Dit advies plaatst het CDA in een spagaat

Eerst de visie dan de leider. Dat was sinds de dramatisch verlopen verkiezingen in 2010 het mantra bij het CDA. Zet de partij met het rapport Kiezen en Verbinden nu grote stappen? En welke leider past eigenlijk bij die langverwachte CDA-koers?

Het begon zo amicaal. „Beste Ruth”, zei Aart Jan de Geus, na een half jaar van nadenken over waar het CDA voor moet staan, „ik heb een geschenk voor u.”

Ruth Peetoom, de partijvoorzitter, buigt dan stralend voorover om hem te zoenen, neemt genoegen met een ferme handdruk en het zestig pagina’s tellende rapport dat de partijlijn voor het komende decennium moet bepalen. Tegen de muur staan vicepremier Maxime Verhagen en fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Sybrand van Haersma Buma.

Het rapport van het zogeheten Strategisch Beraad, dat oud-minister De Geus leidt, is tot nu toe de meest zichtbare poging om het CDA te veranderen. Of, zoals Peetoom het zelf zegt, een nieuwe periode van „zelfverzekerdheid” breekt aan voor die decennialang zo machtige partij die er nu historisch slecht voor staat.

Maar dat Van Haersma Buma en Verhagen – die bij nader inzien wegens drukte toch geen adviseur van de commissie kon zijn – nu een ander CDA zouden vertegenwoordigen dan gistermiddag werd gepresenteerd, sprak Peetoom meteen tegen. Niets daarvan. Zij noemde hen „onze frontsoldaten” en „onze mannen in de Haagse arena”, en zij knikten. Dit „boekje”, zoals Verhagen het later zou noemen, was voor de twee slechts bedoeld „ter inspiratie”. „Ziet er mooi uit”, becommentarieerde Verhagen toen hij een exemplaar aangereikt kreeg. Van Haersma Buma knikte instemmend.

Inhoudelijk gezien komen ze minder makkelijk weg, de 25 niet-Haagse leden van het Strategisch Beraad hebben de partij op sommige punten namelijk in een spagaat geplaatst. Want zeg niet dat er geen dappere keuzes zijn gemaakt. Het CDA is de eerste partij in de regeringscoalitie die durft op te schrijven wat vele deskundigen al jaren beweren: de hypotheekrenteaftrek voldoet niet meer als middel om het woningbezit te bevorderen.

Daarmee laat de partij meteen een van haar meest ingeslepen dogma’s van de afgelopen jaren achter zich. Aarzelend, dat dan wel. In een van de uitgelekte conceptversies waren de mogelijkheden om de aftrek aan te passen nog expliciet opgesomd. Die zijn in het definitieve rapport verwijderd. CDA-ministers mochten tevoren commentaar leveren, maar er zou niets zijn aangepast.

Verwacht al met al geen revolutie. Het CDA is een behoedzame partij, een club van babystapjes. En daar verandert de nieuwe kernfilosofie ‘radicale midden’ (eerder geclaimd door D66) weinig aan.

„Het CDA is niet toe aan een totaal ander geluid”, zegt Sybrand van Haersma Buma achteraf, op de plek waar hij stond na de vorige verloren verkiezingen, de vierde op rij. Het rapport is dan ook voor alles een herbevestiging van waar het CDA altijd al in geloofde. Dat de partij bij spanningen in de maatschappij niet moet kiezen voor de ene of andere kant, links of rechts. Ze moet vooral verenigen. Dus niet kiezen voor markt óf overheid, maar voor de samenleving. Niet voor groep óf individu, maar voor intermenselijke relaties.

Kiezen en Verbinden, want zo heet het officieel, lijkt beperkt gevaar op te leveren voor de politieke samenwerking met de PVV en VVD. Expliciete kritiek op de CDA-fractie en bewindslieden kent het rapport niet. Maar een aantal van het kabinetsbeleid afwijkende punten is er wel. De leerplicht moet niet leeftijdgebonden zijn, leerlingen mogen pas van school als ze klaar zijn voor de arbeidsmarkt. Autorijden moet duurder worden. En banken mogen alleen nog investeren in „de reële economie”. Ook niet, zo vraagt een journalist, in bijvoorbeeld het afdekken van valutarisico’s? „Tjonge”, blijft De Geus het antwoord schuldig. „U zei wel heel veel.”

Wat de vertegenwoordigers van het CDA in het kabinet er eigenlijk inhoudelijk van vinden? „Ik”, reageert Verhagen later staand aan een tafel, „heb nog niet ieder detail tot mij genomen.” Pardon, hij kende het stuk toch al? „Net als elk ander CDA-lid wil ik er de komende maanden discussie over voeren. Dat wil ik nog niet beïnvloeden.”

En in welke onderdelen kunt u zich niet vinden? „Ja zeg, dank je de koekoek. Ik zou mij ook niet helemaal kunnen vinden in het regeerakkoord, dat staat vol compromissen.”

Kritiek op die samenwerking met PVV wordt een enkele keer tussen de regels door duidelijk. Zoals: „Een herkenbare politieke partij heeft het vermogen zich kwaad te maken, verontwaardigd te zijn over maatschappelijke misstanden” en moet ook „krachtig stelling nemen tegen maatschappelijke krachten die indruisen tegen waarden en normen”.

De commissie neemt ook enige afstand van de gehele partijtop, inclusief voorzitter Peetoom. De top zegt dat het prima is dat de partij al twintig maanden zonder leider zit. Dat die vanzelf opstaat. En dat de achterban dat snapt. De commissie denkt daar, al op de eerste geschreven pagina, licht anders over. „Voor een bezield CDA zijn, behalve inhoud, koers en communicatie, vooral personen van groot belang.”

Vandaag komt het CDA-congres bijeen, vanaf morgen laten de commissieleden zich overal uitnodigen. Om de discussie verder aan te jagen, staan achterin het rapport drie pagina’s met suggesties. „Ziet u nog andere grote uitdagingen?” „Zou u andere hervormingsbewegingen willen voorstellen?” En, bijna aan het eind, „welke punten zou u in de komende verkiezingsprogramma’s op de voorgrond willen stellen?”