Zo kan het ook: twintig miniprovincies

Het kabinet wil van de Randstad een megaprovincie maken die loopt van Den Helder tot Veenendaal, maar veel intelligenter en logischer is een opsplitsing in miniprovincietjes

Ruimtelijk econoom

Het kabinet wil drie provincies samenvoegen tot één Randstadprovincie. Ook Jan Franssen, commissaris van de provincie Zuid-Holland, pleitte er onlangs voor om zijn provincie te vergroten met Zeeland en delen van Brabant. Het doel is het aanpakken van bestuurlijke drukte. Dat is een nobel streven, maar een grote superprovincie zal alleen maar tot meer bestuurlijke drukte leiden. Daarom kun je de grote provincies beter opdelen in kleinere provincies, die op verbindende thema’s nauw samenwerken.

Dat bestuurlijke drukte in de Randstad een probleem is, zal niemand ontkennen. Naast de provincies zijn er inmiddels allerlei niet-democratisch gecontroleerde stadsregio’s en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, die allemaal hun zegje willen doen bij complexe projecten. Als je kijkt welke instanties allemaal betrokken zijn bij bijvoorbeeld de A4 door Midden-Delfland dan krijg je de indruk dat het ‘huis van Thorbecke’ inmiddels is uitgedijd tot een torenflat. De afgelopen decennia was er een wildgroei aan allerlei tussenlagen tussen de gemeente en de provincie.

Als het kabinet samenvoeging van provincies een probaat middel vindt tegen bestuurlijke drukte, zou je verwachten dat die drukte in grote provincies minder is dan in kleine provincies. Het tegengestelde blijkt echter: kleinere provincies functioneren in de praktijk veel efficiënter dan de grote, en kennen veel minder tussenverbanden. Juist in de grote provincies Noord- en Zuid-Holland is de bestuurlijke drukte groot. Voor een fors deel komt dit door de overlappende taken tussen de provincie en de stadsregio’s.

De omvang van de huidige provincies is historisch bepaald. De grenzen tussen Holland en Utrecht zijn gebaseerd op 14de eeuwse machtsverhoudingen tussen de graven van Holland en de Stichtse bisschoppen, en zijn sindsdien nauwelijks meer gewijzigd, terwijl de samenleving inmiddels wel sterk is veranderd.

De Randstad in de 21e eeuw bestaat uit vier grote agglomeraties met in het midden een groengebied en daaromheen verschillende stedelijke regio’s. De Randstadprovincies kennen enkele havengebieden, eilanden, een lange kuststrook en zelfs een Waddeneiland.

In de Noord-Hollandse Staten houden statenleden uit Hilversum, Hoofddorp en Den Helder zich bezig met geluidscontouren van Schiphol, de veiling in Aalsmeer, sluizen bij IJmuiden en de komst van een randmeer bij Wieringen. Zuid-Hollandse statenleden uit Rotterdam, Rockanje en Reeuwijk houden zich onledig met de Tweede Maasvlakte, glastuinbouw rond Zoetermeer, zoutwaterinlaat in het Haringvliet, veenweidevogels in het Groene Hart en kennis in Delft. Om al deze belangen een beetje te kunnen ordenen, zijn er allerlei regionale tussenlagen, die voor de gesignaleerde bestuurlijke drukte zorgen.

In de kleinere provincies, die slechts zo’n twintig gemeenten tellen, zie je daarentegen veel minder tussenlagen. Blijkbaar is zo’n schaalniveau efficiënter dan dat van de grote, veelkleurige Randstadprovincies.

Wanneer je Randstadprovincies samenvoegt, krijg je alleen nog maar meer bestuurlijke drukte. Want een megaprovincie van Den Helder tot Veenendaal, of van Hillegom tot Hulst, met meer dan honderd gemeenten, vergt allerlei tussenverbanden om nog een beetje overzichtelijk te blijven, en leidt alleen maar tot een nog krachtelozer bestuur in de Randstad.

De Randstad is immers niet één geheel, maar een bonte aaneenschakeling van wereldsteden, mainports, tuinbouwgebieden, kenniscentra, boerendorpen, natuurgebieden en provinciestadjes die kriskras door elkaar liggen en economisch nauw aan elkaar verbonden zijn, zonder rekening te houden met de historisch gevormde bestuurlijke grenzen.

Daarom is het beter om de grotere provincies juist op te splitsen in twee of drie provincies, zodat je kleinere, overzichtelijke provincies krijgt met een duidelijk profiel. Zo zou je Zuid-Holland kunnen opdelen in West-Holland (stadsregio Haaglanden met de Leidse regio), Rijnmond (stadsregio Rotterdam plus de Drechtsteden) en Midden-Holland met de Groene Hartgemeenten. West-Holland is sterk in de thema’s bestuur, wetenschap en Greenport, Rijnmond in de thema’s water, mainport en logistiek en Midden-Holland kan zich richten op landbouw en plattelandsproblematiek. Noord-Holland zou je bijvoorbeeld kunnen opdelen in Amstelland (stadsregio Amsterdam met IJmond), Noorderkwartier en een provincie Gooi- en Eemland. Hetzelfde kun je doen in Brabant en Gelderland.

Nederland bestaat dan uit zo’n twintig kleinere provincies, die efficiënt, zonder verdere tussenlagen, kunnen functioneren. Deze kleinere provincies kunnen op hun beurt weer nauw samenwerken op thematisch Randstadniveau: de vier grootstedelijke provincies werken samen op het gebied van grotestedenproblematiek, Midden-Holland, Zeeland en Noorderkwartier op het gebied van waterbeleid en de vitaliteit van kleine kernen, West-Holland en Amstelland als het gaat over Greenports en Amstelland, Rijnmond en West-Brabant voor mainports en logistiek. Per thema kunnen de relevante regio’s zich naar buiten toe als een eenheid presenteren.

Door deze duidelijke profilering en samenwerking op Randstadniveau ontstaat er een helder, krachtig en thematisch middenbestuur dat zich efficiënt kan richten op de ruimtelijke en de economische vraagstukken van deze tijd. Doordat de provinciebesturen zich dan meer bezig houden met regionale vraagstukken (nu gebeurt dat veelal in nogal onzichtbare samenwerkingsverbanden), worden zij ook weer herkenbaarder voor de inwoners.

Daarom een oproep aan het kabinet: stop met de plannen om Randstadprovincies samen te voegen, want dat leidt alleen maar tot meer bestuurlijke drukte, maar splits juist de grote provincies in kleinere, efficiënte, overzichtelijke entiteiten. Dit kan uitstekend gecombineerd worden met het integreren van de (op te heffen) stadsregio’s in de nieuwe, kleinere provincies.