'Linkse' rechter staat terecht

De beroemde en activistische Spaanse onderzoeksrechter Baltasár Garzón staat terecht wegens machtsmisbruik. Hij is het symbool geworden van gepolitiseerde rechtspraak.

Met een door zware verkoudheid geteisterde stem nam Baltasár Garzón gisteren het laatste woord in het proces tegen hem voor het Spaanse Hooggerechtshof. De prominente onderzoeksrechter, die wereldberoemd werd met zijn pogingen de Chileense oud-dictator Augusto Pinochet te vervolgen, eiste plechtig zijn onschuld op.

Garzón zit sinds dinsdag in de beklaagdenbank om zich te verantwoorden in de eerste van drie afzonderlijke aanklachten tegen hem wegens ambtsmisbruik.

Gisteren werd het eerste proces afgerond; de rechters waren vanochtend nog in beraad. Ze moeten oordelen over Garzóns onderzoek naar corruptie binnen de regeringspartij (PP). In deze zogenoemde Gürtel-zaak liet de onderzoeksrechter gearresteerde politici en hun advocaten afluisteren - met een beroep op Spaanse wetgeving die dit mogelijk maakt. De klagers menen dat hiermee hun grondrechten werden geschonden. Volgens Garzón was het afluisteren wettig omdat er een risico was dat de advocaten hielpen corruptiegeld en bewijsmateriaal te verduisteren.

Volgende week begint het tweede, niet minder politiek beladen, proces over het onderzoek dat Garzón in 2008 kortstondig deed naar misdaden begaan tijdens de Burgeroorlog en de daaropvolgende Franco-dictatuur. Een derde zaak, waarvan nog niet zeker is of het Hof hem in behandeling neemt, betreft zijn rol in een onderzoek naar Santander, de bank waarvan hij ooit giften aannam om een leerstoel in de VS te bekleden. De zaken zijn niet aangebracht door het Openbaar Ministerie (dat verdedigt juist Garzóns onschuld) maar door falangistische (fascistisch-nationalistische) groepen en enkele van de afgeluisterde advocaten.

Garzón (56) werd in mei 2010 geschorst. Als hij veroordeeld wordt, loopt hij het risico voor 20 jaar uit zijn ambt te worden ontheven.

Garzón verdeelt de publieke opinie diep. Zijn aanhangers noemen hem een superrechter die het met succes opnam tegen ETA- en moslimterroristen, drugshandelaren, corrupte politici en mensenrechtenschenders wereldwijd.

Zijn tegenstanders vinden hem een ijdeltuit, die in zijn scoringsdrift regelmatig zijn boekje te buiten gaat. Voor rechts geldt hij bovendien als een ‘linkse rechter’, sinds hij kortstondig staatssecretaris was onder de socialistische premier González.

Dat de Spaanse rechtspraak zo is gepolitiseerd, is een erfenis van de Franco-dictatuur, vertelt de Catalaanse advocaat Jorge Trías Sagnier. „Deze hebben we 36 jaar na Franco’s dood nog niet weten te overwinnen. Partijen mogen elk een quotum aan rechters benoemen. De rechterlijke macht is hierdoor een getrouwe fotokopie van de politieke klasse.” Rechters en aanklagers steken regelmatig over naar de politiek, en weer terug.

Trías ziet politieke motieven achter de vervolging van Garzón, zegt hij in zijn kantoor in Madrid. Hij kan niet bewijzen „maar wel vermoeden en voorvoelen” dat Garzón slachtoffer is van een aanval van de uiterst rechtse flank van de Volkspartij (PP). Dit is Trías’ eigen partij. Hij zat tussen 1996 en 2000 in het parlement. En die sinds een maand weer regeert onder premier Mariano Rajoy. ,,Ik wil niet spreken van een complot. Maar wel van een strategie.”

Garzón, schreef Trías deze week in een opinieartikel in El País, heeft tijdens zijn 32 jaar durende juridische carrière veel vijanden gemaakt. Zowel onder politici als onder collega-rechters. „Zij hebben elkaar gevonden in een vreemd bondgenootschap om af te rekenen met de ‘faam’ van degene die ze zo haten.”

Garzón haalde zich recentelijk vooral de woede van PP’ers op de hals door onderzoek te doen naar geldstromen binnen de partij. Hij rolde hiermee het Gürtel-netwerk op, waarbinnen verscheidene kopstukken politieke gunsten ruilden voor geld en luxeartikelen. Vanuit de PP werd geklaagd dat Garzón politieke motieven had. Terwijl de socialisten deze week het proces tegen Garzón laakten, stelde de PP-fractieleider zich op het standpunt dat „de wet voor iedereen gelijk is. Niemand krijgt een vrijgeleide.”

De processen tegen Garzón zijn echter niet alleen een politieke wraakactie, maar ook een afrekening binnen de rechterlijke macht.

Dit toont de eerste aanklacht die Garzón aan zijn broek kreeg, wegens het onderzoek dat hij opende naar Franco-misdaden. Nadat het OM hem hierin had teruggefloten, stelde de falangistische vakbond ‘Schone Handen’ een burgeraanklacht tegen hem in wegens ambtsmisbruik. Aanvankelijk werd deze door geen rechter serieus genomen. De groep bleef er echter net zolang mee leuren tot ze een rechter vond die wel bereidwillig was. Deze hielp zelfs mee de aanklacht te herschrijven, opdat hij hem kon toelaten.

Deze rechter staat bekend als een progressief, maar zou een persoonlijk vendetta met Garzón uitvechten. Trías: ,,Je moet weten dat rechters ’s zomers allemaal bijklussen in de academische wereld. De superster Garzón kon veel meer verdienen dan zijn collega’s. Dat wringt.”

Premier Rajoy, zoon van een rechter, zegt de rechtspraak te willen depolitiseren. Zijn benoemingen als topman van het OM en zijn minister van Justitie wijzen er vooralsnog op dat dit een oprecht streven is. Het zijn beiden relatief onafhankelijke, gematigde figuren. Trías: ,,De aanvallen op Garzón zijn het werk van de ultrarechtse vleugel binnen de PP. Rajoy is een centrumpoliticus en de ultravleugel heeft momenteel niets in te brengen in de partij. Als het had gekund, had Rajoy deze hele zaak het liefst in een la laten verdwijnen.”