'Ik wil niet per se gemeen zijn'

De voormalige tv-presentatrice Claire Castillon neemt in romans en verhalen graag mannen op de korrel, maar legt hetzelfde venijn aan de dag in haar vrouwenportretten.

Ze is beeldschoon. De fotograaf en de pr-medewerker van de uitgeverij genieten van het vooruitzicht even in haar gezelschap te mogen verkeren. Haardracht, kleren, oogopslag – een echte Française, vinden ze. Cool.

Dat vonden jaren geleden ook de kijkers naar een middernachtelijk programma op een Parijse televisiezender, waar Claire Castillon een programmaserie over seksualiteit presenteerde. En dat vond ook de Franse evenknie van Philip Freriks met wie ze een relatie had.

Ze werd een van de jonge vrouwen uit de people-rubrieken, de fotogenieke droom van vele mannen. Hoe konden die vermoeden dat ze hen later magnifiek op de korrel zou nemen? Hoe konden ze weten dat ze hun zwaktes feilloos zou doorzien, dat ze hun hele trukendoos van a tot z in kaart zou brengen en met het grootste plezier uit het raam zou kieperen?

Toegegeven – hetzelfde venijn zou ze in haar vrouwenportretten aan de dag leggen. Elf jaar geleden schreef ze haar eerste roman, Le grenier, over een vrouw die zich volpropt uit angst voor de grote, existentiële leegte. In haar derde, La reine Claude, raakt een vrouw ieder houvast kwijt als de man die zij bemint een tumor blijkt te hebben in de vorm van een reine claude; Vous parler d’elle brengt de ruïnes van een gewelddadige, incestueuze en perverse jeugd in kaart. In de verhalenbundel Insect presenteert Castillon ons een heel scala aan relaties tussen moeders en dochters, de een nog idioter en misselijkmakender dan de ander. Drie jaar geleden verscheen De liefde is van iedereen, opnieuw een bundel verhalen, allemaal kort, puntig en een karikaturale uitvergroting van kleinigheden die een relatie kunnen ondermijnen of een individu in de waanzin kunnen storten. En nu brengt Castillon een middag door in een restaurant met een fantastisch uitzicht over de binnenstad van Amsterdam en spreekt ze over Luchtbellen, haar nieuwste vertaling. Deze maand verschijnt in Frankrijk haar nieuwe roman, Les merveilles.

Vanavond reist ze weer terug. Ze houdt niet van reizen, ze houdt niet van veel mensen om zich heen, ze houdt er niet van in de spotlights te staan. Het liefst zit ze thuis rustig te schrijven en eet ze ’s avonds met vrienden. Ze praat alsof ze met een vriendin zit te kletsen.

Is het korte verhaal, de korte baan, uw sterkste kant?

,,Mmm, ik heb echt twee verschillende literaire aders. Ze hebben beide dat absurde in zich, die mengelmoes van concreet en irreëel. Maar de stijl is anders. Bij het korte verhaal focus ik meer op doeltreffendheid. Er moet pit in zitten, het moet energie uitstralen. Een kort verhaal is prikkelend, daar word je blij van. De roman is een lange reis. Peddelen in een roeiboot en maar niet vooruitkomen.

Op de cover van uw boek staat een vrouw die als het ware een vissekom omgekeerd op haar hoofd heeft gezet. Het water gulpt eruit, het hoofd zit in de kom. Dat is iets anders dan een luchtbel.

,,Aan de ene kant is het inderdaad een soort aquarium. Transparant. Je kunt erdoor naar binnen kijken. Mensen zitten in een luchtbel. Een bel die je kunt doorprikken. Hij is dicht maar toch toegankelijk. We zitten allemaal op een bepaalde manier in zo’n bel. Mensen zetten een koptelefoon op om hun eigen universum te creëren, een plek waar je jezelf kunt zijn. Op die manier geven ze zichzelf contouren. Begrijpelijk, want soms ben je bijna vloeibaar, zoveel onzekerheden zijn er, zoveel aarzelingen.’’

Vanuit die luchtbel wordt er wel druk gecommuniceerd via sms, mail, twitter en ga zo maar door.

,,Waanzin, al dat gecommuniceer kost je je hele dag. Ik houd niet van sociale netwerken, ik verdraag ze niet. Ze tasten je vrijheid aan. Hoe meer virtuele vrienden je hebt, hoe idioter je wordt en hoe meer je in je eigen luchtbel zit opgesloten. Het is absurd. Ik sms wel met mijn vriend, maar dat kost me toch een hoop tijd!’’

De 38 hoofdstuktitels van uw boek laten net zoveel voornamen zien. Een grote familie?

,,Ja, dan lijkt het een beetje op een fotoboek, een portrettengalerij. Ieder verhaal is net een foto. Een foto kan duizend verhalen vertellen.’’

Het eerste verhaal in uw bundel, Annabelle, is een snijdend portret van een jonge moeder. Vindt u die inderdaad zo onuitstaanbaar?

,,Ik ken zo’n jonge vrouw die toen ze moeder werd iedere zin begon met ‘als je een kind hebt, dan...’. Ongelofelijk irritant. Ze heeft sinds kort een tweede en begint nu iedere zin met ‘als je twee kinderen hebt, dan..’. Ja, ze heeft mijn boek gelezen, maar zich er niet in herkend. Mijn vriendinnen herkennen zich ook niet in mijn verhalen, dat verbaast me.’’

In Xavière is het weer een moeder die het moet ontgelden.

,,Ja, ik heb twee vriendinnen die actrice zijn en kinderfeestjes organiseren bij wijze van bijverdienste. Ze doen dat ook bij zo’n echte burgertrut die geen enkel besef heeft van de werkelijkheid. Zo iemand die helemaal opgaat in de keuze van de kleur van haar gordijnen. Ze gaf mijn vriendinnen de hele dag niets te eten of te drinken. Een geweldig verhaal, zo’n vrouw die helemaal niet weet wat ze met de verjaardag van haar kinderen aanmoet. Ik zag het voor me.’’

En Madeleine, de vrouw die iedere dag van haar leven wacht op een verrassing?

,,Dat ben ik. Tot voor kort dacht ik iedere dag dat iemand me zou verrassen. Als kind al hoopte ik dat als ik thuis zou komen mijn moeder iets leuks voor me had bedacht. Iedere dag dacht ik dat er op mijn deurmat een groot pakket zou liggen. Of een hond. Als ik de mis bijwoon denk ik bijvoorbeeld dat iemand zich zal omdraaien en voor mij, voor mij alleen, het Ave Maria zal zingen. Een beetje megalomaan misschien, maar wel poëtisch. Als mijn vriend glimlacht, denk ik dat hij iets leuks voor me heeft bekokstoofd. Nee, ik ben niet teleurgesteld als dat niet zo is. Ik hoop gewoon op een volgende keer.’’

Uw portretten zijn hard, soms karikaturaal. Komt u nooit aardige mensen tegen?

,,Dat geslotene, dat repetitieve is het basisidee van mijn boek. Van veel van mijn boeken. Dat vind ik onderhoudend. Ik wil niet per se gemeen zijn. Pas geleden heb ik een dag alleen maar zitten uitrekenen of ik tijd had voor dit of voor dat, en of ik zus of zo dan ook nog kon doen. Stupide. De hele dag iets zitten uitrekenen en dan uiteindelijk niets doen. Daar moest ik over schrijven. Wat ben ik soms een leeg mens. Het gaat dus niet alleen maar om anderen, ik kijk ook naar mezelf.’’

Uw wereld is vaak absurd, uw personages balanceren op de rand van de waanzin. Aan de vrouwen in uw boek is iedere feministische golf voorbijgegaan en de mannen maken zich belachelijk.

,,Ja, ik zie vrouwen om me heen die zich niet bewust zijn van hun eigenwaarde. Vrouwen die bij hun man blijven omdat ze bang zijn te worden mishandeld. Vrouwen die alles in het werk stellen om een conflict te voorkomen, die weten dat hun man boos wordt als ze op een bepaalde manier een fles wijn ontkurken en dat dus maar niet zo doen. Vrouwen die toestemming vragen aan hun man als ze vrienden willen uitnodigen. Vreselijk. Mannen zijn ook veranderd. Ze houden de deur niet meer voor je open, ze moeten boodschappen doen en worden geacht de navelstreng door te knippen van hun net geboren kind. Tja, we kunnen ze niet vragen én macho én zacht te zijn. Ik vind ze leuker in hun oude rol.’’

Tot slot een paar vragen uit de beroemde vragenlijst van Proust. Wat is uw belangrijkste karaktertrek?

,,Dromerigheid.’’

Welke kwaliteit waardeert u het meest bij een man?

,,Eerlijkheid.’’

Van welke bezigheid houdt u het meest?

,,Samen met mijn vriend in een luchtbel zitten.’’

Uw geluksdroom?

,,Ik zit er midden in, ik beleef een prachtige liefde.’’

In wat voor gemoedstoestand bevindt u zich nu?

,,Roze’’

Uw devies?

,,Ik verzon het als kind, samen met mijn broertje: A bâtons rompus point de raisons nommées.

En dat betekent?

,,Niets.’’

Luchtbellen (192 blz., €19,95) is verschenen bij uitgeverij Ambo Anthos in de vertaling van Karina van Santen en Martine Vosmaer.