Goed in vergaderen, zonder aansprekend verhaal

Het gaat steeds slechter met de partijen die Nederland jarenlang bestuurden. Dit weekeinde congresseren PvdA en CDA. Verschillende partijen, hetzelfde probleem.

De bovenzaal van het Amsterdamse etablissement l’Opera is goed gevuld. De lokale afdeling van de PvdA heeft een discussieavond georganiseerd over de toekomst van de partij. Van de ongeveer honderd aanwezigen valt de grote meerderheid in de categorie blank en middelbaar.

Meest gehoorde opmerking die avond: we zijn als partij zo weinig zichtbaar. Vlak daarvoor had een vertegenwoordiger van de Occupy-beweging de PvdA-leden voorgehouden: „Jullie zijn goed in vergaderen en moties indienen, maar je kan ook gewoon actievoeren hoor.”

Een paar dagen later in hotel-restaurant de Druiventros in Berkel-Enschot, vlakbij Tilburg. Een gezelschap van rond de 150 mensen, opnieuw blank en in meerderheid middelbaar, is deze ochtend bijeengekomen voor de algemene ledenvergadering van het CDA Brabant. Belangrijkste agendapunten: de verkiezing van een nieuwe voorzitter en de presentatie van het advies van de commissie-Bergsma over de toekomst van de provinciale tak van de partij.

De diagnose van de commissie is helder: „Het politieke profiel van het CDA Brabant is te mager en te bleek. We zijn te vlak, te grijs en te vaag.” En: „CDA’ers in Brabant bewegen te veel bestuurlijk mee met de waan van de dag zonder de CDA-uitgangspunten te bewaken.”

Dit weekeinde houdt zowel de PvdA als het CDA het partijcongres. Beide partijen, met hun al zo lange geschiedenis, staan er beroerd voor. De christen-democraten, in 1963 nog goed voor een meerderheid van 76 van de 150 Kamerzetels, kunnen volgens de laatste peilingen nog rekenen op 13 zetels. De PvdA, die in 1977 met 53 zetels een ruim een derde van het electoraat achter zich wist te scharen, bevindt zich volgens dezelfde peilingen op een dieptepunt van 18 zetels.

CDA en PvdA waren decennialang synoniem voor het bestuur van Nederland. Nu dreigen zij naar de politieke marge te verdwijnen.

„Brede lagen van de bevolking zijn hun CDA kwijt”, constateerde Aart Jan de Geus, voorzitter van het Strategisch Beraad dat de koers van de partij moet uitzetten, vorig najaar. Zijn doel is een „bezield CDA dat harten weet te raken”. Ongeveer tegelijkertijd zei Hans Spekman, nadat hij zich had gekandideerd als voorzitter van de Partij van de Arbeid: „De PvdA heeft te lang de kopjes laten hangen. We moeten af van de zelfkastijding, het is weer tijd voor hoop.”

Intussen hebben partijleden hem in een schriftelijke stemming in grote meerderheid gekozen als voorzitter. Spekman zal dit weekeinde tijdens het congres van de PvdA aantreden. Van hem wordt een meer klassiek sociaal-democratische koers verwacht. Spekman wil af van „het navelstaren” en een „activistischer partij die in de wijken van deur tot deur gaat”. Nu kent de partij volgens hem „te weinig doeners”.

Het is een klacht die eveneens binnen het CDA breed wordt geuit. „Vergaderverslaafd”, aldus de commissie-Bergsma die de partij in Brabant onderzocht, ooit één van de CDA-bastions. De partijwerkgroep die de landelijke organisatie van het CDA bestudeert, concludeerde het afgelopen najaar in een tussenrapportage dat er „te weinig ruimte” is voor de gewone leden.

In feite kampen PvdA en CDA, beide klassieke middenpartijen met een langdurige bestuurlijke traditie, op dit moment met hetzelfde probleem, zegt politicoloog Ruud Koole. Hij promoveerde in 1992 op de opkomst van de moderne kaderpartij waarin hij de veranderende organisatie van de Nederlandse politieke partijen tussen 1960 en 1990 onderzocht. Praktijkervaring deed Koole van 2001 tot 2005 op als voorzitter van de PvdA. Tegenwoordig is hij behalve hoogleraar politicologie aan de Universiteit Leiden ook Eerste Kamerlid voor die partij. De „natuurlijke band” met de eigen achterban, die tot in de jaren zestig van de vorige eeuw garant stond voor een vaste aanhang, is weg. De PvdA kan zich niet meer verlaten op de, drastisch uitgedunde, arbeidersklasse, terwijl geloofsovertuiging geen automatisme meer is voor een stem op het CDA, is Kooles analyse.

Met andere woorden: spreekbuizen voor een natuurlijke achterban zijn de partijen allang niet meer. CDA en PvdA hebben zich ontwikkeld tot bestuurdersorganisaties. Nu het electoraal slecht gaat, wreekt zich dat. De leden beginnen te klagen dat ze niet meer gehoord worden en dat de aansluiting met de kiezers is verloren.

Bij de PvdA wordt dan al snel gewezen naar de SP die er in de peilingen goed voorstaat en altijd in de probleemwijken actief is. Koole betwijfelt of dit nu dé oplossing is. „Het is een reflex om te zeggen dat wanneer het electoraal slecht gaat, er weer meer naar de mensen geluisterd moet worden. Electorale problemen los je niet op met partijorganisatorische dingen. Je moet een verhaal hebben.”

Volgens hem hebben CDA en PvdA nog altijd last van hun reactie op de neoliberale kritiek die in de jaren tachtig losbarstte op de verzorgingstaat, een gezamenlijk product van Nederlandse christen-democraten en sociaal-democraten ten tijde van de naoorlogse wederopbouw. Het CDA koos voor ‘herbronnen’ en ging aan de slag met het begrip eigen verantwoordelijkheid. De PvdA kwam ook in het defensief en omarmde ‘de derde weg’-filosofie die het midden zocht tussen collectieve regelingen en marktmechanismen. „Beide achterbannen begrepen dat niet”, zegt Koole.

Het vinden van een aansprekend verhaal is in het CDA de opdracht van het inmiddels zeer veel besproken Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister De Geus. Het verhaal wordt vanmiddag gepresenteerd. Hierin wordt, in de woorden van De Geus, het „radicale midden” gezocht tussen „enerzijds verstandig beleid dat Nederland ook in de toekomst een mooi land houdt, en anderzijds de inzet en ondersteuning van mensen, het nieuw leven inblazen van gemeenschappen, waar mensen zich gekend en geliefd weten, waar mensen verantwoordelijkheid willen en kunnen dragen”.

De PvdA heeft het als oppositiepartij relatief makkelijker. Die kan door te reageren op het kabinetsbeleid het eigen verhaal formuleren. Een probleem is daarbij wel dat de PvdA het minderheidskabinet van VVD en CDA op belangrijke onderdelen steunt, zoals de aanpak van de eurocrisis. „De PvdA zal de bestuurlijke verantwoordelijkheid die zij neemt meer vanuit een eigen invalshoek moeten tonen”, zegt Koole.

Is er dan nog wel ruimte voor de klassieke bestuurderspartijen CDA en PvdA? Koole denkt van wel. „Ze zullen nooit meer 50 zetels halen zoals destijds, maar 30 zetels moet kunnen.”

Bij de recente PvdA-ledenbijeenkomst in Amsterdam vat één van de aanwezigen de crisis in de partij helder samen. „Als je PvdA stemt, wil je weten wat dat aan je leven zal veranderen. Wanneer je als partij op die vraag geen antwoord hebt, heb je een probleem.”