Bestaat een 'onaantastbare' ontspoorde straatjeugd?

Gaat het goed met de veiligheid in rechtsstaat Nederland? De misdaadstatistieken zeggen al een poosje van wel. De overbodige gevangenis in Tilburg wordt nu al twee jaar gehuurd door België. Per 1 januari zijn er vijf penitentiaire inrichtingen gesloten. In mijn straat is alles rustig. ’s Nachts loopt er wel eens een student te schreeuwen. Dat is alles. En als de vuilniswagen is geweest, schoppen scholieren vanaf de fiets de lege containers om. Foei. Over criminaliteit lees ik in de krant. Kankeren doet mijn wijk op de scheve stoeptegels. Laatst liet ik nog mijn fiets zonder slot buiten staan.

Over dus naar lector Marnix Eysink Smeets, die ‘vlekjes’ op de kaart van een ‘zeer veilig land’ kent waar het helemaal mis is. In die vlekjes heersen angst en intimidatie. Daar is de macht in handen van allochtone jeugdgroepen. Politie, rechtspraak, reclassering en jeugdzorg hebben er geen greep op.

In december publiceerde Eysink Smeets namens de Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties het rapport De Onaantastbaren. Volgens hem is er een nieuwe veelpleger opgestaan, die desastreuze effecten heeft op de omgeving en tegen wie niet minder dan een „rechtsstaatoffensief” nodig is – repressie met „chirurgische precisie”, zegt hij, bijvoorbeeld „maatschappelijke tbs” of maximaal vier jaar celstraf. De reclassering denkt mee: combinatiestraffen met permanent toezicht na afloop, controle met enkelbanden, drugstesten, heropvoeding, werkstraf en scholing, zei directeur Sjef van Gennip in Trouw.

Volgens Eysink Smeets is het eerder een moreel probleem dan een veiligheidskwestie. Dit gaat over de onmacht van de overheid. De handhavers zijn gefrustreerd. De legitimiteit en de geloofwaardigheid van de overheid staan op het spel.

Ruwweg gaat dit over de groep die Kamerlid Samsom (PvdA) tegenkwam als straatcoach. Hij toonde zich in deze krant vorig jaar onthutst over een „etnisch monopolie” op straatoverlast. De instrumenten van de rechtsstaat vond hij „volstrekt ongeschikt” om er wat aan te doen. Zijn idee: zichtbaar het gezag op straat herstellen – het multiculturele drama, maar dan op straat.

Eysink Smeets omschrijft de jeugdgroepen als brutaal, confronterend en intimiderend. Ze bestaan in grootstedelijke volksbuurten, maar ook in Gouda, Culemborg, Zaltbommel en Helmond. Ze uiten zich door vernielingen, geweld, wegpesten en roof. Het zijn jongens tussen de 14 en 30. Eenmaal gepakt bekennen ze vrijwel nooit. Ze zijn niet vatbaar voor straf of hulp, zeer materialistisch en gewelddadig, „interventieresistent” en „confrontatiebereid” in zorgjargon. De ‘onaantastbaren’ onder hen leggen zich toe op het aanjagen van angst. Ze ontwijken de politie, ontgaan hulpverlening en komen er ook mee weg.

Dagblad Trouw observeerde een paar maanden de ‘bende van de Delftselaan’. Verslaggever Perdiep Ramesar beschreef in een fraaie serie een angstige buurt in Den Haag, beheerst door een handvol zwaar gedragsgestoorde jongens. Inmiddels lijkt de overheid er weer controle te hebben. Eind vorig jaar werd de harde kern gearresteerd.

Eysink Smeets vergelijkt deze allochtone groepen met de junks die decennia terug voortdurend auto’s openbraken en winkeldiefstallen pleegden. Alleen speelt hier niet drugsverslaving mee, maar een verstandelijke handicap. Deze groep allochtonen zou voor ongeveer 40 procent zwakbegaafd zijn. De junks zijn destijds effectief aangepakt. Voor hen werden de Inrichting voor Stelselmatige Daders en de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden bedacht. Het langer opsluiten van deze veelplegers leidde tussen 2001 en 2007 volgens Tilburgs onderzoek tot tweederde van de daling in het aantal woning- en auto-inbraken.

Het gewone strafrecht is nu te weinig effectief, vindt Eysink Smeets. Dit is groepsgedrag dat, teruggerekend naar individuen, te lage straffen oplevert. Inmiddels geeft het OM de strafrechter zogeheten ‘sfeer-processen-verbaal’ te lezen, waarin de gijzeling van de bange buurt wordt beschreven – alles om de rechter de sociale context duidelijk te maken, niet van de dader, maar van diens slachtoffers.

Amsterdam stelde al een top-600 van criminele jongeren op en probeert een gecoördineerde groepsaanpak. Den Haag pakte met het ‘Mammoetproject’ de Delftselaan aan. Utrecht belooft een ‘onaantastbaren’-project, nog deze maand. Eysink Smeets denkt dat 80 procent van veelplegers met het bestaande strafarsenaal kan worden beïnvloed.

En de 20 procent die overblijft, „op wie niets blijkt te werken”? Gewoon van straat halen, zegt hij. Dit zijn dan strafrechtelijk wel „overdreven ogende maatregelen”, maar ze zijn nodig om de spiraal van onmacht te doorbreken. Aan de celruimte hoeft het niet te liggen.

Folkert Jensma

Debat op nrc.nl/rechtenbestuur, Twitter via #rechtenbestuur