Ach ja, nog een dinosaurusbotje

Paleontologie China kent een stortvloed van prachtige fossielen van dinosauriërs. Het zijn er te veel om goed te kunnen bewaren en beschrijven.

Lucas Brouwers

Aan de kant, Triceratops en Tyrannosaurus. De iconische dinosauriërs van morgen heten Shantungosaurus, Zhuchengtyrannus en Yizhousaurus. Met hamer en beitel bevrijden paleontologen het ene na het andere puntgave dinofossiel uit de Chinese rotsen. Overal in China worden musea en dinosaurusparken uit de grond gestampt om de vondsten tentoon te stellen en te bewaren. Maar wat als de fossielenbubbel barst?

Paleontologen zijn er inmiddels aan gewend dat de meeste en mooiste fossielen uit China komen. Het land is groot; de aardlagen zijn precies van de juiste leeftijd. “Zowel in kwantiteit als kwaliteit overtreft China andere fossielenvindplaatsen”, zegt Dave Hone, paleontoloog bij het University College Dublin. Hij heeft drie jaar in Zhucheng gewerkt, een stad in de kustprovincie Shandong. Daar zijn in lokale steengroeven resten van duizenden dinosauriërs gevonden.

Ook elders in China zijn er fossielen in overvloed. “Als je een uur in de Gobiwoestijn gaat zoeken zonder een dinobotje of tand te vinden, doe je iets fout”, zegt Hone. Paleontologen laten resten van veelvoorkomende soorten, zoals Protoceratops, inmiddels liggen. Ze komen toch niet toe aan het beschrijven ervan.

Maar niet alleen wetenschappers zijn geïnteresseerd in die prehistorische rijkdom. Volgens Philip Currie, hoogleraar paleobiologie aan de University of Alberta, is de illegale handel in fossielen ‘enorm’. De Chinese autoriteiten hebben het verhandelen van fossielen officieel verboden, maar deze wetten worden amper nageleefd. “Ik werk zelf veel in Mongolië”, zegt Currie aan de telefoon. “Elk jaar als we terugkeren naar onze opgravingen is het hartverscheurend om te zien wat er weer uit de grond is gereten.”

Al sinds het einde van de negentiende eeuw wordt er in China naar fossielen gezocht. Maar de Chinese paleontologie is pas twintig jaar big business. “De regering subsidieert paleontologisch onderzoek nu veel meer dan voorheen. Bovendien wordt er nu in het hele land gebouwd. Overal worden wegen aangelegd. Werklui stuiten tijdens hun werkzaamheden op nieuwe vindplaatsen”, zegt Xu Xing, onderzoeker bij het Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology, vanuit Peking aan de telefoon. Xing is China’s sterpaleontoloog. Hij heeft sinds 1999 tientallen nieuwe dinosoorten beschreven en benoemd.

Iedereen probeert een graantje van die investeringen mee te pikken. “Arme boeren slopen de fossielen uit de rotsen en verkopen ze door aan handelaren”, zegt Currie. “Die slijten hun waar weer aan de paleontologische instituten. De instituten kunnen niet tegen de boeren op. Zij kunnen hooguit tien onderzoekers naar een opgraving sturen. De boeren zijn met duizenden.”

Musea en parken

Om een klein deel van de stortvloed aan fossielen te kunnen herbergen worden overal musea en parken ingericht. Soms direct naast, of bovenop, de plek van opgraving. Bij de aanleg van die parken wordt niet gekeken op een yuan meer of minder. Hectaren worden gevuld met attracties, speelhallen en kunstmatige watervallen. Levensgrote dinosaurusstandbeelden sieren de snelweg ernaartoe.

Ook in Zhucheng, waar Hone heeft gewerkt, schieten de musea als paddestoelen uit de grond. “Eén museum is al klaar, nog twee zijn er in aanbouw en een vierde is al gepland”, zegt hij. “In China geldt het adagium ‘build it, and they will come’.”

Maar vaak blijven de verwachte bezoekersstromen uit. “In veel grote musea waar ik ben geweest, zag ik amper bezoekers. Zelfs in het weekend was het er rustig”, zegt Hone. Het lijkt erop alsof de Chinese autoriteiten de vraag naar dinosauriërs hebben overschat. Veel parken en musea liggen te afgelegen om tot toeristentrekkers uit te groeien. De lokale bevolking van Zhucheng moet zich nog niet rijk rekenen met de geplande musea. Hone: “Zhucheng is ver weg van alles. De dichtstbijzijnde stad ligt 300 kilometer verderop.”

Ook Xing zet vraagtekens bij de wildgroei van musea. “De nieuwe musea zijn prachtig, maar ze worden te snel gebouwd. Er is niet genoeg tijd om een goede collectie op te bouwen, en er zijn niet genoeg curatoren en wetenschappers om de fossielen te beheren.” Xing assisteert zelf curators van verschillende musea. “Ik doe wat ik kan, maar het is niet makkelijk.”

Currie deelt die zorgen. “Sommige musea hebben nog niet één paleontoloog in dienst.” Door de slordige manier waarop de fossielen worden verzameld en bewaard, gaat waardevolle informatie verloren. “Belangrijke vondsten worden door Chinese en Westerse wetenschappers beschreven, zonder dat ze precies weten waar het vandaan komt. Ze kunnen alleen maar naar de afkomst gissen. Het is beangstigend.”

Ondertussen stapelen de onbeschreven fossielen zich almaar op. In de lades, kasten en hangars wachten zij nog op een wetenschapper die ze beschrijven kan. Ook hun beheerders wachten. Op de drommen bezoekers die maar niet komen willen.