Ken uzelve

‘Iedereen heeft het almaar over gevoelens tegenwoordig! Wat mij interesseert zijn gedachten en ideeën!” zegt de Britse politica Margaret Thatcher verontwaardigd. Ze zegt het tegen de arts die haar zojuist heeft gevraagd hoe ze zich voelt, in de film The Iron Lady waarin Thatcher meesterlijk gespeeld wordt door Meryl Streep. Thatcher is dan wel oud en een beetje in de war, maar met wat ze hier zegt, slaat ze wel degelijk een spijker op de kop.

Iedereen voelt van alles en het lijkt alsof er niets belangrijkers is dan dat gevoel. Hoe heviger je iets voelt, hoe meer je mag doen of jouw gevoel zuivere waarheid is, want je gevoel liegt immers niet. Een overduidelijk voorbeeld van die emotionele terreur is iemand als de televisiepersoonlijkheid Prem Radhakishun, de vleesgeworden moderne kiezer, die altijd maar weer bijkans ontploft van diep gevoelde meningen, die door geen enkele gedachte in bedwang gehouden hoeven te worden.

Niet dat emoties onbelangrijk zijn. De beroemde neurologisch onderzoeker Antonio Damasio, meent dat ons bewustzijn gevormd wordt door onze emoties, en hij wil graag precies weten hoe dat werkt. Waarom voel je je gelukkig als je met je vrienden bent of in de natuur wandelt? (Als dat je tenminste gelukkig maakt, sommige mensen raken een stuk gelukkiger van een stadsboulevard.) Damasio wil weten wat geest is.

Dat is een oud verlangen, het verlangen om onszelf te kennen en te doorgronden. Nu heeft het de vorm aangenomen van hersenonderzoek, vroeger heette het zielsonderzoek en nog weer langer geleden keek men oplettend naar elkaar en zichzelf en trok daar conclusies uit. Ken uzelve, stond op de Apollotempel in Delphi, en dat werd beschouwd als een van de moeilijkste opdrachten die een mens kon krijgen. Al zijn er ook wel geleerden die beweren dat je dat opschrift niet zozeer als een aansporing tot zelfkennis moet zien, maar als een aansporing om zich de vluchtigheid van de menselijke staat te realiseren, ongeveer zoals in een Bach-cantate: Lehre uns bedenken, daß wir sterben müssen.

Dat zijn natuurlijk andere noties dan gewoon keihard krijsen, zoals Radhakishun en soortgenoten doen, dat je een inbreker dood moet mogen slaan als die zich in je huis bevindt, gewoon omdat je dat nu eenmaal zo voelt. Die inbreker heeft daar immers, ‘in de eerste plaats’, niets te zoeken. Dus! Juist zulke mensen zou je wel enige zelfkennis toewensen. Maar wat is het? Het lijkt nog steeds, net zoals Thales van Milete al vond, een van de allermoeilijkste opgaven.

Vorige week stond in de bijlage Mens& een interviewtje met hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk, waarboven de kop stond ‘Wij zijn vreemden voor onszelf’. Het is niet moeilijk daarmee in te stemmen, want iedereen die een serieuze poging doet om zichzelf en zijn gevoelens en gedragingen te doorgronden, stuit op vragen. ‘Het voelt in mij’ lijkt soms een heel wat preciezere beschrijving dan ‘ik voel’. Dat geldt trouwens evenzeer voor het denken – niemand is de meester van zijn gedachten. Niemand is de meester over zichzelf, bij uitbreiding. Al zijn we dat soms ook weer wel, we kunnen heel goed tegen onszelf zeggen: nee, ik neem nu géén koekje en het dan ook echt niet doen, of onszelf voorhouden dat het niet zo belangrijk is dat we ook enige boosheid voelen of dat onze gekwetstheid nu even niet ter zake doet.

Vonk zegt dat onderzoek heeft uitgewezen dat we de wereld ervaren op een manier die onszelf goed uitkomt, maar dat we dat niet van onszelf doorzien. Ze zegt: „Mensen kunnen over zichzelf geen waarom-vragen beantwoorden.”

Oef, dat gaat wel erg ver. Het was ook maar een klein interviewtje. Waarom ging de kapitein van de Costa Concordia zo rappelings van boord? Hij heeft niet veel introspectie nodig om dat in te zien: omdat hij bang was. Waarom was hij bang? Daar valt ook nog wel iets over te zeggen, neem ik aan. Een paar waarom-vragen kunnen we best over onszelf beantwoorden, maar het uiteindelijkste antwoord, waarom we zijn zoals we zijn en doen zoals we doen, daar komen we waarschijnlijk niet mee op de proppen. Dat is ook voor onszelf geheim. Het heeft te maken met vorming uiteraard, met de vroege jeugd, met de ervaringen die iemand heeft opgedaan en de manier waarop hij of zij daarop gereageerd heeft.

De gedachten en ideeën waar Margaret Thatcher een voorkeur voor had – een voorkeur voor zelfredzaamheid boven solidariteit bijvoorbeeld – waren uiteindelijk ook niet vrij van gevoelens. We weten allang dat je zonder emoties helemaal geen voorkeuren hebt en dus niet kunt kiezen en je niet kunt verhouden tot andere mensen.

Jezelf kennen, nee. Maar een beetje je best doen om op een redelijke manier iets over je beweegredenen te zeggen, zonder je uitsluitend op een gevoel te beroepen, of op door de wetenschap gesanctioneerd onvermogen om je drijfveren op te helderen, dat moet wel kunnen.