Kom uit de cocon van dat verdriet

Judith Vanistendael: Toen David zijn stem verloor. Oog & Blik / De Bezige Bij, 280 blz. € 24,90

Je wordt steeds zieker door kanker. Wat doorsta je dan en wat doorstaan de mensen om je heen? Het zijn vragen die striptekenaar Judith Vanistendael probeert te beantwoorden in haar monumentale strip Toen David zijn stem verloor.

Op het omslag van het album, dat bijna driehonderd pagina’s telt, ligt een zieke, oude man op een rood laken. Naast hem ligt een zuigeling. Het beeld refereert aan klassieke plaatjes rond de jaarwisseling: de oude man, vaak voorzien van zandloper en zeis, die het stokje overgeeft aan de baby, het symbool voor het nieuwe jaar.

Toen David zijn stem verloor reist van jong naar oud: het boek vangt (min of meer) aan met de geboorte van baby Louise, en eindigt met de dood van David. Bij aanvang van het verhaal heeft hij een kwaadaardige tumor op het strottenhoofd, die met chemo en bestralingen wordt behandeld.

Als de diagnose wordt gesteld, is zijn dochter Miriam net bevallen van Louise. David besluit zijn ziekte te verzwijgen; pas na twee maanden hoort Miriam het.

In een cirkel draait het verhaal om David heen: elke vrouw in zijn leven krijgt een eigen hoofdstuk. Na Miriam volgt de jonge dochter, Tamar, die naar manieren zoekt om haar vader niet kwijt te raken – de ziel opvangen? Mummificeren?

Ze gaat met David mee op reis in zijn zeilboot, zoals hij dat al tien jaar doet, in een rondje langs dezelfde meren. Reizen komt steeds terug in het verhaal. David werkt in boekhandel De Reiziger, en er zweeft regelmatig een gele ballon door het verhaal, wat doet denken aan het gelijknamige (reis)kinderboek van Charlotte Dematons.

Tamars moeder Paula, de tweede vrouw van David, uit haar onmacht en verdriet in buien van onredelijkheid. Als ze het gevoel heeft dat mensen haar leed niet begrijpen, bijvoorbeeld. Of als ze vindt dat David en Miriam zich opsluiten in hun eigen ‘cocon van verdriet’. Het slothoofdstuk beschrijft de laatste weken van Davids leven: de groeiende afhankelijkheid van de stervende.

Met het dubbelalbum De maagd en de neger maakte Vanistendael enkele jaren terug een sierlijke entree in de stripwereld. Ze combineerde een gracieuze pen met vloeiende verhaallijnen.

Uit de opeenvolging van de plaatjes bleek haar scherpe gevoel voor ritme en compositie. Een belangrijk deel van deze kwaliteiten komt terug in Toen David zijn stem verloor. Vanistendael maakt optimaal gebruik van de mogelijkheid om het ritme van het verhaal te sturen door verstilde beelden en dialoog af te wisselen.

Een noviteit in dit derde album is het gebruik van kleur. De lijntekeningen, die we al kennen van Vanistendael, zijn ingekleurd met aquarelverf. Het werkt twee kanten op: enerzijds wint het boek aan warmte, anderzijds verliest het iets van de gratie die eerder werk had.

De asielzoeker en de stervende; voor allebei geldt dat ze buiten hun macht buiten de maatschappij worden geplaatst. Het zijn niet de lichtste thema’s, en toch is het Vanistendael opnieuw gelukt om het verhaal er niet onder te laten bezwijken.