Uitkering starters geldt nog half jaar

Kunstenaars die op 31 januari vorig jaar een uitkering ontvingen op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) of een aanvraag daarvoor hadden gedaan waarover nog niet is beslist, kunnen in de eerste zes maanden van dit jaar nog aanspraak maken op de uitkering. Dat geeft hun de mogelijkheid om zich voor te bereiden op het definitief stopzetten van de uitkering.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft gisteren de overgangsregeling gepubliceerd die het op last van de rechter moest maken. Daaruit blijkt dat de kunstenaars die nog tot 1 juli dit jaar gebruik willen maken van de kunstenaarsuitkering, niet meer hoeven te voldoen aan een aantal eisen die voorheen wel golden. Zo hoeven ze het komende half jaar niet meer te bewijzen dat ze beroepsmatig bezig zijn als kunstenaar. Ook hoeven ze niet meer aan te tonen dat er een stijgende lijn zit in hun verdiensten als kunstenaar.

Het ministerie wilde de uitkering, die beginnende kunstenaars maximaal vier jaar de mogelijkheid gaf een zelfstandige beroepspraktijk op te zetten, per 1 januari 2012 stopzetten, zonder overgangsregeling. Maar vakbond FNV Kiem, de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars en enkele individuele kunstenaars stapten naar de rechter. Zij spanden een kort geding aan tegen de Staat omdat zij vonden dat de kunstenaars niet voldoende tijd hadden gekregen om zich voor te bereiden op het stopzetten van de uitkering. De rechter bleek het op 3 januari eens met hun eis voor een overgangsregeling.

Vakbond FNV Kiem is niet tevreden met de overgangsregeling. „Flankerend beleid voor kunstenaars, zoals coaching en training van kunstenaars om een zelfstandige beroepspraktijk op te zetten, ontbreekt in de overgangsregeling”, zegt bestuurder Inger Minnesma. „Toen de uitkering nog bestond, hadden kunstenaars wel recht op die begeleiding.” De vakbond wil met het ministerie in gesprek om hier alsnog afspraken over te maken.

Henk Rijzinga van de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK) is ook van mening dat met deze regeling niet tegemoet wordt gekomen aan het vonnis van de rechter. De BBK voelt zich in het nauw gebracht. Rijzinga: „Wij zijn nu genoodzaakt verder te procederen. Dat geld geven we liever uit aan het financieel bijstaan van kunstenaars.”