Delft? Google dat maar even

Talentenjacht Nederlandse universiteiten zoeken wetenschappers in China; veel Chinezen weten niet dat Nederland bestaat.

Karel Berkhout

Het kán gebeuren dat je in China iemand treft “die vijf eeuwen Nederlandse geschiedenis in zijn hoofd heeft”, zegt talentenjager Rosalie Greven (30). Maar de meeste Chinezen weten niet van het bestaan van het land in een Europese rivierendelta: “Want Nederland is echt klein. Multinationals zijn wel bekend, maar Chinezen weten vaak niet meer dan dat bijvoorbeeld Philips een Europees bedrijf is.”

Die geringe naamsbekendheid is een handicap in de jacht op Chinees talent. Het bureau International Top Talent van Greven en medeoprichter Rina Joosten-Rabou plaatst sinds vijf jaar hoogopgeleide Chinezen bij Nederlandse bedrijven en universiteiten. “Van oudsher gaan de meeste Chinezen die naar het buitenland willen naar de Verenigde Staten, Canada en het Verenigd Koninkrijk”, zegt Greven: “Nederland moet een plek naast die landen veroveren.”

Hoe? “Door steeds maar weer Nederland te branden als land”, zegt Greven: te presenteren als een merk. “Praten we bij een presentatie bijvoorbeeld over halfgeleiders, dan noemen we ASML [bouwer van chip-machines]. Dat bedrijf kennen mensen wel. Daarmee zet je Nederland op de kaart.” En met missies van Nederlandse universiteiten naar China? “Die hebben niet veel zin.” Want Nederland zegt de Chinees weinig, een afzonderlijke universiteit zegt hem nog minder – al was het alleen maar doordat Nederlandse universiteiten ontbreken in de top-50 van de veel geraadpleegde Shanghai-index van ’s werelds beste universiteiten.

De talentenjacht in China wordt ingegeven door de fenomenale groei van wat inmiddels de tweede economie ter wereld is. “Nederlandse technologiebedrijven zoeken bijvoorbeeld sales engineers die hun marktaandeel in China helpen vergroten of die een brug kunnen slaan tussen de Nederlandse hoofdvestiging en de fabrieken in China”, zegt Greven. En door de overvloed aan jonge academici: jaarlijks zouden tussen de half en anderhalf miljoen mensen afstuderen. Universiteiten zoeken voor promotieplaatsen met name technisch geschoolde academici, omdat die er in Nederland veel te weinig zijn. De kosten van werving en selectie betalen universiteiten doorgaans uit de gelden van Nederlandse ‘innovatieplatforms’.

Jaarlijks plaatst het wervings- en selectiebureau ongeveer 40 mensen, gelijkelijk verdeeld over middelgrote bedrijven met activiteiten in China (mijnbouw, halfgeleiders, scheepsbouw) en wetenschappelijke instellingen. Zo doet sinds kort een Chinese man een promotieonderzoek bij de luchtvaartfaculteit van TU Delft en een Chinese vrouw bij de biomedische afdeling van de Universiteit Maastricht.

Jiang Yi (31), die zich door niet-Chinezen Elvis laat noemen, doet sinds het najaar van 2011 promotieonderzoek aan de Universiteit Groningen, in de polymeerchemie. “Het niveau van Groningen in mijn vakgebied is hoog, maar op zichzelf had ik ook in China kunnen promoveren”, zegt Jiang Yi, die heeft gestudeerd in Shanghai: “Alleen krijg je in China dan zo weinig betaald, dat ik op de portemonnee van ouders had moeten leven. Hier krijg ik een salaris waarmee ik goed kan rondkomen.”

Jiang Yi werd op het bestaan van Nederland geattendeerd door een advertentie op het intranet van zijn oude universiteit in Shanghai. De advertentie was van International Top Talent, dat een kantoor heeft in Shanghai. “Door onze aanwezigheid daar hebben we inmiddels een netwerk, bijvoorbeeld onder hoogleraren die ons attenderen op kandidaten. Dat zijn vaak hoogleraren die al in het buitenland hebben gewerkt en die het belangrijk vinden dat hun studenten ook internationale ervaring opdoen”, zegt Greven.

Daarna moeten de kandidaten worden gewonnen voor een Nederlandse universiteit. Greven: “Dan wijs je iemand op Delft en als die dan gaat googlen, blijkt dat deze universiteit veel te bieden heeft.” En dat Nederlands onderzoek goed scoort in citatie-indexen?. “Daar moet je mensen wel altijd even op wijzen”, zegt Greven. Groot pluspunt van Nederland is dat hier meer dan elders in continentaal Europa les wordt gegeven in het Engels – net als het feit dat technische onderzoeksgroepen voor meer dan de helft uit niet-Nederlanders bestaan. “Al die verschillende nationaliteiten en culturen hier geven mij de kans om mijzelf als mens te ontwikkelen”, zegt Jiang Yi.

Van de Nederlandse universiteiten is die van Wageningen waarschijnlijk het bekendst in China. “Voedselvoorziening is altijd heel belangrijk geweest in China”, zegt Greven: “Tegenwoordig is voedselveiligheid een belangrijk thema.” Vooral sinds in 2008 een schandaal rond melamine in melk aan het licht kwam. Wageningen is een grote naam in het wetenschappelijk onderzoek naar voedselvoorziening. “En de universiteit trekt ook al langer Chinese wetenschappers”, zegt Greven: “Die vertellen daar weer over bij terugkeer in China.”

Eigen mening

De selectieprocedure bestaat uit drie ronden: een cv-selectie, een gesprek om de spreekvaardigheid in het Engels te toetsen en een sollicitatiegesprek met een Nederlandse en Chinese medewerker. Bij dat laatste wordt onder meer gekeken naar de sociale vaardigheden van de kandidaat. Greven: “Chinezen zijn introverter dan Europeanen en gewend om goed te luisteren naar de mening van de baas. In Europa vindt een baas het juist belangrijk dat een medewerker zijn eigen mening durft te geven.”

Om te zorgen dat de Chinezen in Nederland goed integreren, gaan de geselecteerde academici in Nederland op een managementcursus waar ze onder meer leren hoe je in Europa een vergadering mag onderbreken. “De grote valkuil is het leven buiten het werk”, zegt Greven: “Als je in China op bezoek bent, word je door iedereen gastvrij ontvangen. In Nederland gaat iedereen op vrijdagmiddag naar huis. Dat is wennen.” De weekeinden kunnen daardoor eenzaam zijn, bevestigt Jiang Yi: “Gelukkig zijn er veel Chinese studenten, met wie ik in het weekeinden steden als Den Haag en Amsterdam bezoek.” Zijn grootste obstakel is het Nederlandse eten: “Dat vind ik niet lekker – vooral kaas niet.”