'NAVO heeft van Strafhof niets te vrezen'

Het Strafhof onderzoekt of de NAVO zich in Libië schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden. „Ik maak me helemaal geen zorgen”, zegt generaal Marc van Uhm.

Hij ligt niet wakker van het onderzoek dat het Internationale Strafhof instelt naar het optreden van de NAVO in de Libië-oorlog, zegt generaal-majoor Marc van Uhm. Als directeur strategische operaties op het militaire hoofdkwartier van de NAVO in het Belgische Bergen was Van Uhm vorig jaar een belangrijke speler in de oorlog, die duurde van maart tot oktober.

„Het Strafhof mag natuurlijk een onderzoek doen”, zegt Van Uhm, die sinds oktober plaatsvervangend commandant van de Nederlandse landmacht is. Ook is hij de jongere broer van zijn hoogste militaire baas, commandant der strijdkrachten Peter van Uhm.

„Maar als ik kijk naar de hoeveelheid aanvalsvluchten die wij hebben uitgevoerd, en het geringe aantal burgerslachtoffers dat daarbij is gevallen, dan maak ik mij helemaal geen zorgen dat de NAVO slecht uit dat onderzoek van het Internationatle Strafhof zal komen.”

De NAVO had als taak de burgerbevolking te beschermen. Weet u hoeveel burgers er toch zijn omgekomen?

„Ik heb daar geen aantallen over. Maar we zijn zeker succesvol geweest. Denk alleen maar aan de opmars van de troepen van Gaddafi naar Benghazi, die zonder de interventie niet was gestuit. Door dat ingrijpen zijn vele levens gespaard.

„Wel was van het begin af aan duidelijk dat de NAVO geen grondtroepen zou inzetten. We moesten de burgers dus vanuit de lucht beschermen. Daar zitten natuurlijk beperkingen aan.

„Op zeker moment begonnen de troepen van Gaddafi zich te verplaatsen in burgervoertuigen, om zich te beschermen. Dat maakte het moeilijk om vast te stellen: wie is wie? We hebben toen heel terughoudend opgetreden: bij twijfel vielen we niet aan.”

Toen de NAVO in oktober een konvooi bestookte waar Gaddafi in zat, volgde op de eerste aanval even later nog een tweede; gebeurde dat vaker?

„Die laatste fase van de oorlog heb ik niet meer meegemaakt, ik ben op 17 oktober in mijn nieuwe baan in Nederland begonnen. Maar bij iedere aanval vroegen we ons bij de NAVO af: is dit een legitiem doelwit? Is het een bedreiging voor de bevolking? Als een aanval was uitgevoerd, keken we natuurlijk of het doelwit was uitgeschakeld. Zo niet, dan kon na de eerste aanval een tweede volgen.”

Maar dan riskeer je burgers te raken die na de eerste aanval zijn toegesneld om hulp te bieden.

„We gebruikten alleen precisiewapens. Mocht het zo zijn dat er mensen toesnellen, dan moeten de piloten besluiten niet aan te vallen. Ze zijn erop getraind die afweging te maken.”

Heeft de NAVO iets speciaal ondernomen om de zwarte gastarbeiders te beschermen, die klem kwamen te zitten in de oorlog omdat ze werden aangezien voor huurlingen voor Gaddafi?

„Onze opdracht was de Libische bevolking te beschermen tegen alle aanvallen van het Gaddafi-regime. Iedereen die streed voor Gaddafi was een bedreiging voor de bevolking, dat waren dus legitieme doelen.”

Maar de opdracht was toch niet de bevolking te beschermen tegen Gaddafi? Uw opdracht was de bevolking in het algemeen te beschermen. Tegen wie dan ook. En voor de zwarte Afrikanen kwam de bedreiging van de rebellen, die dachten: alle zwarten horen bij Gaddafi.

„Jaja. Daar is in mijn beleving niet, laat ik zeggen, specifiek op gestuurd.”

Welke lessen heeft u van deze oorlog geleerd?

„Professioneel gezien was het voor mij heel leerzaam. De NAVO heeft laten zien dat ze nog bestaansrecht heeft, wat ze na de val van de Muur steeds weer opnieuw heeft moeten bewijzen. De NAVO heeft getoond in staat te zijn een complexe, multinationale operatie relatief snel en met succes uit te voeren.”

Maar niet alle lidstaten hebben meegedaan. Ondergraaft dat de onderlinge solidariteit niet?

„Het bondgenootschap is opgericht om het eigen grondgebied te verdedigen. Bij expeditionaire operaties daarbuiten mogen landen zelf besluiten of ze mee doen. Daar moet je ontspannen mee omgaan. Vergelijk het met een voetbalteam: niet iedere speler speelt in iedere wedstrijd mee.

„Behalve de twaalf lidstaten die deelnamen aan de operatie, deden ook vier partnerlanden mee die geen NAVO-lid zijn: Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Jordanië en Zweden. Dat landen uit de regio erbij waren was politiek erg belangrijk.”

Was het niet frustrerend dat al snel bleek dat de Europese landen te weinig materieel en munitie hadden?

„We hebben nooit droog gestaan. Maar voor een aantal capaciteiten hebben we sterk geleund op de Amerikanen. Amerika heeft de leidende rol overgelaten aan Frankrijk en Engeland, maar had toch een groot aandeel in de tankvliegtuigen en bij verzameling van inlichtingen.

„Als de Amerikanen minder gaan doen in de NAVO, dan zullen de Europese landen meer moeten gaan doen. Dat is een van de belangrijke lessen van deze oorlog – of er op politiek niveau ook lering uit wordt getrokken, moet in mei blijken op de komende NAVO-top in Chicago.”