Sociaal bewogen choreograaf vierde dansend de vergankelijkheid

Zijn maatschappijkritische en vaak moralistische balletten bezorgde hem de bijnaam ‘Dominee van de Dans’. Onder zijn leiding verwierf Het Nationale Ballet internationaal aanzien en met zijn charisma en charme lokte Rudi van Dantzig zelfs superster Rudolf Noerejev naar Amsterdam.

In 1979 trof Rudi van Dantzig twee medewerksters van een schoolkrant in zijn kantoor in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Of hij van zweetlucht hield, vroegen ze, en waarom hij, beroemd choreograaf en artistiek leider van Het Nationale Ballet (HNB), zomaar had ingestemd met een interview. „Ik zeg niet zo makkelijk nee”, antwoordde hij, om te vervolgen: „Maar ik vind het fijn juist jongere mensen voor ballet te interesseren. Ik vind het erg snobistisch om bijvoorbeeld aan Vrij Nederland wel een interview toe te staan en aan jullie niet.”

Typerende uitspraken voor Van Dantzig, die gistermorgen op 78-jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Amsterdam overleed. Het antwoord verraadde zijn passie voor de danskunst, zijn affiniteit met jongeren, en een, soms wat kokette, anti-establishmenthouding en zijn sociale bewogenheid. Dat waren ook de terugkerende motieven in het werk van Van Dantzig, waarin de vergankelijkheid – van jeugd, onschuld, idealen, liefde en leven – het hoofdthema was. In zijn eigen woorden: „Dans is seinen geven aan de vergankelijkheid.”

Al in zijn choreografisch debuut Nachteiland waren die onderwerpen te herkennen. Hij maakte het in 1955, drie jaar nadat de Russisch- Nederlandse Sonia Gaskell hem had aangenomen bij Ballet Recital, een van de voorlopers van Het Nationale Ballet. Net als bijna alle balletmannen van zijn generatie was Van Dantzig laat begonnen met dans. De film De rode schoentjes had de stille jongen uit Amsterdam-West „van een aarzelaar tot een gedrevene” gemaakt. Gaskells invloed zou bepalend zijn. Met haar manier van leiding geven had hij grote moeite – Van Dantzig behoorde dan ook tot de ‘rebellen’ die in 1959 het Nederlands Dans Theater oprichtten – maar hij had respect voor haar visie. Toen Van Dantzig haar in 1971 opvolgde, zette hij Gaskells artistieke beleid in grote lijnen voort: ruimte voor de klassieke traditie, hoogtepunten uit de twintigste-eeuwse academische dans én vernieuwing.

Aanvankelijk twijfelde hij aan zijn geschiktheid als artistiek leider, maar terugkijkend concludeerde hij dat juist daarin zijn grote talent schuilde: in het motiveren, stimuleren, opzwepen, begeesteren van dansers. Expressiviteit en persoonlijkheid gingen bij hem voor technische begaafdheid; het creatieve proces was hem liever dan de voltooide balletten: „Dat is altijd mijn grootste plezier geweest.”

Toch waren het niet alleen zijn charisma en overrompelende charme die dansers uit alle windstreken, onder wie balletster Rudolf Noerejev, naar Amsterdam lokten. Van Dantzig voerde een interessant en uitdagend repertoirebeleid, dat ook internationaal bewondering oogstte en met gastdanser Noerejev kon Het Nationale Ballet overal op volle zalen rekenen.

Wereldwijd verwonderde men zich over dat Nederlandse gezelschap waar drie huischoreografen (‘De Drie Vans’: Van Dantzig, Hans van Manen en Toer van Schayk), ieder met een eigen stijl, aan een gevarieerd repertoire bouwden. Een ander bewijs voor Van Dantzigs ‘geschiktheid’ als leider was zijn visionaire keuze voor gastchoreografen: hij nodigde buitenbeentjes als Edouard Lock, Maguy Marin en Carolyn Carlson uit en verwierf als eerste het meesterwerk Artifact van William Forsythe.

In zijn eigen balletten vermengde hij de klassieke dans met de plasticiteit van de Sovjet-Russische Vaganova-techniek en de expressiviteit van de Amerikaanse moderne dans. Naast Balanchine was Martha Graham, meesteres van het gedanste psychodrama, zijn grote voorbeeld.

Ook inhoudelijk baarde zijn werk opzien. In Monument voor een gestorven jongen schetste hij in 1965 een beeld van een jongen die zich probeert te bevrijden van de verstikkende (heteroseksuele) normen en waarden van zijn omgeving. Hoe taboedoorbrekend ook, Van Dantzig beschouwde het zelf niet als een emancipatoir ‘ballet over homoseksualiteit.’ „Ik dacht: Anna Blaman en Gerard Reve, schrijvers van wie ik verschrikkelijk veel hield, hebben het al geschreven. Dan kan het in dans ook. Het kwam voort uit persoonlijke drijfveren, niet uit een maatschappelijk streven.”

Internationaal is Vier letzte Lieder (1977) zijn bekendste en meest gedistribueerde werk. In dit werk, op muziek van Richard Strauss, laat Van Dantzig de dood zien als een zachtaardige engel die mensen bijeenbrengt. Opmerkelijk genoeg behoren ook Romeo & Julia (1965) en Het Zwanenmeer (1988) tot zijn meest succesvolle werken. Beide zijn grote, avondvullende balletten in een klassieke danstaal, die niet in eerste instantie vanuit een innerlijke, artistieke noodzaak werden gemaakt. Dat ze zo populair konden worden, was niet in de laatste plaats te danken aan de schitterende vormgeving van Toer van Schayk, die vrijwel al zijn balletten, decors en kostuums ontwierp en, na een relatie van 17 jaar, zijn trouwste vriend en vertrouweling bleef.

De niet zelden moralistische inhoud van zijn balletten bezorgde hem de bijnaam ‘Dominee van de Dans’ en groots opgezette, maatschappijkritische balletten als Geverfde Vogels, Life en Want Wij Weten Niet Wat Wij Doen riepen tegengestelde, soms buitengewoon venijnige reacties op. Een deel van het publiek en de pers was niet gediend van Van Dantzigs zwart-witvoorstelling van sociale vraagstukken en de middelen die hij daarbij inzette. Stervende meeuwen, de koninklijke familie, de Internationale, de paus in een herensauna en Christus aan het kruis – als de boodschap maar overkwam. In 1987 was na afloop van Buigen of Barsten, Van Dantzigs eerste werk in het toen nog nagelnieuwe Muziektheater, niet vast te stellen welke groep de overhand had: de bravo- of de boe-roepers.

In dat moderne theater heeft Van Dantzig zich nooit thuis gevoeld – vaak sprak hij vol nostalgie over de Amsterdamse Stadsschouwburg, een knus ‘muizennest’ vergeleken bij Het Muziektheater met zijn kaarsrechte gangen. De ‘Stopera’ werd ook katalysator voor het al langer gistende conflict tussen Van Dantzig en Van Manen. Van Manen vertrok met knallende deuren in 1986 en zocht zijn heil bij het Nederlands Dans Theater, Van Dantzig werd na een lange en onhandige procedure in 1991 opgevolgd door de Canadees Wayne Eagling.

Intussen had hij met succes zijn eerste roman gepubliceerd. Voor een verloren soldaat (1986) is een autobiografische vertelling, gebaseerd op Van Dantzigs verblijf bij een Fries gezin tijdens de Hongerwinter. Na de Bevrijding had hij, net twaalf, een kortstondige, intieme verhouding met een Canadese soldaat. „Die soldaat heeft mijn hele leven bepaald”, concludeerde hij jaren later, terugkijkend op leven en werken. Na zijn literaire debuut publiceerde hij korte verhalen, een toneelstuk, een vuistdikke biografie van verzetsman Willem Arondéus en een biografisch portret van Rudolf Noerejev. Postuum zal zijn boek over leermeesteres en artistieke moeder Sonia Gaskell verschijnen.

Eind jaren tachtig maakte hij een uitstapje naar de politiek: hij werd lijstduwer voor GroenLinks. Al snel nam hij weer afstand en nog terwijl hij op de lijst stond, verkondigde hij te overwegen op de SP te stemmen. Die ambivalentie en twijfel zijn karakteristiek en wekten in de loop der jaren bij sommigen de nodige ergernis, evenals zijn neiging zich, soms ten koste van anderen, te profileren als moraalridder.

Choreograaf Van Dantzig genoot brede erkenning en ontving vele nationale en internationale onderscheidingen, waaronder de prestigieuze Benois de la Danse Life Achievement Award. Na zijn vertrek als directeur maakte hij nog maar een enkel nieuw ballet voor Het Nationale Ballet. Hij „durfde” niet meer, zei hij, en zijn lijf stribbelde steeds harder tegen. In 2002 werd kanker bij hem geconstateerd. Ziekte en therapie eisten hun tol, maar in 2005 werd hij genezen verklaard. Een half jaar geleden bleken er toch uitzaaiingen te zijn. Gisteren overleed hij, thuis, bijgestaan door Toer van Schayk en beeldend kunstenaar Gert-Jan Evenhuis, met wie Van Dantzig enige jaren geleden trouwde.