Gehecht aan het bestaande en aan het gekende

Een „geboren en getogen Amsterdammer, typische Leidenaar.” Zo omschreef deze krant de historicus Ivo Schöffer. Hij had aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) geschiedenis gestudeerd, maar zijn visie op mens en verleden paste beter bij de Rijksuniversiteit Leiden dan bij de ‘rode’ UvA.

Schöffer zelf typeerde zich als een „conservatief liberaal”. In het VPRO-radioprogramma OVT legde hij in 2001 uit wat hij daaronder verstond. „Gehecht aan het bestaande en aan het gekende. Gehecht ook aan het verleden, dat op een bepaalde manier iedereen heeft gevormd, dus ook mij heeft gevormd.”

Ivo Schöffer werd geboren op 20 mei 1922 in Amsterdam. Via zijn grootvader die bibliothecaris was van de Amsterdamse universiteitsbibliotheek, maakte hij kennis met de wetenschap. Hij ging geschiedenis studeren aan de UvA, maar die opleiding werd onderbroken door de oorlog. Schöffer weigerde in 1943 de loyaliteitsverklaring te tekenen en onttrok zich aan de Arbeitseinsatz in Duitsland. Om er jonger uit te zien zodat hij niet tijdens een razzia van straat werd geplukt, droeg hij meestal een korte broek.

In een leegstaand studentenhuis verschool en verzorgde hij twaalf Joodse onderduikers, die allemaal de oorlog overleefden. Ook zijn ouders en zijn zus waren actief in het verzet. In 1973 ontving de familie Schöffer de Yad Vashem-onderscheiding van de staat Israël voor haar hulp aan het Joodse volk.

Na de bevrijding pakte Schöffer zijn studie weer op; hij volgde onder meer colleges bij Jan Romein, promoveerde in 1956 en ging aan de slag in Australië. Vanaf 1961 bekleedde hij in Leiden de leerstoel Vaderlandse Geschiedenis tot zijn emeritaat in 1987. Hij was promotor van veel historici, onder wie Hans Blom en Willem Otterspeer.

Schöffer was thuis in de hele Europese geschiedenis van na de Middeleeuwen. Hij publiceerde naast zijn dissertatie Het nationaal-socialistische beeld van de geschiedenis der Nederlanden artikelen over uiteenlopende onderwerpen. Hij schreef ook recensies, onder andere over Jacques Pressers Ondergang, waarin hij stelde dat Presser te streng oordeelde over de Nederlanders die niets deden tegen de Jodenvervolging.

In 1979 publiceerde Schöffer als commissievoorzitter een rapport over de affaire-Menten. Daarin onderzocht hij de rol van de Nederlandse overheid bij de vervolging van oorlogsmisdadiger Pieter Menten. Schöffer concludeerde dat Menten niet de hand boven het hoofd was gehouden, en bevrijdde CDA-minister van Justitie Dries van Agt uit een netelige positie.

Ivo Schöffer behoorde met zijn geschiedenisopvatting tot wat door sommigen wel de ‘Leidse school’ wordt genoemd. Historische gebeurtenissen moeten worden beschouwd tegen de achtergrond van het tijdsgewricht waarin ze plaatsvonden. Terugkijkend waardeoordelen vellen is zinloos. Tegen OVT zei hij: „Ik vind dat je niet te veel moet moraliseren in de geschiedenis. Je moet niet je mening opdringen. Je moet gewoon vertellen.”

Ivo Schöffer overleed op 13 januari, 89 jaar oud, thuis, in Leiden.

Bart Funnekotter