Masterstudent moet maar lenen

De basisbeurs voor de masterfase wordt vervangen door een ‘sociaal leenstelsel’. Volgend jaar gaat de studiefinanciering misschien helemaal op de schop.

Wie wil studeren, moet zelf meer gaan bijdragen aan de kosten. Het kabinet maakt vanaf komend collegejaar een einde aan de basisbeurs in de masterfase. Eerder werd al bekend dat trage studenten vanaf september meer collegegeld moeten betalen.

Staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) stuurde gisteren een wet naar de Tweede Kamer die de afschaffing regelt van de basisbeurs voor masterstudenten. Zij die het geld niet kunnen missen – per jaar 3.200 euro voor uitwonenden en 1.200 euro voor thuiswonenden – kunnen dat, en meer, lenen bij de overheid, tegen een laag rentetarief. Na de studie moet de schuld naar draagkracht worden afgelost, in een periode van maximaal twintig jaar.

De invoering van dit zogenoemde ‘sociaal leenstelsel’ stond al aangekondigd in het regeerakkoord.

CDA-Kamerlid Sander de Rouwe laat weten dat zijn partij staat voor zijn handtekening, maar dat hij niet enthousiast is over de maatregel. „Dit was een stokpaardje van de VVD. Zijlstra moet mij tijdens de behandeling van de wet goed duidelijk kunnen maken dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs hierdoor niet in gevaar komt.”

Ook de PVV had in haar verkiezingsprogramma gepleit voor het behoud van de basisbeurs. Onderwijswoordvoerder Harm Beertema zegt dat het „heel moeilijk” was voor zijn partij om akoord te gaan met de afschaffing van de beurs in de masterfase. „Belangrijk voor ons was dat hij voor de bachelor in stand bleef.”

PvdA en D66 hebben kritiek op de plannen van Zijlstra, hoewel beide partijen in hun verkiezingsprogramma pleitten voor de invoering van een sociaal leenstelsel voor de gehele studie. PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanansing: „Studenten worden ook al geconfronteerd met de langstudeersboete. Het kabinet stapelt zo de pijnlijke maatregelen op elkaar.”

Boris van der Ham (D66) haalt uit naar de VVD. „D66 is op zich niet tegen het aanpassen van de basisbeurs, maar we hebben altijd gezegd dat de opbrengst geïnvesteerd moet worden in de kwaliteit van onderwijs. In de plannen van het kabinet zien de studenten niets daarvan terug. De VVD heeft in haar verkiezingsprogramma ook altijd het afbouwen van de basisbeurs gekoppeld aan investeringen in onderwijs. Dit is de zoveelste verkiezingsbelofte die ze breekt.”

Zijlstra is niet onder de indruk van de kritiek. „We mogen best wat meer van studenten vragen. Zij plukken straks immers de vruchten van hun studie, die ook na invoering van het sociaal leenstelsel voor het overgrote deel wordt betaald door de overheid.” En het geld dat met de maatregel wordt bespaard, blijft behouden voor het onderwijs, stelt Zijlstra. Het wordt onder meer besteed aan de prestatieafspraken die hij maakt met de universiteiten.

Het kabinet moet het komend jaar fors bezuinigen. In Den Haag wordt de afschaffing van de basisbeurs in de bachelorfase als een van de bezuinigingsopties genoemd. Zowel Beertema van de PVV als De Rouwe van het CDA wil niet vooruitlopen op de onderhandelingen hierover. Enthousiast zijn ze in ieder geval niet. Studenten komen trouw opdagen bij verkiezingen, weten ze. Die moet je niet te veel voor het hoofd stoten.