Het land mag niet worden geregeerd door de rechters

Te snel zeggen politici dat een bepaalde wet niet kan worden ingevoerd vanwege Europese regels. Bestaande wetten staan niet in steen gebeiteld, stellen Jan Kees Wiebenga en Charlotte Maas.

Regeldruk voor ondernemers, bureaucratie in de zorg en het onderwijs, langdurige besluitvormingsprocedures in de infrastructuur, burenruzies die niet in goed overleg, maar voor de rechter worden beslecht: wij wonen in een gejuridiseerde samenleving. De problemen die juridisering oplevert – beknelling van innovatie, toegenomen werklast voor de rechter, stroperige openbare besluitvorming – worden al vele kabinetten lang onderkend. Waarom is dit fenomeen zo lastig uit te bannen?

Deze problemen zijn niet alleen een kwestie van een teveel aan regels en wetten. Het geldende recht, inclusief de rechterlijke uitleg ervan, lijkt soms te worden verheven tot een doel op zich. Na elk incident staat de wetgever klaar om nóg scherpere regels te stellen. Bestuurders worden gedwongen hun ‘verantwoordelijkheid te nemen’.

De wetgever verliest uit het oog dat niet alle risico’s van het samenleven beheersbaar zijn met regels. Politieke discussies over de aanscherping van de immigratiewetgeving, de invoering van het kraakverbod of de langstudeerdersboete worden beheerst door het idee – doorklinkend in rechterlijke uitspraken – dat zo’n politieke agenda geen doorgang kan vinden vanwege Europese richtlijnen of internationale verdragen over de onschendbaarheid van de woning of de toegang tot hoger onderwijs. Zo ontstaan niet alleen problemen als regeldruk en bureaucratie, maar ook verschuift de verhouding tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht.

Wat mogen parlementariërs redelijkerwijs verwachten van bestuurders? Niet dat ze alle incidenten voorkomen, maar wel dat ze inspringen op maatschappelijke ontwikkelingen, zoals een krimpende economie en de oplopende staatsschuld. Ook moet de wetgever wetten kunnen aannemen die overeenstemmen met veranderende opvattingen in de samenleving over migratie, sociale zekerheid of het kraken van woningen. Als bestaande wetgeving in de weg staat, dient de wetgever bestaande wetten niet te beschouwen als onaantastbaar, maar te wijzigen.

Deze aansporing is voor parlementariërs eenvoudiger op te volgen als het strikt nationale wetgeving betreft dan bij Europese regels of internationale verdragen. Deze zijn lastig te wijzigen, maar onmogelijk is het niet. In een democratische rechtsstaat bepaalt de democratisch gelegitimeerde wetgever primair wat recht is. De rechterlijke macht past het recht vervolgens toe op individuele gevallen. Het is inherent aan de rechterlijke vrijheid dat de rechter ook een rechtsvormende functie heeft, maar als nieuwe wetsvoorstellen bij voorbaat onhaalbaar worden verklaard of nieuwe besluiten worden onderuitgehaald met een beroep op breed geformuleerde verdragsbepalingen (die daarom al snel van toepassing zijn op specifieke besluiten), dreigt het evenwicht tussen de wetgevende en rechterlijke macht uit balans te raken.

In rechterlijke hoek wordt dit geluid soms opgevat als een aanval op de onafhankelijkheid. Rechterlijke onafhankelijkheid houdt onder meer in dat rechters zich niet hoeven te verantwoorden in de volksvertegenwoordiging voor hun uitspraken, maar ze moeten wel rekening houden met hun plaats in het evenwichtsstelsel met de wetgever. Rechterlijke uitspraken moeten vrijuit bespreekbaar zijn in het parlement. Als blijkt dat de wet anders wordt uitgelegd dan ze was bedoeld, kan de wetgever de wet aanpassen.

Liberalen hechten van oudsher veel waarde aan rechterlijke onafhankelijkheid en aan degelijke rechtsbescherming voor burgers. Democratische besluitvorming moet dus door de rechter kunnen worden getoetst op de juridische kwaliteit en, in beperkte mate, ook op inhoud.

We hebben de Grondwet, Europese regels en internationale verdragen niet voor niets, maar uiteindelijk dienen ze ertoe – zoals alle wetten, regels en procedures in onze samenleving – dat ons land behoorlijk en deugdelijk wordt bestuurd. Dit is niet de taak van rechters.

Jan Kees Wiebenga en Charlotte Maas zijn respectievelijk curator en wetenschappelijk medewerker van de Prof.mr. B.M. Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme en de VVD. De Teldersstichting heeft vorige week het rapport Onbetwistbaar recht? Juridisering en het evenwicht tussen rechtsstaat en democratie gepresenteerd.