Ik heb gewacht tot die traan over zijn wang liep

Amateurfotografen rukken op maar de top is stabiel, constateren twee kanshebbers op de Ziveren Camera.

Rosan Hollak

‘Ik denk dat jij hem dit jaar gaat winnen”, zegt fotograaf Joost van den Broek tegen fotograaf Koen van Weel. Ze zitten aan de koffie in een café in Amsterdam-West. „Niet omdat Koen meer nominaties heeft, maar omdat hij dit afgelopen jaar belangrijke onderwerpen heeft gefotografeerd, zoals Mauro en de schietpartij in Alphen aan den Rijn. De Zilveren Camera gaat uiteindelijk over een belangrijke nieuwsgebeurtenis, dus als zoiets goed in beeld is gebracht, maak je wel veel kans.”

Morgen wordt de Zilveren Camera uitgereikt voor de beste nieuwsfoto van 2011. Zowel Volkskrant-fotograaf Joost van den Broek (44) als ANP-fotograaf Koen van Weel (28) zijn dit jaar veelvuldig genomineerd. Van den Broek heeft maar liefst vier foto’s in de competitie voor de beste nieuwsfoto, Van Weel vijf (zie kaders). Reden voor een dubbelinterview met beide fotografen.

Van Weel maakte de genomineerde foto van een introverte, huilende Mauro op 1 november in Den Haag, vlak voordat de Tweede Kamer zou gaan stemmen over een motie om de Angolese jongen in Nederland te houden. Hij maakte het beeld in ‘a split second’. „Een gelukje. Toen ik de opnames achteraf op mijn camera bekeek, had Mauro op het beeld ervoor zijn ogen nog open, op de opname erna was zijn hoofd al weggedraaid.” Wel had hij tot het juiste moment gewacht. „Ik zag het traanvocht in zijn ooghoek opwellen, ik heb gewacht tot die traan over zijn wang liep.”

Het beeld van Van Weel werd in de dagen erna veelvuldig in kranten en op sites gebruikt. Dat hij tussen 15 andere fotografen stond om de Angolese jongen vast te leggen, noemt hij ‘bijna genant’. „We stonden met wel vijftien fotografen te klikken, dat ging wel wat ver.” De kwestie Mauro maakte indruk op Van Weel. „Ik had echt met die jongen te doen. Maar ja, ik moet wel afstand houden en gewoon mijn werk doen.” Nuchter benaderde hij ook de schietpartij op 9 april in het winkelcentrum in Alphen aan den Rijn. „Ik was daar vier uur later en wilde vanaf het balkon van een flatgebouw een lijk op straat onder een deken fotograferen. Ik had slecht zicht, toen ben ik toch maar even naar een andere flat gewandeld om een betere foto van die scène te krijgen.”

Als ANP-fotograaf moet Van Weel vaak divers nieuwsbeeld leveren. „De foto’s zijn voor zowel kranten als internetsites. Ik ga eigenlijk heel klantgericht te werk. Joost werkt heel anders.” „In feite ben ik egoïstischer”, zegt Van den Broek. „Ik werk vaak langer aan een foto of beeldverhaal. Ik ben altijd op zoek naar een beeld met een dubbele laag. Ik wil dat een foto een eigen verhaal vertelt.”

„Dat is ook typisch Joost”, zegt Van Weel. „Neem jouw foto van het buurtprotest tegen de penningmeester van de pedofielenvereniging. Je ziet wat mensen door een raam turen. Om te begrijpen wat je als toeschouwer ziet, moet je echt langer kijken.” Van den Broek: „Ik heb de luxe dat ik van fotoredacties veel mijn eigen gang mag gaan. Het landelijke nieuws, waar het vaak heel druk is, hoef ik vaak niet te doen.”

Volgens de Volkskrant-fotograaf neemt de drukte bij nationale persmomenten de laatste jaren flink toe. „Bij onderwerpen die van tevoren op nieuwssites worden aangekondigd, zoals afgelopen december de scholierendemonstratie op het Museumplein, staan nu ineens dertig fotografen.” Bij de première van de film De Heineken Ontvoering in de RAI liep het volgens hem al helemaal uit de hand. „Daar stonden zestig journalisten onder wie heel wat fotografen. Zo’n event zou je met drie man kunnen verslaan.”

Zowel Van Weel als Van den Broek constateert dat de laatste jaren steeds meer amateurfotografen mediabijeenkomsten bezoeken. Van den Broek: „Veel nieuwssites willen ook beeld. Daar zit een gat voor de semiprofessionele fotograaf. Zo iemand hoopt voor zijn beelden een kleine vergoeding te krijgen.”

Het wordt inderdaad steeds lastiger om een goede foto te maken, meent Van Weel: „Laatst bij de demonstraties van de schoonmakers was het echt heel druk.” „Ik moet nu wel eens iemand wegduwen”, zegt Van den Broek. „Mensen met een iPhone gaan soms pal voor je staan. Laatst werd iemand zelfs boos omdat ik voor zijn mobieltje stond. Terwijl ik gewoon mijn werk deed. Dat is niet normaal.”

„Ik let wel op collega’s als ik voor een groep langs moet”, zegt Van Weel. „Maar zo’n semiprofessionele fotograaf gaat gewoon voor je staan.” Een goede fotograaf moet continu om zich heen kijken, meent Van den Broek. „Hij overziet een situatie, kan ruimte geven aan collega’s, een amateur heeft die concentratie niet.”

Dat de drukte op allerlei persmomenten fors is toegenomen heeft volgens Van den Broek ook met ‘luiheid’ te maken. „Als je ergens makkelijk heen kan gaan en snel kan leveren, is dat makkelijker scoren dan drie dagen aan een beeldreportage werken.” Volgens Van den Broek speelt dit probleem niet alleen binnen de fotojournalistiek. „Veel journalisten tonen minder initiatief. Iedere scheet die Wilders laat, wordt getoond op het Journaal en vervolgens herhaald op tientallen nieuwssites en dan nog eens bij De wereld draait door. Dat is een vorm van bloedarmoede. Journalisten en fotografen moeten continu blijven nadenken en zoeken naar eigen onderwerpen en invalshoeken. Dat is onze journalistieke plicht.”

Toch gaat het niet slecht met de Nederlandse fotografie, meent Van Weel. „De top levert goed werk, daar komen ook niet zoveel nieuwe fotografen bij. Bij de uitreiking van de Zilveren Camera worden vaak fotografen genomineerd die al een naam hebben opgebouwd, zoals Chris de Bode of Robin Utrecht.”

Van Weel als Van den Broek zijn in de afgelopen jaren vaak genomineerd voor hun werk, maar de Zilveren Camera hebben ze nog nooit gewonnen. Vinden ze de prijs belangrijk? Uiteraard, zegt Van den Broek. „Maar het kost je wel opdrachten.” Hij glimlacht. „Je moet drie dagen vrij nemen om interviews te geven.”