In Amerika is de vetgroei over z'n hoogtepunt heen

De Amerikanen worden niet meer dikker. De vetgroei is er een beetje uit. Dat geldt zowel voor volwassenen als voor kinderen. De ooit gedane onheilsvoorspelling dat in 2030 een derde van de Amerikaanse kinderen ziekelijk te dik (obees) is, gaat niet uitkomen, schrijven de onderzoekers in twee artikelen in het Journal of the American Medical Association die woensdag online zijn gepubliceerd.

Van de volwassen Amerikanen is nu bijna 70 procent te dik en net iets meer dan de helft daarvan (ruim 35 procent van alle Amerikanen) is obees. Aanmerkelijk meer mannen dan vrouwen zijn te dik, maar het percentage obesen is gelijk voor beide geslachten. Het obesitaspercentage nam vanaf de eeuwwisseling voor mannen nog steeds toe; onder vrouwen niet. Maar nu is de groei eruit.

Bij de kinderen zijn het afgelopen decennium alleen jongens tussen de 12 en 19 nog dikker geworden. En de allerdikste kinderen werden dikker.

Na een stormachtige groei vanaf 1980 is nu 31,8 procent van de Amerikaanse kinderen te dik, van wie ruim de helft (16,9 procent van alle kinderen) obees is. Verontrustend is dat de omvang die 3 procent van de allerdikste kinderen in 2000 had, inmiddels door 12,3 procent is bereikt.

Mensen met een normaal gewicht hebben een BMI tussen de 20 en 25. Tussen 25 en 30 is er overgewicht en boven de 30 zijn mensen obees. De BMI (body mass index) is het lichaamsgewicht in kilo, gedeeld door het kwadraat van de lengte in meter.

Ook andere Westerse landen hebben een afvlakking van de groei van overgewicht gesignaleerd, maar deze Amerikaanse meting is het nauwkeurigst. Voor de Nederlandse overgewichtcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geven mensen zelf op hoeveel ze wegen. Dat zijn onbetrouwbare metingen, want mensen hebben de neiging om zich lichter voor te doen dan ze zijn.

De Amerikaanse onderzoekers van de National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES) trekken er iedere twee jaar met een mobiele meetcabine op uit om zelf lengte en gewicht van de deelnemers te bepalen, waardoor een goede vergelijking mogelijk is.