Ik was Napoleons wasvrouw

Joseph Roth: De honderd dagen (Die hundert Tage). Vert. Wilfred Oranje. Atlas, 240 blz. € 24,95 (geb.)

‘Ze hielden van hem, omdat hij een van hen leek – en omdat hij toch groter was dan zij.’ Met deze woorden karakteriseert Joseph Roth de fans van keizer Napoleon Bonaparte, die na zijn verlies bij Leipzig en zijn verbanning naar Elba nog één keer terug naar Parijs kwam. Daar regeerde hij honderd dagen en riep hij zijn Grande Armée opnieuw bij elkaar, waarna hij ten onder ging bij Waterloo.

In zijn roman De honderd dagen (1936) beschrijft Joseph Roth, een specialist in ondergangstragedies als Hiob (1930) en Radetskymarsch (1932), de periode 20 maart tot 20 juni 1815. Hij laat zien hoe Napoleon zonder probleem de troon weer van Lodewijk XVIII overneemt en zijn oude getrouwen weet te inspireren; en hij doet dat met net zoveel gratie en overtuigingskracht als de teruggekeerde keizer moet hebben ingezet: ‘Ach, hij moest de wankelmoedigen toch houvast bieden, zelfs de leugenaars nog laten geloven dat ze hem niet voorlogen, en de onbeminden nog tonen dat hij van hen hield.’

Uiteindelijk vertelt Roth ook waarom de teruggekeerde keizer wel het onderspit móest delven: Napoleon verliest het contact met ‘de kleine mensen van zijn land’; in een laatste onderhoud met zijn broer brengt hij vertwijfeld uit: ‘Ik geloof niet in het volk [-] Ik heb alleen in mijn gesternte geloofd. En dat is ondergegaan.’

De daden en gedachten van de keizer maken maar de helft uit van De honderd dagen. De andere kant van het verhaal gaat over een wasvrouw, Angelina, die al sinds haar jonge jaren idolaat is van Napoleon en zichzelf niet makkelijk meer aan een andere man kan geven. ‘Wij kleine mensen betalen een hoge prijs voor onze liefde voor de groten der aarde’, luidt de niet al te verborgen moraal van het boek, en het lot van Angelina is daar de illustratie van. Napoleon ziet haar niet staan, en haar piepjonge zoon, trommelaar in het Grote Leger, komt om op de vlakte van Waterloo.

Wat de lezer krijgt in De honderd dagen is een een droef verhaal over de gefnuikte verwachtingen van een doodgewone vrouw én een psychologisch portret van Napoleon: een ijdele en egocentrische megalomaan, maar tegelijkertijd een man die bezeten is van zijn missie om zijn volk te verheffen. En dat allemaal in het zo kenmerkende proza van Roth, die dol is op herhalingen, op sierlijk taalgebruik en op poëzie in proza; voortreffelijk ritmisch vertaald door Wilfred Oranje, die met De honderd dagen zijn achtste Roth-vertaling afleverde, om niet al te lang daarna te overlijden (31.07.11). Laten we hopen dat het niet het einde betekent van de serie Roth-vertalingen die Atlas sinds 2001 in zeer verzorgde gebonden edities heeft uitgegeven. There’s more where that came from; Roth schreef meer dan twintig romans.