Brieven over de verengelsing van het Nederlands

Pleidooi voor taalpolitiek moeilijk te geloven

„Waarom zouden lezers van regionale kranten en De Telegraaf, kijkers van Ik Hou van Holland, The Voice of Holland, Boer Zoekt Vrouw en Flikken Maastricht zich bewegen in een omgeving met steeds meer Engels?” Marcia Luyten stelt een interessante vraag (Opinie & Debat, 14 januari). Helaas geeft ze geen antwoord.

Luyten observeert dat overal reclame in het Engels is. Ze biedt alleen een oppervlakkig begin van een analyse: de samenleving wordt commerciëler en de taal van de commercie is het Engels, leidend tot vervreemding. Taalpolitiek zou „bevorderen dat het Nederlands met nadruk en liefde wordt gebruikt”.

Het is moeilijk te geloven dat iemand zoiets serieus naar voren brengt. De maatregelen om te bepalen hoe bedrijven of individuele politici zich al dan niet uitdrukken, zouden draconisch zijn en zich moeilijk verdragen met een democratische samenleving. Luyten gaat hier dan ook niet op in. Ondertussen is haar oorspronkelijke vraag nog steeds niet beantwoord.

Er is weinig reden om te denken dat ‘de commercie’ het Engels met geweld aan ons opdringt. Bedrijven hebben weinig belang bij het Engels en passen zich ook maar aan. Het valt op dat de slogans die Luyten noemt nogal oppervlakkig zijn. Het is denk ik ook niet voor niets dat de tv-programma’s en kranten die Luyten noemt allemaal in het Nederlands zijn (afgezien in een enkel geval van de titel). Er worden in Nederland geen Engelstalige tv-programma’s gemaakt.

Het Engels heeft niet veel meer dan een decoratieve functie. Wat het betekent, doet er niet toe. Dat is ook meteen een groot verschil met de talen die PVV-stemmers (volgens Luyten) wel verafschuwen, zoals het Arabisch en Turks, die een veel duidelijker rol spelen in het dagelijks leven van veel mensen.

Tegen het Engels op de reclameborden verzetten de mensen zich niet om dezelfde reden waarom ze zich niet verzetten tegen irreëel mooie modellen op reclameposters: het heeft met hun dagelijks leven weinig te maken en raakt ze daardoor niet. De kijkers van The Voice of Holland delen Luyten’s zorgen niet en dat lijkt me terecht. Voor een ‘gedurfde taalpolitiek’, is geen reden.

Marc van Oostendorp

Taalkundige verbonden aan het Meertens Instituut en de Universiteit Leiden

Ook op de universiteit neemt het Engels over

Marcia Luyten merkt terecht op dat een volk dat zich ontdoet van zijn taal zijn bestaansrecht opgeeft (Opinie & Debat, 14 januari). Zij ziet de verengelsing van onze leefomgeving als een nevenproduct van de globalisering: commercialisering.

Als Luyten ook notitie had genomen van de plekken waar de Nederlanders worden opgeleid, zou haar gebleken zijn dat de situatie veel dramatischer is. Sinds enige jaren is voor de masteropleidingen aan de universiteiten het Nederlands als onderwijstaal nagenoeg verdrongen door het Engels. Je bent gedwongen je onderzoeksopleiding te krijgen in een taal die jou vreemd is, waarin je niet van jongs af aan hebt gefantaseerd en creatief bent geweest.

Wetenschappelijk is er geen reden voor. Engels wordt weliswaar al vele decennia op congressen gebruikt en voor publicaties, maar het is niet de wetenschappelijke taal. Bij het (leren) doen van onderzoek en het praten daarover met vakgenoten gebruik je als het kan je moedertaal, omdat je daarin het meest fantasievol en creatief bent. Dat er met het Nederlands als wetenschappelijke taal niets mis is, bewijst bijvoorbeeld het grote aantal Nederlandse Nobelprijswinnaars in de eerste helft van de vorige eeuw.

De reden van het opgeven van Nederlands als onderwijstaal aan de universiteiten, langzaam gevolgd door andere onderwijsinstellingen, is ook hier commercieel. Ten onrechte denkt men studenten aan te trekken van buiten. Ook overschat men de waarde van het gebruik van Engels voor de economie. Er is geen reden om aan te nemen dat Engels de enige wereldtaal zal worden. Beter is het om als handelsland te investeren in verschillende talen.

Dat zou betekenen dat we ons zouden leren uit te drukken in een paar van deze talen, maar dat het onderwijs in de andere vakken in het Nederlands gegeven zou worden. Ten behoeve van onze welvaart moet het Nederlands als basis van onze cultuur de enige instructietaal blijven en de plaats behouden die het in onze Gouden Eeuw verkreeg en waardoor we sinds die tijd wetenschappelijk, technisch en economisch zoveel vooruitgang boeken.

Dr. Gerard MJ Beyersbergen van Henegouwen

Farmacochemicus en toxicoloog, buitengewoon hoogleraar verbonden aan de universiteiten van Leiden en Padua (It.)

Je ontkomt er niet aan

Met grote tevredenheid heb ik Marcia Luyten over de Engelse infectie van ons taalgebruik gelezen (Opinie & Debat, 14 januari). Een gevoel van diepe walging rijst in mij op wanneer ik hoor hoe mensen ‘gaan shoppen met de kids om te checken of er in de sale een mooie discount is te scoren’, of advertenties lees waarin een human resources manager wordt gezocht.

Maar het virus had ook Luyten even te pakken gehad toen ze schreef dat Luther zijn ideeën „in print” kon verspreiden. Je ontkomt er haast niet aan. Soms is het ook moeilijk om een Nederlands equivalent te vinden, voor ‘inchecken’ en ‘outchecken’. Bij aan/afmelden of in/uitschrijven kan toch een zekere ontevredenheid resteren.

Frithjof A.S. Sterrenburg

Heiloo