Maleisische justitie in beroep tegen vrijspraak oppositieleider

Ibrahim begin vorige week na zijn vrijspraak tussen aanhangers in Kuala Lumpur. Foto Reuters / Bazuki Muhammad

Het openbaar ministerie in Maleisië is vrijdag in beroep gegaan tegen de vrijspraak van oppositieleider Anwar Ibrahim. Hij was aangeklaagd voor sodomie met een naaste medewerker in 2008, maar werd wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken.

De advocaat van Anwar, Sankara Nair, noemde het besluit van het openbaar ministerie “zeer spijtig en wreed”, omdat het Hooggerechtshof in zijn oordeel duidelijk heeft gezegd dat met belangrijk dna-bewijs is gerommeld. “Deze zaak lijkt op een voortdurende politieke vervolging van Anwar”, aldus Sankara.

Het besluit van de openbaar aanklagers om in beroep te gaan kwam als een volslagen verrassing. “Het is terug naar af. Het is een tegenslag voor Anwar, omdat hij tijd moet besteden aan het beroepsproces en niet in staat zal zijn zich volledig te richten op de komende verkiezingen”, zo zei James Chin, docent politicologie aan de Monash Universiteit, tegen persbureau AP. De verwachting is dat premier Najib Razak dit jaar vervroegde verkiezingen aankondigt.

Anwar Ibrahim moest in 1998 aftreden als vicepremier en zat zes jaar vast vanwege een veroordeling voor seks met zijn voormalige chauffeur. Seks met een seksegenoot, ook met beider instemming, is in het overwegend islamitische Maleisië een misdrijf.