Ook de Griekse gieren willen mensenrechten

En als het dan echt niet anders kan, dan gaan we naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Dat voornemen werd deze week opgetekend uit de mond van de hedgefondsen die hebben belegd in Griekse staatsschuld. De onderhandelingen gaan moeizaam en de sector vecht tegen de mogelijkheid dat zij onderhavig wordt aan een schuldendeal waar zij in wezen niet toe verplicht is.

Op papier staan de hedgefondsen in hun recht, al is een beroep op de mensenrechten hier letterlijk vergezocht. Alle andere juridische middelen moeten zijn uitgeput, voordat je daar terecht kunt. Dan heb je het over jaren.

Moreel zit de zaak anders. We hebben het hier niet over beleggers van het eerste uur die op verlies staan. Het merendeel heeft pas recent Griekse schuld gekocht tegen bodemprijzen, en probeert nu alsnog de volle mep binnen te halen. De mannen rijden hier glimlachend mee op de treeplank van de Griekse schuldsanering.

Hier gedraagt deze groep zich in wezen als belegger in wat distressed debt wordt genoemd: schuld van bedrijven, landen of instellingen die zó hopeloos is, dat de oorspronkelijke crediteuren er tegen een zacht prijsje vanaf willen. Vervolgens worden langdurige procedures aangespannen om de debiteur te dwingen alles alsnog terug te betalen. Dat zijn vaak niet erg frisse zaken, en de beleggers in kwestie gaan ook door het leven als vulture funds – gierfondsen die het laatste vlees van de botten van de crediteur afscheuren.

Nu heeft de economie, net als de natuur, behalve consumenten en producenten ook reducenten nodig. En schimmels hebben nu eenmaal een lage knuffelfactor. Maar het is toch anders om op het laatst in Griekse schuld in te stappen en een oplossing te frustreren door de hoofdsom terug te eisen.

Het mag, maar verwacht geen populariteitsprijs. De praktijk onderstreept dat de financiële sector geen monoliet is, die zich gezamenlijk zorgen maakt over het door de kredietcrisis gedeukte imago.

Voor het cirkelen van de gieren boven het Griekse karkas werd halverwege vorig jaar al gewaarschuwd. Maar deze zaak is kinderspel vergeleken bij wat er in Afrika gebeurt. Een hartverscheurende cause célèbre is hier Zambia, dat in 1979 een lening van 15 miljoen dollar ontving van Roemenië voor landbouwmachines, maar die onmogelijk kon terugbetalen.

In 1999 nam de waarschijnlijk Amerikaanse investeerder Donegan de lening van Roemenië over voor zo’n drie miljoen dollar. Het bedrijf sleepte Zambia voor het Londense gerecht waar het 55 miljoen eiste aan hoofdsom en gemiste rente. Leden van de Zambiaanse regering werden herhaaldelijk naar Londen gedwongen in een juridische uitputtingsslag die het land hoe dan ook zou verliezen.

Terwijl westerse overheden destijds juist schuldverlichting toepasten voor de allerarmste landen, liep het geld er aan de andere kant weer uit – richting de gieren. De Londense rechter wees uiteindelijk 15 miljoen toe: een winst van vierhonderd procent vóór juridische kosten. Maar de zaak droeg er toe bij dat het Britse parlement eind 2010 wetgeving aannam die dit soort praktijken in het VK moet beteugelen.

De Rechten van de Mens. Afrika wordt dermate geplaagd door gierfondsen dat de Afrikaanse Ontwikkelingsbank vorig jaar een financiële faciliteit opzette voor juridische bijstand aan belaagde landen. Congo is de meest recente zaak.

En wat organiseerden de meesters van de distressed debt intussen in november vorig jaar in Londen om hun successen te vieren?

Een liefdadigheidsdiner.

Maarten Schinkel

(@maartenschinkel)