Beren op de weg

In Vancouver kun je wild en avontuurlijk wandelen in de stad. Helemaal zonder risico is het niet. ‘Geen paniek, blijf kalm.’

Smile at the bears, zegt een taxichauffeur. Als je dat doet, glimlachen ze terug en gaan hun oortjes zo leuk heen en weer. Even laat hij het stuur los om zijn handen boven zijn hoofd te laten wapperen. „Zo doen die zwarte beren dat.” Hij kan het weten. Per jaar verdient de taxichauffeur er zo’n 15.000 dollar bij met bessenplukken en dan kom je wel eens een beer tegen. Bij cougars (poema’s) helpt een glimlach niet, die moet je anders aanpakken: „Ga op je tenen staan en zwaai met een knots.”

Dat we over beren praten, komt door mijn vriendin en mij: wij hebben berenangst. Tijdens een wandeling langs de rand van de stad stuitten we op een geel affiche, vastgenageld aan een paal. ‘Bear in Area’ stond er opgeschreven. Dat was in het groen tussen de huizen, een plek die je knus zou kunnen noemen. De beer, een zwarte, was een dag eerder waargenomen, ’s ochtends om zeven uur. „Remain calm, don’t panic”, is een van de tips voor als je hem tegenkomt. Omkeren en teruglopen? Gespannen liepen we verder. Watjes wilden we niet wezen. De beer zagen we niet. Wel een zonnende man in het gras.

Dagenlang hadden we langs de Canadese kust gebanjerd zonder weet van beren en met zicht op een stad die er verbijsterend mooi bij lag. Vancouver grenst aan het helderblauwe water van English Bay. Zonaanbidders liggen er op prachtige stranden met de rug tegen aangespoelde boomstammen. Op de achtergrond ruige bergen met in hartje zomer nog sneeuw op de hoogste toppen. Een plek waar, zoals men zegt, je ’s ochtends skiet en ’s middags op het strand ligt.

Na de kust komen de bergen. Het bord ‘Bear in Area’ nodigt niet uit om ook daar nog een keer te wandelen. We pakken het anders aan. Door kloven en ravijnen, de groene vingers van Vancouver, lopen we richting centrum. Wild en avontuurlijk wandelen door de stad, het kan in Vancouver. „Zitten hier beren”, vragen we voor alle zekerheid in een ravijn aan een man met hondje. „Nee, beren niet, wel coyotes”, zegt de tengere man. Soms lijken de prairiewolven verdwenen, maar als de brandweer boven aan de rand van het ravijn met loeiende sirene langs scheurt, beginnen ze te huilen. Dan weet je weer dat ze er nog zijn. Beren zitten verderop. Ooit liep er een hele grote door de straat van zijn broer. De man met hond heeft nog een advies voor mijn vriendin: „Ga tijdens je periode het bos niet in. De beren ruiken je van ver.”

Garbage bears

Wie heeft geen beer in zijn tuin gehad?, denk ik soms wel eens. „Mijn beer woog minstens 400 pond”, zegt een klusjesman enthousiast. Een Zwitsers meisje op taalcursus vertelt dat haar hospita vier beren op bezoek kreeg. Sindsdien is de taalstudente ’s avonds, op het stuk tussen de bushalte en haar kamer, banger voor beren dan voor enge mannen. De jongen van de buurtsuper heeft het over garbage bears. Hij vertelt over ‘Bear Smart’ communities. Die krijgen dat label als ze het afval niet rond laten slingeren en het fruit op tijd plukken. Beren boezemen hem geen angst meer in. „Gevaar hoort bij het leven”, zegt hij met een lach.

Na een week is mijn berenangst wat gezakt en besluit ik de bossen rond Vancouver in te gaan. Mijn vriendin gaat niet mee. Ze geeft nog wel een advies: „Neem een paraplu mee tegen de beren. Als je die open en dicht klapt, rennen ze weg.” In een berenfolder lees ik over een anti-berenspray. Ook worden belletjes en fluitjes aangeraden om beren op afstand te houden. In de Chinese wijk van Vancouver koop ik een metalen fluitje aan een roze koordje.

’s Morgens op de dag van de wandeling moeten er nog een paar beslissingen genomen worden. Wel of geen sinaasappel mee? Beter van niet, lijkt me, de geur van fruit moet voor beren onweerstaanbaar zijn. Ook geen vlees op brood. Je hebt, zegt men, zelfs beren die de goulash door het blik ruiken. Deodorant onder de oksels? Niet doen, beslis ik. Je weet maar nooit wat dat met beren doet.

Bosbranden

Het blauw is uit de hemel. Rook van de bosbranden in het binnenland ligt als een grijs gewaad over de stad. In mijn fantasie zie ik beren voor de vlammen uit rennen richting Vancouver. Dat voelt niet goed. Ik wacht tot iemand de gemarkeerde Baden-Powell route neemt. Al na zo’n tien minuten loop ik achter een man met zwarte herdershond een donker bos in met stevige bomen: Douglas firs en Western red cedars. De man heet John en zijn hond Oliver. Dat ik een fluitje bij me heb, vindt hij heel goed: „Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.” Maar zelf heeft John geen fluitje, een hond vind hij genoeg. „Rent Oliver sneller dan een zwarte beer”, wil ik weten. „Nee, zo’n beer rent wel 35 mijl per uur.” Na een uur gaat de gemarkeerde route naar links en John naar rechts. Even overweeg ik met hem mee te lopen, maar dat zou belachelijk zijn. Ik had hem al verteld dat ik naar Mosquito Brigde wilde lopen, ergens verderop langs de trail. We geven elkaar een hand. Na zo’n tien minuten begin ik op het fluitje te blazen. Daarna is het weer stil, heel stil. Dan verschijnt plotseling voor mij op het pad een vrouw met lange blote benen op witte gymschoenen. Zonder anti-berenspray, belletje of fluitje loopt ze helemaal alleen door het bos. Ik voel me op mijn bergschoenen met mijn fluitje belachelijk. Op dat ding blazen, doe ik niet meer. Bij Mosguito Bridge zijn twee gele affiches aan een paal genageld. Op het ene staat het vertrouwde ‘Bear in Area’, op het andere ‘Cougar in Area’. Als je zo’n poema tegenkomt moet je jezelf groot maken en met een knots gaan zwaaien, had de taxichauffeur gezegd.

Ik loop richting stad en zoek een Starbucks. Tegenover mij, zit een oudere vrouw. We raken aan de praat. En ja, ook zij heeft wel eens een beer in de tuin gehad. Maar ook het strand is volgens haar niet veilig. Tenminste voor wie, zoals zij, een hondje heeft. Voor je het weet, vliegt een roofvogel er met jouw hondje vandoor. Echt waar? „Echt waar”, knikt ze. We babbelen nog wat verder. Ik vertel over ons fraaie appartement vlakbij Hastings street in Chinatown, via huizenruil verkregen. „Die buurt is”, zegt ze, „met al die drugsgebruikers de gevaarlijkste plek van heel Canada.” Mijn vriendin en ik hebben ons daar nog geen moment onveilig gevoeld. Ze zou er nooit willen wonen. Liever aan de rand van de stad bij de beren. „Dat is een stuk veiliger dan bij jullie”, zegt ze met een glimlach.

Te koop in Vancouver: Great Walks of Vancouver van Charles Clapham. Het bevat ruim 40 dagwandelingen in en rond de stad. Begin- en eindpunt is meestal bij een bushalte of metrostation. Een prima wandelgids om de stad te ontdekken.