Geen wintersportland? Wacht maar tot de jeugd is doorgebroken

De eerste Jeugd Olympische Winterspelen in Innsbruck maken Nederlandse talenten enthousiast. „Ik ga nu nog harder mijn best doen voor de echte Olympische Spelen.”

Adriana Jelinkova of Oldrik van der Aalst, het zijn nietszeggende sportnamen. Maar hoe lang nog? Wie denkt dat Nederland geen wintersportland is moet nog even wachten op hun doorbraak. Dan tellen ‘we’ naast schaatsen ook mee bij alpineskiën en schansspringen.

Skiester Jelinkova (16) spiegelt zich aan het niveau van de Amerikaanse ster Lindsey Vonn. „Ik wil de beste van de wereld worden.” En schansspringer Van der Aalst (16) is niet zonder reden uitverkoren voor een opleiding aan het vermaarde Oostenrijkse skigymnasium in Stams. „Daar leiden ze je op voor goud op de Olympische Spelen.”

Aan ambities en zelfvertrouwen ontbreekt het twee van de zeventien Nederlandse deelnemers aan de eerste Jeugd Olympische Winterspelen in Innsbruck niet. Maar met de mond win je geen medaille, ervoer Van der Aalst. Hij werd elfde. Flut, een prestatie van niks, vond hij. „Ik kan waanzinnig goed vliegen. Maar daarvoor heb je tegenwind nodig, wind waarop je kunt ‘liggen’. Ik had rugwind, waardoor ik naar beneden werd gezogen. Man, ik baal enorm.”

Jelinkova won in Innsbruck brons op de supercombinatie (super-G en slalom) en werd zesde op de reuzenslalom. Op de slalom kwam Jelinkova ten val. Maar bij de races waarin ze op de been bleef, demonstreerde de Nederlandse van Tsjechische komaf haar kwaliteiten. „Ik kan de top halen. Dat heb ik hier tussen ’s werelds beste skiester in mijn leeftijdscategorie bewezen. Nu moet ik er zelf nog in geloven.”

Jelinkova en Van der Aalst zijn twee opvallende verschijningen in de Nederlandse ploeg, die goed presteert op de Jeugd Olympische Spelen. Het evenement is een initiatief van Jacques Rogge, de Belgische voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Een goed idee van meneer Rogge, vindt de Nederlandse jeugd. Sportief zinvol en sociaal waardevol, te midden van leeftijdsgenoten uit de hele wereld. Alle sporters roemen de sfeer en omstandigheden in Innsbruck.

Van der Aalst: „Geweldig. Ik voel hier de grootsheid van de Spelen.”

Jelinkova: „Ik had aanvankelijk niet echt een olympisch gevoel. Dat kwam pas op het podium.”

Snowboarder Sean Taylor (16): „De half pipe was fantastisch geprepareerd. Zo goed had ik het niet eerder meegemaakt.”

Julie Zwarthoed (17), de ijshockeyster die goud won op het a-typische onderdeel Skills Challenge: „Het is geweldig. Alles wat je op televisie ziet bij de grote Spelen heb je hier ook.”

Schaatsster Sanneke de Neeling (15), met twee gouden en één zilveren medaille de succesvolste Nederlandse sporter in Innsbruck: „Kippenvel als je op het podium de olympische vlam ziet. Dit waren met voorsprong mijn mooiste overwinningen.”

Chef de mission Carl Verheijen is vereerd met zijn functie, een gevoel dat in Innsbruck verder groeide. „Ik kom hier veel oud-schaatsers tegen als coach. Zoals de Japanner Keiji Shirahata. Hij keek ervan op dat ik chef de mission ben. In een land als Japan is dat hiërarchisch een vooraanstaande functie.”

Maar Verheijen, die in 2010 stopte met schaatsen, is geen Japanner. En dus geen leider op afstand. Hij is close met de sporters en leeft tijdens wedstrijden intens mee. En hij heeft twee dagen voor het einde van de Spelen amper als schoolmeester hoeven op te treden. Verheijen: „Ik heb nog niets gemerkt van alcoholgebruik. Ik vind de sporters gemotiveerd en vrij gedisciplineerd. Ik vraag me wel af of de leeftijdscategorie van veertien tot en met achttien jaar zo gelukkig is. Sociaal gezien vind ik het nogal wat veertienjarigen twee weken naar het buitenland te sturen. Zestien jaar zou de ondergrens moeten zijn. Bovendien zijn achttienjarigen in hun ontwikkeling als mens verder dan veertienjarigen.”

De Jeugd Olympisch Spelen zijn volgens Verheijen vooral nuttig als voorportaal van het ‘echte werk’. Het kan dat laatste zetje zijn voor een succesvolle carrière. „Voor mij was dat de Jeugd Universiade. Ik won daar twee keer goud en één keer zilver. Dat was het moment waarop ik besloot mijn studie op te schorten en fulltime te gaan schaatsen. Binnen drie jaar zat ik bij de wereldtop.”

Nu het er naar uitziet dat de Jeugd Olympische Spelen – Singapore had in 2010 de succesvolle primeur van de Zomerspelen – wortel zullen schieten, vindt Verheijen dat de sportbonden er serieuzer op moeten anticiperen. „De bobsleesters zijn tweeënhalf jaar geleden met hun voorbereiding begonnen en behoren nu tot de besten ter wereld. Ook de snowboarders hebben zich serieus voorbereid. Maar voor veel bonden waren de Jeugd Olympische Spelen last-minute-werk.”

Om de kosten hoeven de bonden het niet te laten, want uitzending naar de Jeugd Olympische Spelen komen geheel voor rekening van het IOC. Voorwaarde is dat alle deelnemers de duur van de Spelen moeten blijven en deelnemen aan culturele programma’s. Sport staat centraal, maar het IOC wil ook dat de jongeren iets van hun verblijf opsteken. Bij sportkoepel NOC*NSF wordt daar genuanceerder over gedacht, want de sporters in Innsbruck hebben de opdracht meegekregen dat hun culturele activiteiten niet ten koste van de sportprestaties mogen gaan.

Jeugd Olympische Spelen hebben ook nog geen hoge prioriteit bij het bedrijfsleven, want kledingsponsor Asics van NOC*NSF was niet geïnteresseerd. De koepel moest daardoor op zoek naar alternatief, met als gevolg dat Nederlandse ploeg nu door Quick in de kleren is gestoken.

Als de resultaten in Innsbruck maatgevend zijn voor de toekomst van wintersporters staat Nederland er goed voor. Vanzelfsprekend werden de meeste medailles bij het schaatsen gewonnen. De Rotterdamse De Neeling was daarvoor in haar eentje verantwoordelijk. Ze won de 3.000 meter en de nieuwe discipline massastart. In haar leeftijdscategorie is De Neeling dermate dominant dat het zilver op de 1.500 meter als een teleurstelling werd ervaren.

Dat Nederlanders goed kunnen schaatsen is evident. En Nederlanders zijn in opkomst bij het snowboarden, zoals Nicolien Sauerbreij met haar gouden medaille bij de Spelen in Vancouver heeft aangetoond.

Maar de verborgen schatten liggen bij alpineskiën en schansspringen. De onbekendheid van die talenten heeft te maken met hun verhuizing naar Oostenrijk. Jelinkova verblijft al vijf jaar op het skigymnasium in Saalfelden, waar zij wordt getraind door Sigi Moser. De voormalige skiër is zo enthousiast over Jelinkova, dat hij een potentiële topskiester in haar ziet. En dat zegt een Oostenrijker niet snel van een laaglander.

Maar Jelinkova is in veel opzichten een bijzondere sporter. Ze besloot op elfjarige leeftijd voor het skiën te kiezen en naar Oostenrijk te verhuizen. Vooralsnog met resultaat, want de Nederlandse heeft al vele jeugdwedstrijden gewonnen. „En dat vinden mijn Oostenrijkse concurrenten niet leuk”, zegt ze met een vette glimlach.

Wie, zoals Van der Aalst, de strenge selectie van het skigymnasium in Stams overleeft, moet zeker getalenteerd zijn. En dat is hij, vindt Van der Aalst ook zelf. „En veel mensen vinden mij gek”, zegt hij met enige zelfspot. „Maar persoonlijk vind ik dat wel meevallen. Ik ben niet bang, dat zal het zijn. Ik kan heel goed vliegen. Daarin ga ik tot de limiet, zo ver dat ik net niet over de kop sla.”

Van der Aalst, een slungelachtig brutaaltje die bijna twee jaar in het internaat in Stams verblijft, kan de hoge studiekosten van 800 euro per maand ophoesten dankzij een rookworstenfirma uit zijn woonplaats Barneveld. Van der Aalst lachend: „Eerst kreeg ik kleine bedragen. Nu is hij mijn privésponsor.”