'De bereidheid tot polderen neemt af'

Vorige week vertrokken de politiebond ACP en de militaire vakbond ACOM uit de vakcentrale CNV. Voorzitter Jaap Smit ziet het poldermodel uiteenvallen. „Compromissen vindt men slappe hap.”

Marike Stellinga

en Jos Verlaan

Ja, ook Jaap Smit maakt zich grote zorgen over de toekomst van de vakbeweging en het poldermodel. Dat doet hij al sinds collega-vakbond FNV intern aan het ruziën is geslagen. Maar nu ligt Smit, baas van de een na grootste vakbond CNV, zelf ook onder vuur. Twee bonden willen de vereniging van acht vakbonden die de vakcentrale CNV vormen, verlaten.

De politiebond ACP en de vakbond voor militairen ACOM kondigden vorige week hun vertrek aan. De bonden voelen zich niet meer thuis bij de vakcentrale en ergeren zich aan de uitspraken en het beleid van oud-dominee Smit.

Wat deed Smit verkeerd? „De onvrede stamt van voor mijn tijd,” zegt hij. „Sinds ik in 2010 voorzitter werd, heb ik de voorzitters van die twee bonden nog nooit bij een algemene bestuursvergadering gezien. Nog nooit. Ik heb ook nooit hun bondsraden mogen bezoeken of met hun leden mogen praten. Ze hebben me de kans niet gegeven mijn stem te laten horen. Ik vind het heel jammer dat me dat niet gegund is, want ik hou van die werelden, van militairen en van de politie. Mijn vader was militair.”

Is Smit na de openlijke onmin nog wel de baas van CNV? „Ik ben nooit de baas geweest. Ik vergelijk mijn positie met die van José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie. Net als hij moet ik een confederatie van zelfstandige eenheden besturen. Ik heb mijn eigen Merkels en Sarkozy’s die de dienst uitmaken.”

Smit gelóóft in het poldermodel en in de vakbeweging. Dat zegt hij herhaaldelijk gedurende het gesprek in de Haagse ‘dependance’ van de Tweede Kamer, café Plein 19 in Den Haag. Hij zegt het ook als hij even geen weerwoord meer heeft op alles wat de vakbonden bedreigt: „Hier gelóóf ik in. We leven in historische tijden en er ontstaat iets nieuws in de polder”. Hij maakt hij zich breed, drukt zijn armen gepassioneerd tegen zijn borst. Zijn tafelgenoten snappen dat hij dominee is geweest.

„Je ziet in de vakbeweging dezelfde ontwikkeling als in de maatschappij en in Europa”, zegt Smit: „polarisatie. De bereidheid tot polderen neemt af en dat is een hele slechte zaak. Compromissen worden afgeschilderd als slappe hap, omdat niet iedereen zijn zin krijgt. Terwijl we zoveel kunnen winnen bij het vinden van het redelijke midden.”

Vlak voor Smit in 2010 aantrad, vroeg hij de bazen van de vakbonden van CNV om vertrouwen. „Ik zei: heren, als jullie een scheidsrechter zoeken, dan kom ik niet. Jullie moeten openstaan voor vernieuwing. Ze zeiden ja.” Maar ook toen al waren de voorzitters van ACP en ACOM niet aanwezig.

Jan Kleian, de voorzitter van ACOM, betichtte Smit er vorige week in deze krant van een „communistisch” bewind te voeren. Volgens Kleian had Smit hem verboden zijn leden te zeggen dat ze tegen het pensioenakkoord moesten zijn. „Wat een onzin!”, reageert Smit. „Beledigend ook. Ik vond het onacceptabel dat ze hun verzet tegen het pensioenakkoord in de media ventileerden, terwijl ik naar buiten bracht dat CNV vóór was, met drie mitsen. Die mitsen waren precies de bezwaren van ACP en ACOM! Dat vind ik niet sjiek. Vervolgens lijk ik een soort Kim Jung- Jaap. Maar ik kán die bonden niks verbieden.”

Zo groot als bij de FNV is de onmin binnen CNV niet, zegt Smit. De vertrekkende bonden vertegenwoordigen 8 procent van de leden van CNV. „We dreigen niet te scheuren. Er vertrekken twee bonden, die al jaren in onmin leven met ons. Alle andere bonden staan achter de vakcentrale.”

„Er is geen richtingenstrijd bij CNV. Die zie ik wel bij de FNV. Daar botst een conservatieve stroming met de redelijke groep die wil hervormen. Ik ben er niet zo heel optimistisch over dat die richtingen samen iets moois worden. Een week na het vredesakkoord in december zag je de strijd alweer oplaaien. Alleen het huis van de FNV verbouwen, lost die richtingenstrijd niet op.”

Smit vreest dat de vakbeweging in zijn algemeen zal scheuren, in een conservatieve en een hervormingsgezinde tak. „Het zou me niet verbazen als er straks twee vakcentrales in Nederland overblijven. Een CNV-achtige vakcentrale, die zoekt naar het redelijke midden en overleg. En een radicalere vakcentrale, die voortdurend actie voert.”

De theorie dat Smit graag ziet dat zijn CNV opgaat in De Nieuwe Vakbeweging die de FNV probeert op te richten, bestempelt hij als „onzin”. De twee vertrekkende CNV-bonden, vonden dat Smit al te gretig lonkte naar de nieuwe FNV. Smit zei vlak na de bekendmaking van het FNV-plan dat hij de analyse van kwartiermakers Han Noten (PvdA) en Herman Wijffels (CDA) deelde. Vakbonden moeten zich omvormen in herkenbaardere, kleinere beroepsbonden, willen ze het slinkende ledenaantal stoppen.

Dat vond Smit ook en dat vindt hij nog steeds. „Dat heb ik inderdaad gezegd. Vervolgens zegt Noten in Nieuwsuur dat ik hem gebeld heb, en dat ik wil aanschuiven. Dat is quatsch, ik heb hem helemaal niet gebeld. En ik wil ook niet aanschuiven. Maar moet ik dan in reactie op alle commotie de deur keihard dichtgooien? Moet ik dan roepen: een fusie met de FNV, nee, dat nooit? Dat weiger ik.”

Volgens Smit ligt het probleem van de bonden niet bij de overkoepelende vakcentrales, die van de vakbeweging volgens critici een onaantrekkelijke eenheidsworst maken. Het probleem ligt bij de grote fusiebonden. Bij de FNV zijn Bondgenoten en Abvakabo zo groot dat die bonden vakcentrales op zich zijn. CNV Vakmensen heeft 135.000 leden.

Moeten grote bonden als CNV Vakmensen en CNV Publieke Zaak zich dus opsplitsen?

„Wij zijn daarover aan het nadenken. Of we fuseren tot één grote vakbond, die langs beroepskolommen is georganiseerd. Of we maken de bonden kleiner en hangen ze onder één vakcentrale. We moeten de grote machtsconcentraties in elk geval ontmantelen.”

Stel dat de FNV scheurt. Wat zou daar erg aan zijn? Dan zijn er 3 in plaats van 2 grote bonden. Nou en?

„Dat is een probleem als één van die bonden zich heel anders opstelt. Bijvoorbeeld doordat de ene bond voortdurend staakt, terwijl de anderen onderhandelen. Het laatste wat we kunnen gebruiken is een versplinterde vakbeweging. Want er wordt op alle mogelijke manieren geknaagd aan de rechtspositie van werknemers. De werkgevers hebben een ongelooflijk goed geoliede lobbymachine, terwijl de vakbeweging versplinterd is.”

„Er is een hervorming van de arbeidsmarkt nodig. Vaste contracten moeten minder vast worden, en flexibele contracten minder flexibel. Stop al het geld dat we nu uitgeven aan hoge ontslagvergoedingen in scholing en preventie. Als we niks doen, zal de tweedeling tussen ‘vast’ en ‘flex’ groeien. Dan zijn er straks veel meer flexwerkers.”

Ook het hervormingsgezinde bestuur van de FNV is mordicus tegen een hervorming van het ontslagrecht.

„Nou, dat is mij wel meegevallen. In de top van de FNV zit veel hervormingsgezindheid. Dat zal u verbazen.”

FNV-voorvrouw Agnes Jongerius spreekt over de ‘grijsgedraaide plaat van het ontslagrecht’.

„Ze zullen het misschien niet snel in de media zeggen, maar ze weten ook wel dat ze voorop moeten lopen. Want als je achter een kudde koeien aanloopt, stap je in de shit. Ik heb zelf twee kinderen van 23 en 25. Hun belangen staan groot op mijn netvlies. Ik vraag vaak aan mijn leden: heb je kinderen? Kunnen die een hypotheek afsluiten? Zo nee, waarom niet, denk je? Juist, omdat ze geen vast contract kunnen krijgen, maar een lullig flexcontract. We mogen ons ook als oudere werknemers niet blind staren op verworven rechten.”

Is een centraal akkoord over hervormingen mogelijk nu de FNV vooral met zichzelf bezig is?

„Misschien is het bijna onmogelijk, maar het is wel noodzakelijk.”

Bestaan de bonden straks nog?

„Niet als wij niet in staat zijn mensen duidelijk te maken waarom ze lid moeten worden. Het is erop of eronder de komende jaren. We moeten tegen jongelui zeggen dat ze in de toekomst pensioenakkoorden niet al twitterend kunnen sluiten.”

Hoogleraar Jelle Visser ziet daarin juist de toekomst van de vakbeweging: spontaan verzet dat via internet en twitter wordt georganiseerd.

„Veel succes.”

Jongerenorganisaties gingen spontaan in verzet tegen het pensioenakkoord. Een meerderheid in de Tweede Kamer kwam vervolgens voor ze op.

„In Nederland worden gewoon zaken gedaan via ons. Zonder de bonden wordt het een zooitje. Ik hang niet aan bestaande structuren. Ik snap ook wel dat jongeren zich niet meer voor eeuwig willen committeren aan het betalen van 15 euro per maand. Ik praat met ál die jongerenorganisaties. Maar ik word er wel een beetje moe van dat alles over jongeren gaat. We moeten ook denken aan ouderen.”

Zijn de meest opstandige bonden niet de meest succesvolle?

„Hoe meet je succes?”

Aan het aantal leden.

„Ik heb nog steeds de illusie dat het lukt om leden te vinden voor redelijke bonden. De nuance en de stille diplomatie van CNV trekken in de media weinig aandacht, maar dat maakt wat wij doen niet minder waardevol.”

Wat is u het meest tegengevallen in de 1,5 jaar dat u baas bent van CNV?

„De samenwerking, het positiespel, dat kost te veel energie. Die energie zou je moeten richten op wat mensen nodig hebben. Op wat de vakbeweging van morgen moet zijn. Niet aan intern gedoe.”