De kinderen uit het restaurant

Nederlandse chinezen De ouders werkten nog op het land, de kinderen gingen naar de universiteit: ‘karpers’ werden ‘draken’.

Dirk Vlasblom

Nederland, Tilburg, 30 oktober 2005 Chinees restaurant. Foto: Erik van der Burgt / Hollandse Hoogte Erik van der Burgt / Hollandse>

De ene vader voer als Chinese hutbediende op een Brits passagiersschip. Zijn jongste dochter is antropoloog en bedrijfsleider aan het Instituut voor Theoretische Fysica in Amsterdam. De andere vader begon als boerenarbeider in de kroonkolonie Hongkong. Zijn jongste dochter is socioloog en beleidsambtenaar bij de gemeente Den Haag. Chinese immigranten hebben van de ene generatie op de andere enorme sociale afstanden afgelegd. Tussenstop op die route was dikwijls een Chinees eethuis.

Yocklang Chong (61) en Kai Yin Or (28) zijn allebei ‘restaurantkinderen’, dochters van Chinese immigranten die hier actief werden in de horeca. De oude Chong (1908-1968) kwam uit de provincie Guangdong (Kanton) en behoorde tot de eerste generatie Chinezen in Nederland. Hij belandde in 1930 als zeeman in het Rotterdamse Katendrecht en trouwde met een Amsterdamse. Chong was varensgezel, kelner, textielhandelaar en – in de crisisjaren – grondwerker. In 1957 opende hij een eigen restaurant in de Amsterdamse Binnen Bantammerstraat.

De vader en moeder van Kai Yin komen uit de New Territories, het landelijke gebied van Hongkong, werkten ieder in het boerenbedrijf van hun eigen familie en daarna een tijdje als arbeider en schoonmaakster. Ze kwamen in 1970 en 1971, onafhankelijk van elkaar, naar Nederland en ze leerden elkaar kennen in het Chinese restaurant van haar broers, waar ze allebei werkten. Later werden zij compagnons in een eethuis in Maastricht. Daar groeide Kai Yin op; ze heeft nog een zachte g.

Ondanks het leeftijdsverschil lijken de verhalen van Yocklang en Kai Yin op elkaar. Zij, hun broers, zussen, neven en nichten hebben het veel verder geschopt dan hun ouders. Dat ligt, zeggen ze allebei, aan de ondernemingszin en ambitie van landverhuizers. En aan ‘Chinese waarden’.

China kent een Aziatische variant van de American Dream, maar die is veel ouder. K’ung Fu-Tzu – Meester Kong, zijn naam wordt meestal geschreven als Confucius – onderwees rond 500 voor Christus dat iedereen door hard werken een geleerde kan worden. Zijn lessen over de ordening van de samenleving werkten lang door in het Chinese keizerrijk. Het confuciaanse ideaal was een regering geleid door geleerde en moreel hoogstaande bureaucraten. Iedere zoon zou door ijverig te studeren en door het afleggen van examens rijksambtenaar kunnen worden. Het populaire beeld was dat van een karper die over de rotsen springt en een draak wordt.

Presteren

Yocklang is haar Kantonese naam. In het Mandarijn heet ze Yu Lan, orchidee van jade. Maar haar dictie is uitgesproken Amsterdams. Ze haalde haar mastertitel antropologie met de studie De Chinezen van de Binnen Bantammerstraat (2005). Daarin beschrijft ze drie generaties Chinese immigranten, waaronder haar eigen familie. De eerste generatie was laagopgeleid. De tweede generatie, die in de oorlog werd geboren, moest nog meewerken in het restaurant en maakte doorgaans de middelbare school niet af. De derde generatie bestaat uit hoog opgeleide, kosmopolitische professionals, die verspreid wonen in Nederland en in het buitenland.

In haar werkkamer in het Amsterdamse Science Park vertelt Yocklang: “De grootste groep Chinezen kwam pas in de jaren zestig en zeventig naar Nederland. Die kwamen bij ons in de zaak werken en lieten hun vrouwen overkomen uit China. Bij hen ging de sociale stijging nog sneller. Ze werkten hard en spaarden om zelf een restaurant te kunnen beginnen. Hun kinderen leerden door en doen het nu heel goed. De tweede en derde generatie Chinese migranten is gemiddeld hoger opgeleid dan autochtone Nederlanders. Via hoger onderwijs krijg je ‘gezicht’, aanzien, vinden Chinezen.”

Kai Yin Or deed haar bachelor sociale wetenschappen in Maastricht en haalde haar master Migratie en Etnische Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is nu drie jaar ambtenaar van de gemeente Den Haag en met ingang van 1 januari beleidsmedewerker integratie. Haar drie zusters hebben allemaal een hbo-opleiding afgerond en hebben bovengemiddelde posities in de IT-branche en de horeca.

Ik ontmoet Kai Yin in een van de restaurants van het Haagse stadhuis. Zonder enige aarzeling vertelt ze hoe haar ouders hun vier dochters onder druk hebben gezet: “Het was presteren en nog eens presteren. Onvoldoendes waren uit den boze. Als je een zeven had, moest dat een acht of een negen worden. Gaan voor het maximale, voor de hoogste cijfers, zo moest het. Je werd ook voortdurend vergeleken met leeftijdgenoten uit de Chinese gemeenschap. ‘Kijk, die scoren hoger dan jij’.”

Teleurstelling

En het heeft gewerkt, zegt Kai Yin. “Al die vergelijkingen; ik wilde laten zien dat ik het net zo goed en misschien wel beter kon. Het is ook een soort plichtsgevoel. Je ouders zijn helemaal van de andere kant van de wereld hierheen gekomen. Als je het niet beter doet dan zij is dat voor hen een zware teleurstelling. Maar ook voor jezelf. Je verkeert in zoveel betere omstandigheden dan je ouders en dan misluk je alsnog? Dat kun je niet maken.”

Yocklang en Kai Yin nemen het verhaal van de karper die een draak wordt met een korrel zout. Yocklang: “Ja hoor, het hele dorp dat krom lag om dat ene jongetje door zijn examens te helpen, zodat hij ambtenaar kon worden. In de praktijk waren het alleen mensen met geld die hun kinderen konden laten doorleren.”

Kai Yin: “Natuurlijk is dit een geidealiseerd, romantisch beeld. Maar dat geldt ook voor de American Dream. Het was waarschijnlijk maar heel weinigen gegeven.”

Maankalender

Allebei beamen ze dat in het Chinese wereldbeeld werk, geld en status een grote rol spelen. Kai Yin: “Je kiest voor een studie met aanzien, die uitzicht geeft op een carrière. Je wordt advocaat, dokter of econoom in een groot bedrijf. Ik heb eerst een tijdje economie gestudeerd in Maastricht, maar dat was niks voor mij. Toen moest ik mijn ouders vertellen: ik wil iets anders gaan doen, sociale wetenschappen. Hun eerste reactie was: wat kun je daarmee verdienen? Wist ik veel, ik wist alleen dat ik met economie niet gelukkig ging worden. Daar waren ze niet blij mee.”

De twee kunnen zich nóg verbazen over de afstand tussen hun wereld en die van hun ouders.

Yocklang: “Toen mijn vader werd geboren leefde de keizer nog! Voor belangrijke beslissingen raadpleegde hij de Tong Sing, de oude Chinese almanak: astrologische voorspellingen op basis van de maankalender.”

Kai Yin: “Mijn moeder heeft nog rijst geplant, of zoiets. Het is eigenlijk erg dat ik die dingen niet weet, hoor. Maar het is zo’n ver-van-mijn-bed-show.”

Over de identiteitsvraag denken ze genuanceerd. Yocklang: “Ik zal niet snel openlijk boos worden op iemand. Wat dat betreft lijk ik meer op mijn vader dan op mijn moeder. Die had de snedigheid – en de scherpte – van een Amsterdamse volksvrouw en ik dacht wel eens: hou nu eens je mond. Vader was veel milder en liet zich nooit zo gaan. Het heeft te maken met zelfrespect.”

Kai Yin voelt zich meer Nederlands dan Chinees, zegt ze. “Ik ben veel directer dan de meeste Chinezen. Om dingen heen draaien, gevoelige thema’s uit de weg gaan, daar hou ik niet van. Maar ik probeer me tegenover anderen altijd bescheiden en respectvol op te stellen. Dat is mijn Chinese opvoeding.”