Een partij op zoek naar mist bestaansrecht een verhaal

Het CDA en PvdA zoeken elk naar een ‘verhaal’. Over ‘beginselen’ of over ‘ideeën’. Het CDA weet niet meer wat die beginselen zijn, de PvdA heeft geen ideeën en hoopt dat de crisis haar kiezers oplevert. Wat heeft een partij zonder boodschap te zoeken in de politiek, vraagt Floor Rusman zich af.

Dit weekeinde houden het CDA en de PvdA hun partijcongressen. Het is de volgende akte in de tragikomedie Middenpartijen op zoek naar een visie. Al tijden wordt er vertwijfeld gevraagd waar ‘het grote verhaal’ van de sociaal- en christen-democraten blijft, en kranten staan vol met analyses over het kwijnende midden. De partijen zelf proberen op allerlei manieren de indruk te wekken inhoudelijk bezig te zijn, zonder dat ze lijken te weten waarheen dat leidt.

Neem de beroemde speech van Maxime Verhagen afgelopen juni, waarin hij in populistische bewoordingen afstand nam van het populisme. Hij gebruikte maar liefst zes keer het woord ‘beginselen’, als een bezwering. „Het CDA wil beginselen vooropstellen”, „Het CDA wil mensen overtuigen vanuit zijn beginselen”, „We willen politiek bedrijven vanuit onze beginselen”. Over de vraag om welke beginselen het ging tastte de luisteraar in het duister: verder dan ‘het subsidiariteitsbeginsel’ en een vaag pleidooi voor ‘instituties’ kwam Verhagen niet.

Het Wetenschappelijk Instituut van het CDA is intussen bezig met een herbronningsoperatie. In een uitgave van dit instituut uit maart 2011 wordt ingegaan op de vier CDA-kernwaarden: solidariteit, gespreide verantwoordelijkheid, publieke gerechtigheid en rentmeesterschap. De publicatie staat vol met zinnen als: „Wie zijn ogen de kost geeft, ziet tal van inspirerende voorbeelden van de kracht van de samenleving” en „Lonkend is het perspectief waarin gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap elkaar versterken.” Zinnen waarmee niemand het oneens zal zijn en die dus weinig zeggen over de onderscheidende standpunten van het CDA. Waaruit blijkt dat rentmeesterschap een typische CDA-waarde is? En solidariteit, was dat niet een sociaal-democratisch ideaal? Inmiddels heeft een commissie onder leiding van Jacobine Geel zich met de beginseldiscussie bemoeid door te roepen dat ‘compassie’ ook een kernwaarde moet worden. Wat weer tot protest leidde onder CDA-leden die vonden dat de partij zich daarmee zou richten op de zwakte van mensen in plaats van op persoonlijke verantwoordelijkheid.

Het herbronnen maakt een licht wanhopige indruk. Nu de christendemocraten de kleinste regeringspartij vormen en hun oude machtspositie zijn kwijtgeraakt, moeten ze zich op een andere manier profileren. Uit de discussie over de kernbegrippen blijkt hoe moeilijk dat is. Het huidige kabinetsbeleid helpt ook niet mee. Wat doet het CDA bijvoorbeeld aan rentmeesterschap? Over de klimaatcrisis hoor je dit kabinet niet. Als hoeders van de compassie hebben ze zich de afgelopen anderhalf jaar evenmin gedragen.

Binnen de PvdA spelen vergelijkbare problemen. Op de website van Linkse Vernieuwing, het ‘traject om de Nederlandse progressieve beweging van nieuwe ideeën en energie te voorzien’, staan adviezen om het tij te keren. „Neem de ideologie en de eigen waarden serieus”, „Ideologie moet een leidraad vormen in alle debatten en besluiten” en „De PvdA moet bovenal een ideeënpartij zijn”.

Wat beginselen zijn voor het CDA, zijn ideologie en ideeën voor de PvdA: belangrijk, maar moeilijk te definiëren. Om er invulling aan te geven wordt ook hier stevig aan herbronning gedaan. De Wiardi Beckman Stichting doet in het project ‘Van Waarde’ onderzoek naar sociaal-democratische thema’s, en Linkse Vernieuwing organiseerde in november in het hele land congressen .

Maar ook bij de PvdA zijn de gehuldigde waarden multi-interpretabel. Sommige van de kernidealen van de partij komen overeen met die van het CDA (duurzaamheid, solidariteit) en de VVD (vrijheid, rechtvaardigheid). En kreten als ‘eerlijk delen’ en ‘kansen voor iedereen’ betekenen voor elk iets anders. Liberalen hebben andere ideeën over wat ‘eerlijk’ is dan sociaal-democraten – zie het laatste geschrift van de Teldersstichting, Eerlijk is eerlijk. De huidige slagzin van de PvdA, Het moet eerlijker, is dan ook volstrekt nietszeggend. Over de invulling van ‘kansen voor iedereen’ lopen de meningen al evenzeer uiteen: kijk maar naar de discussie over uitkeringen als ‘vangnet’ of ‘springplank’.

Bij het mobiliseren van kiezers voor de PvdA-waarden loopt het al helemaal mis. Meer dan eens wordt het succes van het sociaal-democratische project genoemd als reden dat de partij nu met lege handen staat. De voorheen lagere klassen hebben het nu te goed om enthousiast te worden van zoiets als solidariteit, zo luidt de klacht. „Natuurlijk is het lastig dat de emancipatie van de arbeider voltooid is”, zei een PvdA-Kamerlid onlangs tegen deze krant. Lastig? Je zou verwachten dat de sociaal-democraten er blij mee zijn. Blijkbaar mogen arbeiders zich alleen emanciperen als ze op de PvdA blijven stemmen.

Pijnlijk waren ook de uitspraken die Jetta Klijnsma en Jacques Monasch in hetzelfde artikel deden over de thema’s waarop de partij zich zou moeten profileren. Klijnsma zei tevreden dat ze „oprechte verontwaardiging” voelde in de fractie toen het kabinet de bezuinigingen op de huur- en zorgtoeslag, sociale werkplaatsen en het persoonsgebonden budget bekendmaakte. „Zoiets helpt enorm.” Ook voor Monasch kwamen de bezuinigingen op het pgb als een geschenk uit de hemel: „De PvdA kan mensen terugkrijgen met het persoonsgebonden budget in de zorg, niet met een verbod op ritueel slachten.” Als je het zo bekijkt, zijn de bezuinigingen op het pgb het beste wat de PvdA in jaren is overkomen. Het doet denken aan het optimisme van Wouter Bos aan het begin van de kredietcrisis. De PvdA stond er slecht voor in de peilingen, maar dat zou veranderen, voorspelde hij: wanneer mensen de crisis in hun portemonnee gingen voelen, zouden ze met hangende pootjes bij de PvdA terugkomen.

Wat is het bestaansrecht van een partij die voor haar visie afhankelijk is van leed in de traditionele achterban? De vraag kan ook, in iets andere vorm, aan het CDA gesteld worden. Voorzitter Ruth Peetoom antwoordde op de vraag wie volgens haar de nieuwe CDA-leider moest worden: „Je kunt niemand aanwijzen zolang je niet weet wat de boodschap is.” Wat heeft een partij zonder boodschap te zoeken in de politiek? Het was iemand uit het CDA zelf, de fractievoorzitter in Leeuwarden, die een jaar geleden in De Pers zei: „Volgens mij heeft het CDA niet meer goed voor ogen wat het met de macht wil bereiken, anders dan stabiliteit en goed besturen.”

Het is een vraag die elke politicus zich zou moeten stellen: wat wil ik met de macht bereiken? Zolang die vraag niet wordt beantwoord, blijft de zoektocht naar macht een tragikomisch schouwspel.

Floor Rusman studeert politieke ideeëngeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.