De cruise als gekapseisd cultuurgoed Een onzinkbare bubble, net als de nieuwe economie

De instortende economie is niet zichtbaar, maar de Costa Concordia maar al te goed – als een kadaver van hedendaagse overmoed, betoogt Jan Kuitenbrouwer.

Zoals de Leviathan daar ligt, met opengereten flanken, lijkt hij wel een peul, de gescheurde peul van de plagen die ons teisteren. De vrucht van onze ontaardingen, bezweken aan meervoudig orgaanfalen. Een requiem van ijdelheden. Daar ligt hij, la vanitá umana, zoals de Italiaanse kranten schreven.

Eindelijk een kadaver. De economie implodeert, miljarden gingen in rook op, maar het waren raadselachtige cijfertjes, onderin beeld. Lange rijen nullen, tollend om hun as. Er was niets te zíen. Een ramp zonder brokstukken. Het oog, het onverzadigbare oog van de camera, had geen houvast. Banken vielen om, en toch bleven ze staan. Was er wel echt iets aan de hand, of is het allemaal in the mind? Daarom zijn de media zo blij met die bronzen stier op Wall Street, die je vanuit honderd hoeken kunt fotograferen, al naargelang de stemming, zodat we beeld hebben.

Nu hebben we een lijk, daar ligt hij: de Leviathan, de mythische zeereus. De menigte in één lichaam, zoals Hobbes schreef. De sterflijke god. Een metafoor van 115.000 ton.

Gebiologeerd kijken we naar de foto’s, naar Google Earth, naar de radarkaarten en de geanimeerde koersreconstructies. Het bederf heeft de tastbare werkelijkheid bereikt. We gaan eraan!

Een ironischer eeuwfeest voor de ondergang van de Titanic is nauwelijks denkbaar. De uit staal gewrochte hoogmoed, de hubris der onzinkbaarheid. Nooit meer schipbreuk. We have the technology. De Titanic heeft zijn kleinzoon. Wat zich toen in het zwarte ijswater van de North Atlantic afspeelde, herhaalt zich, maar nu bij zonsondergang, op de Middellandse zee, dat lauwwarme, toeristenvriendelijke pierebaadje waar je niets kan gebeuren. Niet met een statige oceaanstomer voor de upper ten, maar met een stampende vreet- en vermaaksfabriek, een partyboot voor de bevoorrechte massa. Met aan het roer een karikatuur, een kapitein die zich Merrill Stubing liet noemen, naar de gezagvoeder van de Love Boat.

Er wordt al gezocht naar een ‘jonge Moldavische blondine’ genaamd Domnica Cemortan, die op de avond van de ramp drinkend en lachend in zijn gezelschap was, ook op de brug. Als het land wordt geleid door een tycoon met een spraytan, getransplanteerd haar en een gebleekte grijns, een civiele dictator die huwelijkstrouw lachend afdoet als de ambitie van watjes en homo’s, dan heeft een cruisekapitein zijn rolmodel gevonden. Al moeten we Berlusconi nageven dat híj wel tot het bittere einde op de brug bleef, nadat hij Italië aan de grond gezet had.

Italië mag zich dan wel van Berlusconi hebben ontdaan, maar van de Berlusconi inside is het land nog niet af. Van Francesco – Stubing – Schettino wordt gezegd dat hij de Concordia bestuurde als een Ferrari. Een beetje wat Silvio met het land deed. Bunga bunga! – het is maar een van de metaforen waar deze dode Leviathan zich voor leent.

Ook de achtergrond van het incident is veelzeggend. A bow heet het in nautisch Engels, of een sail past, het schip brengt een eresaluut aan een gewaardeerde mogendheid aan wal, maar het was geen vorst of reder deze keer, het waren de ouders van de hofmeester, Antonello Tievoli, woonachtig op Giglio. ‘Het koksmaatje’ schreven diverse media verbijsterd, maar zo zit het niet. Een hofmeester is meer dan een kok, hij is, zoals het in functieomschrijvingen heet, ‘verantwoordelijk voor het welbevinden van alle opvarenden’. Op een cruiseschip met 5.000 opvarenden die 24/7 gevoederd en vermaakt moeten worden, is dat veruit de machtigste baan.

Hofmeesters van cruiseschepen zijn niet zelden de best betaalde officieren aan boord.

Voor hem deed Schettino het, die sail past. Tot negentig meter naderde hij het eilandje, hij schip drong zelfs het afgezette zwemgebied binnen. Op een steenworp van tot waar de boeg reikte, tegen de rotswand, staat het huis van Tivolie’s ouders. Ze stonden voor het raam en zwaaiden. Zijn zus Patrizia zat achter de computer. I’m signalling to them. I wonder if they can see me, schreef ze op Facebook. Patrizia nam het in de media direct voor haar broer op: He didn’t ask for anything. He’s just a seaman, not one of the ship’s commanders. Nee, ‘ongekroonde keizer’ is een betere omschrijving. Het was entertainment.

De markt voor cruises groeit met ruim zeven procent per jaar, al sinds begin jaren negentig. Kredietcrisis: geen merkbaar effect. Volgend jaar zullen 20 miljoen mensen een cruise maken, dit jaar kwamen er wereldwijd zeven schepen van het formaat Concordia bij en voor 2014 staan er nog eens acht op stapel, met een totale capaciteit van 25.000 bedden. Een business van 50 miljard dollar per jaar.

Cruise – veel ouderen doen het alleen al voor dat woord. Ja, een cruise... Peperduur nietsdoen, een geldverslindend dolce far niente. Onnodig ergens heen varen en dan weer terug. Kan het decadenter? En dat met vijfduizend man tegelijk. Voor nog geen honderd euro per nacht, inclusief vlucht. Cruiseships are becoming the Greyhound of the seas, schrijft Dinesh d’Souza in The Virtue of Prosperity. Tom Wolfe vertelde een jaar of tien geleden in een interview hoe lang hij had moeten wachten tot zijn loodgieter een klus kwam doen, omdat hij met zijn derde vrouw op een cruise was naar St. Kitts. De cruise als zinkend cultuurgoed (no pun intended). Verdienen is een verouderd idee. Het Westen viert feest van monopolygeld.

Het is de combinatie die de koloniën zo aantrekkelijk maakte: het comfort en de hygiëne van thuis en het onbeperkte dienstbetoon der inlanders. Even lid van de leisure class. Bewegen hoeft niet, dat doet de accommodatie, een oneindige verzameling restaurants en bars, theaters, bioscopen, nachtclubs, casino’s, disco’s, spa’s en fitnesscentra. Het enige dat ontbreekt is een seksclub, maar Thaise masseuses die voor een paar euro over je rug lopen zijn er ook. Het interieur van de Concordia is van haast angstaanjagende smakeloosheid, een Disneyeske nachtmerrie van klatergoud en kitsch. Zelfs de klassieke muziek wordt elektrisch versterkt, overal is show en muziek, de hele dag. Het is een Rai Uno-show die nooit ophoudt. Een hels lawaai, permanent, overal. Behalve in de ‘bibliotheek’, waar nooit iemand is. A temple of fun that will amaze you.

‘Wel erg druk’, schrijven passagiers op internet, alsof ze de cijfers – 290 meter lang, 36 meter breed en 4.800 opvarenden – nooit goed tot zich hebben laten doordringen. ‘Buffetten om middernacht, toetjes zien er prachtig uit, smaken allemaal hetzelfde.’

Na een week is het weer voorbij. Stofzuigen, foerageren, diesel tanken en alles is klaar voor de volgende vijfduizend ‘unieke ervaringen’. Zo stampt deze intensieve consumentenhouderij de Middellandse Zee rond, een non-stop vreet-en-vermaakfabriek.

Gemiddelde leeftijd: rond de vijftig. Een belangrijk deel van die vijftig miljard is pensioengeld. Ook dat verklaart onze fascinatie voor dat wrak, het zou ons pensioen wel eens kunnen zijn, dat daar ligt. Dat worden pyjamadagen in het verpleeghuis.

De democratisering van de uitzonderlijkheid. Ook daarvoor is dit megawrak een monument. Glamour als recht. Wie vraagt er nog gewoon bij een kopje thee zijn aanstaande ten huwelijk? Nee, dat moet bungelend onder een helikopter of op het podium van Carré. Of live op tv, tijdens het weerbericht. Gewoon drie keer de scheepshoorn blazen voor de ouders van Antonella – neh, dat is niks. Nee, we gaan met die hele fokking zeereus dat baaitje in – uniek! Lachen!

Als die sail past nu nog ter ere van een passagier geweest was, zou het verhaal nog enig cachet hebben: voor onze gasten gaat geen zee te hoog, maar zo is het niet. Passagiers klagen op internet dat de officieren ze niet zien staan en de tender loving care vooral van dekstewards en tafelboys moet komen. Filippino’s, die drie- of vierhonderd dollar per maand verdienen, elke dag waterige soep krijgen en alles doen voor een fooi. Ze worden cash betaald, hebben vaak duizenden dollars in hun hut, of gestald in de kluis van de scheepskapelaan – allemaal weg nu.

In de film Inside Job, een indringende reconstructie van de kredietcrisis, maakt grootbelegger George Soros een vergelijking met de scheepsbouw: verdeel het ruim van een bank in compartimenten, zodat bij een lek niet het hele schip vergaat. Het is de geniale vinding die de Titanic ‘onzinkbaar’ maakte. Een omineus perspectief: Soros stelt de financiële industrie een constructie ten voorbeeld, die in de scheepsbouw zelf, honderd jaar na zijn uitvinding, nog steeds niet betrouwbaar blijkt.

Ook dat ligt voor Giglio op de rotsen: het neoliberale fictiedenken dat ons de krediet- en eurocrisis bracht. Die zogenaamd onzinkbare bubble die door een onzichtbare ijsberg toch scheurde en met ontelbare miljarden naar de kelder ging. „Die rots stond niet op de kaart!” zei Schettino, als een bankier tijdens een hoorzitting op Capitol Hill. Even hoop je zelfs dat het waar is, dat er een freak rock in het spel is, maar hij kletste maar wat, net als de mannen van Lehmann en Goldman Sachs: de rots steekt duidelijk boven het water uit.

Credit default swaps, de Costa Concordia: systemen die op papier werken, maar niet voorzien in de morele krachten die het op een kritiek moment bij elkaar moeten houden: saamhorigheid, beroepseer, solidariteit, discipline. (Prudentia, zoals de econome Deirdre McCLoskey het noemt.) En dat zich ook geen rekenschap geeft van de anti-morele krachten die het zelf opwekt: de wrok van geïmporteerde galeislaven die zich voor peanuts uit de naad werken en zich bij onraad zonder scrupules uit de voeten maken, en de criminele egomanie van een gezagvoerder met een Berlusconicomplex – dronken, stoned, allebei, wie zal het zeggen – die zich bij onraad óók zonder scrupules uit de voeten maakt.

Daar ligt hij, de Leviathan, hij beweegt nog wat, maar de dood is ingetreden. Pomp hem leeg en laat hem liggen. Als herinnering. Maar laten we hem wel eren. Door te eten in zijn buik, bijvoorbeeld. Misschien wil hofmeester Tievoli er een restaurant in beginnen. Ja, en de Moldavische blondine in de bediening.

Jan Kuitenbrouwer is journalist en schrijver.