Ik ga trouwen, ik leef op een roze wolk

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Jan en ik wonen nog maar vijf maanden samen. Met mijn nieuwe huisarts had ik nog niet kennisgemaakt. Dat hoefde ook niet, als je steeds maar ziekenhuis in, ziekenhuis uit gaat. Maar twee weken geleden dacht ik: laat ik toch eens langsgaan, nu ik weet dat m’n einde nadert.

„Voor een huisarts is het natuurlijk wel even slikken als je zegt: hallo, ik ben Laura, ik ben een nieuwe patiënt en ik ga dood. Ik doe daar niet dramatisch over: shit happens, ik zie het gewoon als vreselijke pech. De huisarts zei: ‘Ik kan me moeilijk voorstellen dat je dit echt zo voelt.’

„Vorige week was ik weer bij hem. Toen gaf hij mij een aflevering uit deze serie: het verhaal van Jip Keijzer, de jongen van 24, dat twee weken geleden in de krant stond. ‘Nu ik dat heb gelezen’, zei de huisarts, ‘begrijp ik beter hoe jij tegenover de dood staat. Ik herken jou in dit verhaal.’

„En inderdaad, mijn houding is ook: het heeft niet veel zin me ellendig te voelen en in een hoekje te gaan zitten janken. Daar heeft niemand wat aan en ik al helemaal niet. Ik geniet met volle teugen van mijn leven in de korte tijd die ik nog heb. Ik voel zóveel liefde van mijn omgeving.”

„Eigenlijk ben ik nog maar sinds twee jaar echt gelukkig. Van m’n 15-de tot m’n 29-ste ben ik depressief geweest. Dat kwam door het slikken van de pil, weet ik nu. Toen ik twee jaar geleden door de chemokuren met de pil moest stoppen, raakte ik plotseling m’n depressieve gevoelens kwijt. Wat bleek? Ik heb een intolerantie voor oestrogeenremmers. Geen arts, of psycholoog, of psychiater die dat ooit heeft onderkend. Ik moest dus borstkanker krijgen om van m’n depressies af te komen.

„Depressies hadden van mijn leven een worsteling gemaakt. Hierdoor liep het thuis allemaal niet goed en heb ik vijftien jaar lang geen contact met mijn vader gehad. Een jaar of negen geleden was ik zo ontevreden over mijn leven dat ik dacht: nu moet een doel hebben om voor te leven, anders wordt het nooit wat. Toen ben ik me gaan richten op mijn grote passie – theater. Het is me gelukt te worden toegelaten tot de Royal Academy of Dramatic Arts in Londen, waar ik een tweejarige opleiding theatertechniek heb gedaan. Daarna kon ik aan het werk in het bedrijf van André Rieu, waar ik heb meegewerkt aan de bouw van het Weense slot Schönbrunn: het grootste decor dat ooit is gebouwd in de muziekwereld.

„De band met mijn moeder en mijn broer is de afgelopen jaren heel hecht geworden, doordat we in het ziekenhuis zo veel tijd met elkaar hebben doorgebracht. Ook met mijn vader heb ik nu weer goed contact, hij is een enorme steun voor mij. Zo zie je hoeveel goeds zo’n ziekte ook kan brengen.

„In het theater heb ik Jan leren kennen, de grote liefde van mijn leven. Vier jaar geleden zag ik hem voor het eerst, toen ik in het Chassé Theater in Breda werkte en hij binnenkwam met de crew van de musical Ciske de Rat. In een flits dacht ik: hij is ’t! Pas een klein jaar geleden hebben we een relatie gekregen, toen ik al kanker had. Dat maakte hem niet uit, hij heeft toen onvoorwaardelijk voor mij gekozen.

„Ik ben nu het gelukkigste meisje van de wereld. Op 13 februari gaan Jan en ik trouwen. Twee weken geleden, op een vrijdag, kregen we te horen dat de kanker weer verder is uitgezaaid, in mijn hoofd; op woensdag hebben we elkaar diep in de ogen gekeken en gezegd ‘laten we gaan trouwen om voor altijd met elkaar verbonden te zijn’; afgelopen dinsdag zijn we in ondertrouw gegaan.

„Ik zit nu een adressenlijst te maken die zowel voor onze huwelijkskaart als voor mijn overlijdensbericht te gebruiken is. Jan en ik zaten te fantaseren: het is een scene voor een musical – meisje zingt hartverscheurende solo met een laptop op schoot.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

De aankondiging, vorige week, dat deze serie binnenkort zou eindigen, leverde veel aansporingen op om door te gaan. Daarom: wordt vervolgd. Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl. Twitter: #hetlaatstewoord