralsnog te smal om met de wereldtop te kunnen concurreren. Met name van Van Belkum wordt veel geëist, in fysiek en mentaal opzicht. Tegen Hongarije kreeg ze alleen rust op de momenten dat ze met een straf uit het water werd gestuurd. „Iefke was heel moe”, zei Maugeri. „Maar zij moet veel spelen, ze is zo belangrijk voor ons. Voor wie moet ik haar wisselen?”

Van Belkum zelf zegt niet te lijden onder de enorme werklast. „Ik heb niet het gevoel dat het fysiek te zwaar is, omdat we om de andere dag spelen. Ik heb ook niet het gevoel dat ik als enige de kar moet trekken.”

Ondanks de teleurstellende tweede nederlaag voor eigen publiek liet Van Belkum zich snel van haar optimistische kant zien. „We zijn al eens eerder een toernooi begonnen met twee nederlagen. Toen gingen we met olympisch goud naar huis.”

In Peking verloor Nederland destijds in de groepsfase zowel van Australië als van Hongarije. Die laatste ploeg werd later in het toernooi, in de halve finales, alsnog verslagen. Van Belkum: „We moeten als team positief blijven. Dit waren twee moeilijke tegenstanders, wedstrijden die je kunt verliezen. Maar we hebben echt goed gespeeld. Misschien is het een mentaal probleem als je een paar keer een voorsprong uit handen geeft. Maar mentale problemen kun je oplossen. Als je allemaal niet kunt gooien of zwemmen, heb je een veel groter probleem.”

De twee nederlagen hoeven bovendien geen nadelige gevolgen te hebben voor de Nederlandse kansen om de Spelen van Londen te halen. Nederland moet in Eindhoven bij de beste zes landen eindigen om zich te plaatsen voor het olympisch kwalificatietoernooi, in april in het Italiaanse Triëst. Voor de EK in Eindhoven hield Nederland er rekening mee dat het bij de beste vijf moest eindigen voor een plek op dat kwalificatietoernooi. Wereldzwemfederatie FINA maakte echter afgelopen woensdag bekend dat de opengevallen plek van het Afrikaanse continent, dat geen land afvaardigt naar Londen, aan Europa wordt toegekend.

Op dat kwalificatietoernooi in Triëst liggen vier olympische tickets klaar. In Londen doen bij de vrouwen in totaal acht landen mee. Van Belkum richt zich in Eindhoven helemaal op de kruisfinales van de EK. Daarvan is de ploeg verzekerd als het zondag Groot-Brittannië verslaat, veruit de minste ploeg in de groep. „Wat wij nodig hebben is dat we Groot-Brittannië helemaal het bad uit spelen. Ook voor het publiek.”