Reacties op het overlijden van Rudi van Dantzig

Han Ebbelaar, voormalig eerste solist van Het Nationale Ballet, vormde met zijn vrouw Alexandra Radius hét danskoppel uit de periode-Van Dantzig:

„Het is het einde van een tijdperk. Wat Rudi zo bijzonder maakte was dat hij, als hedendaags choreograaf, toch het belang zag van een groot klassiek repertoire. Zijn sociaal geëngageerde balletten uit de jaren zeventig en tachtig passen in dat tijdsbeeld, maar wat zal blijven staan is Monument voor een gestorven jongen. Dat vind ik Rudi’s Groene Tafel [het beroemde anti-oorlogsballet van Kurt Jooss], heel indrukwekkend. Het is ook nog steeds actueel.”

Hans van Manen, huischoreograaf van Het Nationale Ballet in de jaren zeventig en tachtig, met Van Dantzig en Toer van Schayk:

„Hij heeft de dans hier in Nederland op een hoog peil gebracht en de danskunst geweldig gepopulariseerd. Als baas heeft hij altijd achter mij gestaan, we hebben elkaar altijd gerespecteerd. Onze band is wel vertroebeld geweest, maar dat had met de werksituatie te maken, het was niet persoonlijk. Zodra we elkaar zagen was alles dik in orde.”

Clint Farha, danser, jarenlang Van Dantzigs muze, vaak als Messias-figuur opgevoerd, en zelfs aan het kruis genageld:

„Ik hield van Rudi’s idealisme: iedereen helpt iedereen. Hij liet in elk geval zien dat ballet meer kan zijn dan mooie paatjes. Het mooist vond ik de manier waarop hij dansers selecteerde. Voor zijn werk, vaak met een verhalend aspect, had hij persoonlijkheden nodig, dus koos hij soms vreemde types. Kijk naar mij. Hij gaf mensen kansen, wilde niet per se technische dansers die er allemaal hetzelfde uitzien. Dat gaf een fijne sfeer. Onlangs zag ik een documentaire uit die jaren. De toewijding straalde ervan af.”

Jane Lord, voormalige eerste soliste van Het Nationale Ballet, trad vaak als zinnebeeld van de onschuldige jeugd op in Van Dantzigs werk:

„Rudi was een van de belangrijkste redenen dat ik naar Nederland kwam. Hij zag iets in mensen waarvan ze zelf niet eens wisten dat het er zat. Dat was zijn gave. Ook bij mij heeft hij geduwd en getrokken en door de studio gerend, net zo lang tot er iets kwam. Dat was geweldig voor mij, als danser én als mens.”

Krzysztof Pastor, danser en choreograaf bij Het Nationale Ballet:

„Voor mij was Rudi in professioneel opzicht de belangrijkste persoon die ik ooit heb ontmoet. Ik had diep vertrouwen in hem. Ook vandaag nog voel ik me sterk met hem verbonden. Het is moeilijk te geloven dat ik nooit meer met hem kan praten, om advies kan vragen, dat de man van wie we allemaal zo veel hielden er niet meer is. We zijn verweesd: de dansers met wie hij heeft gewerkt, de choreografen die zich als zijn leerlingen beschouwen en het publiek dat in aanraking kwam met zijn kunst.”