Moskouse holle steen was om te spioneren

De rel had destijds alle ingrediënten van een ouderwetse spionageaffaire. In januari 2006 meldde de Russische tv dat in een Moskou’s park een holle steen was ontdekt die propvol elektronica zat. Opnames met een verborgen camera door de Russische geheime dienst FSB lieten zien hoe Britse diplomaten langs de steen liepen, even hun pas inhielden en weer snel doorliepen, om zo gegevens uit te wisselen.

De Britten hebben nooit commentaar gegeven op deze Russische beschuldiging. Maar in een interview met de BBC, dat volgende week wordt uitgezonden, bevestigt Jonathan Powell, een naaste medewerker van toenmalig premier Tony Blair, het Russische verhaal.

Powell vermoedt dat de Russen hen al lange tijd in de gaten hielden, maar wachtten op een geschikt moment om de zaak naar buiten te brengen. „Ze hadden het duidelijk bewaard voor een politiek doel”, aldus Powell.

Dat moment kwam begin 2006, toen president Poetin in een felle strijd gewikkeld was met Russische burgerrechtenorganisaties. Hij wilde van hen af en verfoeide de financiële steun die ze kregen in het Westen. Daarbij kwam de nepsteen goed van pas. De eerste secretaris van de Britse ambassade, Marc Doe, was een van de diplomaten die de steen gebruikten. En hij was ook verantwoordelijk voor de samenwerking met Russische non-gouvernementele organisaties. Ziedaar het bewijs: die ngo’s deugden niet en spanden samen tegen Rusland.

De vrees bestaat dat de Russische regering ook Powells bekentenis gaat gebruiken. Poetin heeft het buitenland de afgelopen tijd herhaaldelijk beschuldigd van steun aan de oppositie die de straat op gaat tegen zijn bewind. De nepsteen moet bewijzen dat het buitenland inderdaad niet te vertrouwen is.