'Hollandse sandwich' ondermijnt belastingmoraal in Portugal

De boosheid in Portugal over het ontwijken van belastingen door bedrijven staat niet op zich. Nederland mag buitenlandse bedrijven gunstige voorwaarden bieden, maar het roept ook ergernis op. „Het wordt tijd voor één Europees belastingregime.”

Pingo Doce is maar het topje van de ijsberg in Portugal. Van de twintig grootste beursgenoteerde bedrijven in Portugal zijn er zeventien die zich afgelopen jaren in Nederland hebben gevestigd. Allen hebben één of meerdere BV’s of special purpose vehicles, kleine kantoortjes in Amstelveen, Amsterdam of Rotterdam.

Voor Portugese multinationals is Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats. Nederland heft geen vennootschapsbelasting over winst die in het buitenland is behaald. Deze zogeheten deelnemingsvrijstelling verklaart waarom het Portugese conglomeraat Sonae maar liefst vier BV’s in Amsterdam heeft. Door hun Nederlandse postbusfirma houden constructiegigant Mota-Engil en energiebedrijf Galp meer geld over aan hun activiteiten in Angola of Brazilië. Veel bedrijven combineren een postbusfirma in Amsterdam met een vestiging in een belastingparadijs. De constructie staat internationaal bekend als de ‘Dutch Sandwich’.

Maar is belastingcompetitie toegestaan in een Europa waarin landen steeds meer samenwerken? Is het moreel te verantwoorden dat Nederland, dat in ruil voor noodleningen keiharde bezuinigingen van Portugal eist, de Portugese staatskas zo van inkomsten berooft? Veel Portugezen stellen zichzelf deze vragen.

Maar in Brussel zijn er weinig mensen zijn die zich hierom druk maken. Sterker, op het departement ‘Belastingen’ van de Europese Commissie moesten ambtenaren zich afgelopen week inlezen in de zaak Pingo Doce, toen de krant er naar vroeg. De reden is simpel: dit soort belastingcompetitie is in Europa legaal. Belastingen zijn in de EU nationaal geregeld. Een Europees fiscaal stelsel of Europese minimum belastingtarieven bestaan niet. Wat wel bestaat, is een afspraak dat er binnen de EU – 27 landen – niet twee keer belasting wordt geheven op hetzelfde. Ook mogen lidstaten buitenlandse bedrijven niet anders belasten dan nationale bedrijven. Dit staat in een ‘gedragscode’ die EU-landen eind jaren negentig hebben gesloten, zodat EU-landen elkaar geen schade toebrengen met nationale belastingregels. Steeds als een land zijn belastingen aanpast, toetst een werkgroep die op de gedragscode. „De verhuizing van Portugese bedrijven naar Nederland is nooit aangekaart”, zegt een Europees ambtenaar. „Wat Nederland doet, is legaal. De Portugese bedrijven betalen over hun Europese activiteiten precies evenveel belasting in Portugal als in Nederland.”

Volgens de Portugese nationale bank liep 69,3 procent van de directe investeringen van Portugese bedrijven in het buitenland in de eerste 11 maanden van 2011 via Nederland. Conglomeraten beïnvloeden met geldstromen tussen winstgevende en verlieslijdende dochters overal ter wereld, de belastingen die ze in diverse landen moeten betalen. Ook laten ze dochters diensten aan elkaar factureren voor soms bizarre bedragen. Inspecteurs vonden ooit balpennen uit Trinidad die 8.500 dollar kostten. Op de meeste transacties hebben inspecteurs echter nauwelijks zicht.

Dat Nederland een draaischijf is voor mondiale geldstromen binnen multinationals, is niets nieuws. Volgens accountantskantoor Deloitte is Nederland een beter vestigingsland voor grote bedrijven dan Zwitserland. Wie Zwitserse politici vraagt waarom ze stunten met superlage vennootschapstarieven, krijgt tot antwoord: „Jullie doen in Nederland hetzelfde!” Meer dan 1.700 Amerikaanse grote bedrijven hebben hun hoofdkwartier in Nederland. Vandaar dat president Barack Obama Nederland in 2009 op een lijst ’belastingparadijzen’ zette die hij wilde aanpakken. Na fel protest uit Den Haag werd Nederland weer van de lijst gehaald.

De hulporganisatie Action Aid trok de gangen van honderd beursgenoteerde bedrijven in Londen na, en constateerde dat die 1.330 dochters in Nederland hebben, vanwege de belastingen. Alleen de Amerikaanse staat Delaware had er meer. Bekend is ook dat Google door holdingstructuren in Ierland, Nederland en Bermuda maar ruim 2 procent belasting betaalt. Het loont, zo’n fiscale rondrit langs twee eurolanden en een belastingparadijs.

Het Educational International Research Institute schreef laatst een dik rapport over dit belastingshoppen. Grote bedrijven hebben dankzij mondiale deregulering en liberalisering de afgelopen twintig jaar exponentieel meer winst gemaakt, terwijl de belastingtarieven in diezelfde periode zijn gedaald, schrijft Fred van Leeuwen, voorzitter van Education International. „In alle landen is genoeg geld voor goede overheidsdiensten, zoals kwalitatief hoogstaand onderwijs. Maar dat geld bereikt de schatkist niet omdat de ‘tax avoidance industry’, met legioenen boekhouders, juristen en bankiers, erg succesvol is.”

Vooral in zo’n crisis is dit „pervers”, vindt Ana Maria Gomes, een socialistische europarlementariër uit Portugal. „Dit is diefstal van de overheid. Nederland, dat ons zuiderlingen preken geeft over begrotingsdiscipline, werkt hieraan mee. Hoe kunnen wij werklozen met 450 euro per maand uitleggen dat de Europese Unie goed is voor ons?”

Een Brusselse ambtenaar ziet ook politiek dynamiet. „Onder normale omstandigheden kun je tegen de Portugezen zeggen: sla terug met een andere slimme belastingtruc. Nu kan dat niet. Nederland en de trojka zeggen: niks daarvan, jullie belastingen moeten omhóóg. Portugal zit klem.”

Nederland verdient aan deze rol als „knooppunt in het financiële verkeer” geen grof geld. Kantoortjes van multinationals in Nederland zijn vaak klein en betalen amper belasting. Staatssecretaris Frans Weekers (VVD) zei in 2010 dat het om 1 miljard euro aan inkomsten per jaar ging, plus een bloeiende adviessector waar consultants en toeleveranciers 500 miljoen euro aan „vergoedingen” verdienen. De situatie corrigeren is dus meer een politiek besluit dan een financiële aderlating. Wat het Portugese geval extra wrang maakt, is dat het zijn eigen belastingparadijsje Madeira – eens geliefd bij telecombedrijven vanwege de lage btw-tarieven – recentelijk onder Europese druk ontmanteld heeft.

SP-europarlementariër Dennis de Jong pleit vaak voor minder Europa, maar op belastinggebied wil hij méér Europa. „Deze race naar de bodem moet stoppen, anders is de interne markt alleen goed voor bedrijven en wordt Europa sociaal een ravage.”

In maart deed de Europese Commissie een voorstel voor één Europees belastingsysteem voor bedrijven. Het gaat erom dat dezelfde elementen worden meegerekend (belastinggrondslag), niet om één tarief in alle landen (belastingtarief). De redenering is dat bedrijven die in heel Europa actief zijn, nu met 27 verschillende systemen te maken hebben. Dat moet simpeler, vindt de Commissie. Meteen trokken tien nationale parlementen een gele kaart, om aan te geven dat ‘Brussel’ zich bemoeit met een nationale kwestie. Nederland was daar ook bij.

Maar Duitsland en Frankrijk worden ongeduldig en willen een doorbraak forceren. Ministers van Financiën François Baroin en Wolfgang Schäuble hebben aangekondigd dat ze maandag een plan willen lanceren dat lijkt op dat van de Commissie, maar dan voor een kleinere coalition of the willing. Als er op bepaalde terreinen minimaal negen landen zijn die verder willen gaan dan de anderen, mag dat volgens het Lissabon-verdrag.

Eurocommissaris Algirdas Šemeta (Belastingen) is op de hoogte van het Frans-Duitse plan, en vertelde deze krant gisteren: „Ik kijk uit naar de Frans-Duitse voorstellen. Het beste is om het met zijn 27’en te doen. Maar als een groep vast vooruit wil, is dat goed.”