Griekenland valt uit de rijke wereld

Athene moet hervormen, eisen EU en IMF. Maar de politiek is feodaal en de onwil en onkunde binnen het overheidsapparaat zijn groot. „Misschien was ik naïef.”

athene. - De mannen en vrouwen in de wachtkamer en de behandelruimte van de kliniek in Perama, een voorstad van havenstad Piraeus, steken merkwaardig af tegen de posters aan de wand. De donkere kindjes daarop, met vertederende ogen in een stoffige, kale omgeving verraden waar de Dokters van de Wereld normaal hun werk doen: in ontwikkelingslanden.

Maar nu werken de dokters hier. De mannen en vrouwen die in de wachtkamer zitten voor gratis hulp, zijn blank en van middelbare leeftijd. Hun kleding oogt armoedig. Vale spijkerbroeken, trainingsjacks en mutsen. Niemand lijkt ondervoed. In de hoek staat een doos met tweedehandskleding.

Hier is te zien wat de stemming in Griekenland is onder hulpverleners, terwijl gezanten van de Europese Unie, het Internationaal Monetair Fonds en banken op hoog niveau onderhandelen over de redding en het hervormen van het land. Velen vrezen dat Griekenland de boot allang gemist heeft: het hoort niet bij de rijke landen. En mogelijk binnenkort ook niet meer bij de eurolanden. Het vooruitzicht van Griekenland is somber, volgens directeur Kanakis van Dokters van de Wereld: „We staan hier aan het begin van een humanitaire ramp.”

De kliniek bestaat twee jaar. De van oorsprong Franse artsenorganisatie opende in vijftien jaar vier klinieken in Griekenland. Ze waren bedoeld om de immigranten uit derdewereldlanden te helpen die op straat belanden. Maar sinds acht maanden komen er vier keer zoveel autochtone Grieken naar de klinieken als voorheen, zegt Kanakis aan de telefoon.

In theorie is iedereen in Griekenland verzekerd. Toch zitten de wachtkamers vol, met mensen die de verzekeringspremie of de eigen bijdrage voor medicijnen niet kunnen opbrengen. Bij de overvraagde staatsziekenhuizen, die zwaar moeten bezuinigen, hoeven ze niet aan te komen. Om capaciteit voor Griekenland te scheppen heeft Dokters van de Wereld de hulp aan Algerije beëindigd en besloten niet naar Somalië te gaan.

Medewerkers van internationale organisaties geven toe dat ze zich op Griekenland hebben verkeken. Ze hadden snellere resultaten verwacht: structurele hervormingen, uitgevoerd door een redelijk functionerende overheid. Maar te veel blijft bij het oude, door onkunde en onwil in een bestuursapparaat dat decennia de verkeerde mensen bevorderde.

„Misschien was ik naïef”, peinst een hooggeplaatste betrokkene, die anoniem wil blijven. „Ik verwachtte een zekere deskundigheid in een eurozoneland. Maar dit is eerder vergelijkbaar met Argentinië of Paraguay.”

Sinds Griekenland in 1981 lid werd van de Europese Gemeenschap is er veel veranderd. De ergste armoede is ondervangen. Het leven van veel burgers is gemakkelijker. Jongeren zijn hoogopgeleid. Er is individuele welvaart. De overheid schiep veel banen.

Het is een dikke vernislaag op een verwaarloosde staat. In de buitenwijken van Athene is dit te zien. Veel huizen zijn prachtig. Maar ertussen liggen onverzorgde stukken groen. Stoepen ontbreken of houden plotseling op. Daar is Griekenland nog slechts een luxere uitvoering van een typische Balkanstaat als Bulgarije of Servië.

De EU stelde jarenlang niet te veel moeilijke vragen. Wie eenmaal lid is, hoeft geen bemoeienis meer te accepteren. De ervaring met later toegetreden lidstaten heeft geleerd dat dit uitgangspunt een miskenning is van de grote verschillen binnen Europa. Pas afgelopen oktober verscheen een gedegen studie – van de OECD – naar hoe de organisatie van de Griekse overheid. Het geeft een schokkend beeld van hiërarchisch georganiseerde departementen, vol managers die kleine koninkrijkjes leiden. Aan overleg doen ze niet. Er is geen ‘institutioneel geheugen’. Ministers lieten op hun laatste werkdag dossiers door de versnipperaar halen en harde schijven wissen.

Het is de vraag of dit verandert. Griekenland wordt nu geregeerd door een interim-regering. Aan het hoofd staat de partijloze technocraat Lukas Papademos. Hij leidt een kabinet van 48 ministers uit drie partijen, die elkaar als vanouds de tent uit vechten. Een diplomaat van een Europees land omschrijft de politieke praktijk als „feodaal” en heeft het over „clans”.

Er is een revolutie nodig om te voldoen aan de eisen van EU, ECB en IMF. Die is hard nodig, vinden Grieken zelf ook. Maar pas dertig jaar na EU-toetreding en twee jaar na het begin van de crisis, bemoeien EU-experts zich met de hervorming van de overheid, een vorm van ontwikkelingshulp. Het besef dat dit nodig is dringt door nu het bijna te laat is.