Met naam genoemde verdachte eist ton

Voormalig controller Marcel B. van defensieconcern RDM eist 95.000 euro schadevergoeding wegens het noemen van zijn achternaam in tijdschrift Quote en in het boek Joep! Van held tot hoofdverdachte over voormalig RDM-directeur Joep van den Nieuwenhuyzen. Het is de hoogste schadevergoeding ooit geëist in Nederland wegens het noemen van de volledige naam van een verdachte.

B. wordt verdacht van betrokkenheid bij de zaak waarbij topman Van den Nieuwenhuyzen miljoenen zou hebben weggesluisd voordat RDM in 2004 failliet ging. De zaak tegen B. en hoofdverdachte Van den Nieuwenhuyzen is nog in onderzoek.

Gisteren stonden uitgeverij Prometheus, Quote-uitgever Hearst Magazines en auteur Philip de Witt Wijnen, economieredacteur van NRC Handelsblad tegenover Marcel B. in de Amsterdamse rechtbank. Eerder werd een klacht van B. door de Raad voor de Journalistiek gegrond verklaard, maar de raad kan geen straf opleggen.

B. vertelde dat hij het in november 2010 verschenen boek cadeau kreeg van Joep van den Nieuwenhuyzen. B. zegt zakelijk en privé ernstige schade geleden te hebben, vooral door de voorpublicatie van het boek in Quote. „Toen ik ’s ochtends naar mijn werk ging, zei de buurman: zo Marcel, weer lekker frauderen vandaag?”, vertelde B. „Zelfs de tandarts sprak me erop aan.”

Inmiddels heeft B. een eigen bedrijf in controlling opgericht, maar zijn klanten lezen ook Quote, vertelt hij. „Er zijn best veel mensen die geen contact meer met me willen hebben vanwege dat artikel.”

Waarom de naamsvermelding? De Witt Wijnen: „Ik heb in het boek gestreefd naar een zo groot mogelijke openheid en leesbaarheid. Er komen zes verdachten in voor: ik heb ze alle zes op dezelfde manier genoemd; met naam en toenaam. Dat is in journalistieke non-fictieboeken gebruikelijk.” Volgens zijn advocaat is „de zelfcensuur die sommige media zichzelf opleggen geen recht, maar een interne richtlijn.”

De rechtbank doet op 7 maart uitspraak.