Moord op Armeniër is symbool voor wat er mis is in Turkije

De herdenking van de moord op de Armeense journalist Hrant Dink leidde gisteren tot veel protest. Het gaat om meer dan politieke moord.

De stem van Hrant Dink galmt over de Halaskargazi Boulevard in het hart van Istanbul. De bandrecorder piept en kraakt. Veertigduizend Turken zijn plotseling stil. Hier voor het trapje naar het kantoor van de Armeense krant Agos werd hij op 19 januari 2007 neergeschoten. De 24 uurszenders herhalen dat beeld van zijn goed gepoetste schoenen die onder het witte laken uitsteken keer op keer. Maar zijn stem klinkt maar een keer per jaar.

De laatste keer dat hier zoveel Turken op de been waren, was op de dag van zijn begrafenis. De moord op Hrant Dink is symbool geworden voor alles wat er mis is in Turkije. De tiener die de trekker overhaalde werd tot 23 jaar gevangenisstraf veroordeeld. De opdrachtgever kreeg afgelopen woensdag levenslang. Maar de rechter veegde de diepgewortelde overtuiging van Dinks familie en zijn advocaten over een grotere samenzwering van tafel. De theorie dat overheidsfunctionarissen de moord willens en wetens hebben laten gebeuren, is volgens de rechter niet bewezen. Negentien andere verdachten die de link zouden vormen tussen de moordenaar en de overheid werden vrijgelaten.

„Degenen die hem vermoord hebben zitten vast, maar zij zijn niet de verantwoordelijken”, zegt politiekstudent Toros Kormaz. „Volgens mij heeft de diepe staat Hrant Dink vermoord. Dat is het mechanisme waarmee mensen uit de weg worden geruimd die als vijanden worden beschouwd van de officiële staatsideologie.”

Dink wilde over de geschiedenis schrijven en praten. Niet alleen over wat de Armeniërs in 1915 was aangedaan. Maar over gekoesterde taboes, zoals het Armeense bloed in de aderen van een volksheldin naar wie een vliegveld is vernoemd: de eerste vrouwelijke piloot Sabiha Gökcen. Dink werd aangeklaagd voor die artikelen, wegens zijn belediging van het Turkendom. De rechtszaak maakte hem bekend bij het grote publiek en stelde hem bloot aan de haat van ultranationalisten zoals zijn moordenaars.

De advocaat van Hrant Dink achterhaalde bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de moordenaars op de moordplek in contact stonden met tenminste 19 anderen. De rechter zei daags na de uitspraak dat het uitzoeken van het wijdere complot teveel tijd zou hebben gekost. „Met het bewijs dat ik heb zie ik geen organisatie achter de moord. Maar we kunnen niet met zekerheid zeggen dat die samenzwering er niet was.” Ook de regering zit de uitspraak niet lekker. President Abdullah Gül noemde de rechtszaak een lakmoesproef voor Turkije en hij riep op tot geduld. Maar veel van de demonstranten vertrouwen die sussende woorden niet. „Het gaat niet alleen om Hrant Dink”, zegt muzikant Derya Köroglu. „Het gaat over het onrecht in Turkije. Veel van zijn collega’s zijn nu opgesloten op beschuldiging van terroristische activiteiten. Dat zijn onschuldige mensen.”

„We zijn allemaal Hrant Dink. We zijn allemaal Armeniërs”, scanderen de betogers. Maar niet iedereen vindt de tijd rijp het taboe over de bloedige geschiedenis van de afgelopen eeuw te slechten, zoals Dink wilde. „Volgens mij is het daarvoor nog te vroeg”, zegt betoger Özlem Cevik.